Hemel en aarde zullen voorbijgaan …

Nadenken over het einde der tijden, waarnaar het Evangelie van zondag 18 november verwijst, lijkt onzinnig. Wij zullen het wel niet meemaken. Toch vindt men op YouTube heel wat filmpjes die juist hierover gaan. Zo zijn er mensen die menen dat de eindtijd is aangebroken. Ze wijzen daarbij op tal van bijzondere fenomenen in de natuur. Jehovagetuigen hebben het er ook vaker over. Weer anderen verwijzen naar de zondige staat van de mensheid anno 2018. Wereldwijd zijn er vele brandhaarden.
In het Evangelie zegt Jezus hierover het volgende: Hemel en aarde zullen voorbijgaan. Maar mijn woorden zullen niet voorbijgaan. Van die dag of dat uur weet niemand af, zelfs niet de Zoon, maar de Vader alleen.
Beter is het daarom na te denken over onze eigen eindigheid, de eigen dood, die naar alle waarschijnlijkheid eerder zal komen dan het einde der tijden. Omdat de dood zo absoluut is, dwingt zij ons tot nadenken, al was het maar omdat “Doodgaan is: ophouden met sterven van angst” (Fons Jansen). Velen verdringen de dood, omdat het hier alles betrekkelijk doet zijn. Voor Christenen is de dood evenwel geen zwart gat, maar bovenal dat moment om je helemaal over te geven aan onze Redder en Heiland, aan Hem die de dood heeft overwonnen. “Ja, Christenen sterven anders”, zo zei ooit een beul in China. “Ze sterven anders dan hen die noch geloven in God, noch in een voortbestaan van de ziel. Ze vertrouwen erop dat ze God zullen zien. Ik heb dat dikwijls kunnen waarnemen”.

Pastoor C. Müller

Hoe rijk dan wel arm ben je eigenlijk?

Wanneer men het Evangelie leest, dan valt op dat Jezus bij zijn ontmoetingen dikwijls iets aan het licht brengt dat omstanders niet zien, noch waarnemen. Zo vertelt het Evangelie van de 32e zondag door het jaar (11 november) ons het verhaal van de weduwe in de tempel. Jezus gaat tegenover de offerkist zitten om toe te kijken. Hij ziet hoe het volk koperstukken erin werpt. Er komt ook een arme weduwe, die er twee penningen inwerpt, ter waarde van een cent. Jezus zegt daarop tot zijn leerlingen dat zij het meest geofferd heeft, omdat ze alles offerde waar zij van leven moest. We weten niet hoe Jezus wist wat anderen hoogstens konden vermoeden (namelijk dat het alles was wat zij kon geven). God evenwel weet wie we zijn en wat we hebben. Het verhaal mag ons aan het denken zetten. Ja, wat doen wij met onze ‘rijkdom’, dan wel met onze ‘armoede’ - aangezien beide in deze wereld met haar grote inkomstenverschillen relatief zijn?
Jezus attendeert zijn leerlingen op wat verborgen is. Zo zijn er de ‘intenties’ van de schriftgeleerden (waarvoor de leerlingen worden gewaarschuwd). Voorts is er de arme weduwe, een vrouw met een groot hart voor de minderbedeelden. Zij ziet, rijk aan compassie, veel verder dan de anderen.
Blijkbaar zijn er meerdere soorten rijkdom, zoals er ook verschillende vormen van armoede bestaan. Zo zijn er ook in onze dagen materiële rijken, die geestelijk en sociaal heel arm zijn. Anderzijds ook armen, die dikwijls een veel groter besef hebben van wat nu echt van waarde is. Ja, hoe ‘rijk’, dan wel ‘arm’ zijn wijzelf eigenlijk? En in welk opzicht? Maar ook … wat laten wij daarvan ‘zien’?

Pastoor C. Müller

Allerzielen

In het weekend van 3 en 4 november gedenken we tijdens de diensten in ons cluster de overledenen, in het bijzonder hen die het voorbije jaar zijn gestorven en vanuit de 3 parochiekerken aan God zijn aanbevolen.
Christenen kijken verder. De dood is voor hen die geloven veeleer een overgang. We laten dan de aarde achter ons, om op te gaan naar onze Schepper en Heer. In Hem vinden we de voltooiing en vervulling van ons leven hier beneden.
God is Diegene die het leven en de liefde is, die telkens wil scheppen en herscheppen. Aan Hem mogen en willen we ons toevertrouwen in goede en kwade dagen, in voor- en tegenspoed. Met name dan als we een dierbare moeten loslaten, moeten afstaan. We beseffen juist dan weer hoe broos wij zijn, ook wijzelf. Vaak vinden mensen het moeilijk om dit in een gelovig perspectief te betrachten, omdat de dood zo absoluut is. Afscheid moeten nemen is altijd ook een beetje sterven. Daarom is het goed de komende dagen niet enkel te bidden voor hen die ons ontvallen zijn, maar ook voor hen die het gemis nog iedere dag ervaren. Bidden verruimt onze horizon, verlicht ons hart en tilt ons uit boven onszelf.

Pastoor C. Müller

Bartimeüs

In het Evangelie van de 30e zondag door het jaar (28 okt.) ontmoeten we een blinde bedelaar, Bartimeüs. Hij begint luidkeels te roepen zodra hij hoort dat Jezus nabij is. “Jezus, Zoon van David, heb medelijden met mij!” Velen snauwen hem toe te zwijgen, maar Bartimeüs luistert er niet naar en roept nog harder: “Zoon van David, heb medelijden met mij”. Het verhaal van deze ontmoeting mag ons aan het denken zetten. Zo valt het op dat de naam van de blinde wordt vermeld. Meestal wordt de naam van de persoon in kwestie achterwege gelaten. Hier is dat niet het geval. Het onderstreept het belang van zijn persoonlijk geloof. Bartimeüs is een persoonlijkheid, die zich niet laat weerhouden door dat wat omstanders menen. Hij is vasthoudend. Wellicht omdat hij meer dan de anderen beseft wie Jezus is. Dat blijkt mede uit het feit dat hij even later zich bij Jezus aansluit.
Wat doen wij in onze nood? Durven we dan voor ons geloof uit te komen, zoals Bartimeüs? Of laten we ons bepalen door wat mensen roepen? Bartimeüs die blind was, ‘zag’ blijkbaar meer dan de mensen om hem heen. Het is door zijn geloof dat hij werd genezen. Het mag ons doen stilstaan bij onze eigen geestelijke blindheid. Jezus, help ons te zien waartoe Gij ons geroepen hebt!

Pastoor C. Müller

Nieuwe bisschop voor ons bisdom

Woensdag 10 oktober werd het afgekondigd - het heeft de Heilige Vader behaagd voor ons bisdom te benoemen, als opvolger van Mgr. Frans Wiertz, de zeereerwaarde heer Harrie Smeets, nu nog deken van het dekenaat Venray-Gennep. De bisschopswijding is voorzien op zaterdag 8 december. In de media heeft u ongetwijfeld al iets over hem gehoord dan wel gelezen. Als pastoor van Leunen-Veulen-Heide heb ik 10 jaar prettig met hem mogen samenwerken. Met het oog op zijn wijding en het zware ambt, dat daarbij hoort, willen wij in deze tijd voor zijn bisschopswijding voor hem bidden, maar ook in de jaren die volgen. Vandaar onderstaand gebed:

VOOR DE BISSCHOP
God, tot in eeuwigheid Herder van alle gelovigen, Gij geeft door velerlei beschikkingen leiding aan uw Kerk en Gij regeert haar vol liefde. Wij bidden U: laat uw dienaar Harrie Smeets, die (binnenkort) als hoofd van uw volk de plaats inneemt van Christus, een ware herder zijn voor zijn kudde, een getrouw leraar in het geloof, een heilig priester in de Eredienst en een wijs dienaar in het bestuur van zijn bisdom. Amen.

 

Pastoor C. Müller

Door het oog van de naald

In het Evangelie van zondag 14 oktober (28e zondag door het jaar) gaat het onder meer over de last van de rijkdom. “Jezus keek de kring rond en zei tegen zijn leerlingen: “Wat is het moeilijk voor rijken om het koninkrijk van God binnen te gaan.” De leerlingen schrokken van zijn woorden. Maar Jezus zei nog eens uitdrukkelijk: “Kinderen, wat is het moeilijk om het koninkrijk van God binnen te gaan: het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke om het koninkrijk van God binnen te gaan.” Ook in onze dagen streven velen rijkdom na. Men associeert rijkdom met vrijheid en zorgeloosheid. Maar werkt dat ook zo? Hoeveel rijken zijn nu eigenlijk echt ‘vrij’, d.w.z. in staat om er afstand van te doen?
En … hoe staat het met onszelf? Vraag je eens af hoe belangrijk jouw bezit voor jou is. Kun jij er afstand van doen? Menigeen zegt van wel, maar laat het toch achterwege. Blijkens diverse commentaren verwijst de term ‘oog van de naald’ niet naar een kleine ingang nabij een grote stadspoort in een stadsmuur, maar enkel naar de onmogelijkheid voor een lastdier zich zó klein te maken dat het door het oog van een naald kan gaan (waarop we gelijken, als we vastzitten aan ons bezit).
Daarom, geef het aan God over (zoals de leerlingen). Dan zal het loslaten uiteindelijk ons minder zwaar vallen, juist omdat voor die ‘last’ van de rijkdom veelal iets anders in de plaats komt, te weten die vrede, welke samenhangt met onze herwonnen vrijheid, die men verkrijgt door dat af te geven wat mensen veelal bindt.

Pastoor Müller

Over het huwelijk

Zowel de eerste lezing alsook het Evangelie van zondag 7 oktober (27e zondag door het jaar) gaan over het huwelijk. In de eerste lezing uit het boek Genesis lezen we hoe God uit de rib van Adam een vrouw schiep en haar bij hem bracht.
In het Evangelie, waarin het onder meer gaat over Mozes die in bepaalde gevallen toestond een scheidingsbrief op te stellen, verwijst Jezus naar het begin, hoe God bij de schepping de mens als man en vrouw gemaakt heeft, om zich te binden: deze twee zullen één vlees worden. Wat God derhalve heeft verbonden mag een mens niet scheiden.
Welbeschouwd is het huwelijk een goddelijke instelling. Verliest men dit uit het oog, dan betreft het huwelijk enkel een aangelegenheid van 2 mensen, terwijl God der Dritte im Bunde wil zijn. Wanneer man en vrouw God betrekken in hun huwelijk, dan betekent dit heel veel. God bijvoorbeeld vult onze liefde aan, en helpt ons om te vergeven. Bovenal leert Hij ons wat liefde is. God Zelf is liefde. Zo vindt men in de Bijbel heel mooie passages over de liefde. Een huwelijk zonder God kent de Bijbel niet. God is wezenlijk voor het welslagen van een huwelijk, juist in onze tijd, waarin zo vele huwelijken stranden. Dat is niet omdat men dit zou willen, maar omdat men niet verstaat dat een huwelijk niet kan bestaan buiten God om, die het bedacht heeft. Hij is het die mensen voor elkaar bestemd heeft. Hij heeft ieder van ons geschapen en weet welke ander (eveneens door Hem geschapen) het beste bij ons past. Maar God wil niet enkel aan de wieg staan van een huwelijk (bij de huwelijkssluiting), Hij wil ook blijvend deel uitmaken van het huwelijk. Hij wil er de spil van zijn, zodat het niet enkel draait om jou en hem (of haar), maar om het grotere geheel, waarvan kinderen eveneens deel uit maken. Een gelukkig (Godvruchtig) huwelijk betreft een zegen, niet enkel voor het echtpaar zelf en hun kinderen, maar ook voor de omgeving, met name de betrokken families en vrienden.

Pastoor C. Müller