PAASWENS

Dat u erdoor mag komen zoals Hij,

door dit leven en door deze dood,

zoals Jezus Christus; dat u erdoor mag komen,

zoals het vuur dat in de paasnacht

door de duisternis heendringt,

zoals het licht dat door het donker gedragen wordt;

dat u erdoor mag komen zoals de schepping door de chaos,

zoals het leven door wat woest was en leeg;

dat u erdoor mag komen, door uw zee en door uw woestijn,

samen met heel het volk van God, Jezus voorop.

Dat u erdoor mag komen, door alles wat u benauwt

en beangstigt, het oog gericht op ons paasvuur,

het licht dat door de kerk ons vooruit gedragen wordt,

Jezus, het teken dat God ons nabij is.

Dat u erdoor mag komen, door zijn licht dat u herschept,

dat ons onszelf en onze wereld doet zien met een

nieuw vertrouwen, beschenen als wij zijn door

de welwillendheid van God onze Heer.

Dat u erdoor mag komen, door uw woestijn

omdat Hij uw manna is, uw paasbrood, uw dagelijks brood.

Dat u door Hem mag worden gedragen

naar de nieuwe schepping

waar Hij onze zon is en ons leven.

Dat Hij u mag bevrijden van al wat u drukt,

dat Hij u mag opwekken als uw hoop was gestorven,

dat Hij u mag verlevendigen als uw liefde was verkoeld,

dat het voor u Pasen mag zijn, dat is: dat de Heer langskomt.

 

(P. Penning de Vries SJ)

Goede Week                                                                                       

God, hoe zwaar is loslaten,
hoe zwaar is afscheid nemen,
hoe zwaar soms verder te gaan.
Geef ons de moed achter te laten
wat ons verlamt of onze gang vertraagt
op deze pelgrimage naar Pasen.
Geef ons openheid om te vergeven
en om vergeving te vragen,

een nieuw begin te maken.
Laat ons zien waar het op aankomt,
wat waard is mee te dragen
op onze weg door de tijd achter Jezus aan.
Samen met uw pelgrimerend volk
vertrouwen wij ons toe aan U
die wij noemen: eeuwige, levende God.

Amen.

Pastoor C. Müller

Parabel van de verloren zoon                                                          

Op de 4e zondag van de Veertigdagentijd (27 maart) horen we het Evangelie van de verloren zoon (Lucas 15,1-3.11.32). Een man had 2 zonen. De jongste vertrekt en neemt mee een deel van het vermogen van zijn vader. In den vreemde verbrast hij het geld en raakt aan de bedelstaf. Aldaar komt hij tot inkeer. De hongersnood doet hem terugkeren naar zijn vader. Zijn vader ontvangt hem met open armen. Het verhaal laat iets zien van de overgrote liefde van God de Vader voor ons, zijn kinderen. De parabel wil ook ons aan het denken zetten. Ja, waar bevinden wij ons? Zien we nog wat we (om niet) ontvangen hebben? Of beschouwen we alles als het onze? Misschien dreigt in de toekomst ook bij ons een hongersnood … Goed is het na te denken over onze band met God de Vader. God nu laat Zich graag vinden. Hij ziet naar ons uit. Denk derhalve nooit te gering over Gods barmhartige liefde. Vertrouw dan op Hem. Hij wil zijn onze rots en onze redding.             

Pastoor C. Müller

Bekering                                                                                                       

Tijdens de Veertigdagentijd is het van belang dat we werk maken van onze bekering. Het is bij uitstek de tijd om meer te bidden, te vasten en aalmoezen te geven. Het is welbeschouwd een heilzame tijd. In het Evangelie van de 3e zondag van de Veertigdagentijd (20 maart) spreekt Jezus er uitdrukkelijk over. “Als gij u niet bekeert, zult ge allen op een dergelijke manier omkomen”. Even verder zegt de Heer het nogmaals. Dan vertelt Hij de parabel van een vijgenboom. Op een gegeven moment komt de eigenaar kijken of er vrucht aan zat, maar vond niets. Later blijkt dat hij al drie jaar vergeefs vruchten zocht aan die ene vijgenboom. Dan beveelt hij de wijngaardenier de boom om te hakken. Waartoe put hij de grond nog uit? De wijngaardenier vraagt nog om een jaar respijt. “Laat hem nog staan, ik zal de grond eromheen nog omspitten en er mest op brengen. Misschien draagt hij volgende jaar vrucht, zo niet dan kunt ge hem omhakken.”

Hoe de boom er na een jaar voor stond, dat vertelt het Evangelie niet. Het verhaal mag ons aan het denken zetten. Ja, hoe vruchtbaar is mijn leven, geestelijk gesproken? Ben ik bereid om te spitten zoals de wijngaardenier deed? Bekering vraagt om toewijding, dat we ons afkeren van wat verkeerd is en ons richten naar God. Het Evangelie wil daarbij voor ons een kompas zijn. Juist in deze tijd, waarin velen lijden onder de hebzucht van enkelen (oligarchen). Als zodanig is het goed de tekenen van de tijd te verstaan. Onze wereld bevindt zich thans in een grote crisis. Moge het ook voor ons een keerpunt zijn.

Pastoor C. Müller

Heilig Vormsel                                                                                              

Op vrijdag 11 maart 2022 a.s. vindt om 19.00u in de kerk van Arcen de tweejaarlijkse (gezamenlijke) Vormselviering plaats voor de vormelingen van onze parochies. Door het sacrament van het H. Vormsel kunnen de vormelingen getuigen van het geloof, indachtig de apostelen na de nederdaling van de H. Geest. We vieren het met Pinksteren. Onderstaande tekst van kardinaal Danneels wil ook ons er toe aanzetten. Geloof komt immers door horen (Paulus).

Getuigen

Een boodschap breng je over. Een getuigenis, dat bén je. Het is niet iets van jou: je bent het zelf. Een boodschap kun je brengen, thuisbezorgen en daarna weer rustig verdergaan. Er blijft niets in je kleren hangen. Van een getuigenis wel. Als je getuigt, is het voornaamste niet wat je zegt, maar wel dát je het zegt en dat je één wordt met je woorden. Want getuigenis mikt op geloof, meer dan op weten en begrijpen. Leraren dragen kennis over: ze eisen geen geloof. Ze leggen iets uit tot het duidelijk is. Alleen getuigen vragen geloof. Een getuigenis is anders. Die komt uit het hart en uit je diepste zelf. Die geef je niet af, die blijft bij je, ook lang nadat je hebt gesproken. Want een getuigenis is iets in jou en van jou. Je bezit de getuigenis niet, je bent haar. Wie getuigt, lijdt vaak ook pijn: hij geeft altijd een stuk van zichzelf prijs. Getuigenis is als je kind dat je het leven geeft: het neemt bij zijn geboorte een stuk mee van jezelf. En het blijft je kind dat je moet voeden en verzorgen.

Pastoor C. Müller

Veertigdagentijd

Met aswoensdag (2 maart) begint de Vastentijd, indachtig de 40 dagen die Jezus in de woestijn verbleef. Tijdens die dagen at Hij niets. Aan dit verblijf gaat de doop van de Heer vooraf; vervuld van de H. Geest, werd Hij door diezelfde H. Geest naar de woestijn gevoerd. Het staat er niet terloops. Jezus’ leven wordt geleid. Zonder de H. Geest kun je Hem überhaupt niet verstaan. In de woestijn wordt Jezus door de duivel op de proef gesteld. Jezus nu doorziet de verleidingen. Het zijn er drie.

Allereerst wil de duivel Jezus paaien (“Als Gij de Zoon van God zijt, beveel dan aan die steen daar dat hij in brood verandert.”). Ja, laat maar zien wij jij bent. Jezus gaat er niet op in, maar reageert met: “De mens leeft niet van brood alleen.” We dienen verder te kijken dan enkel dit bestaan.

De 2e “bekoring” door de duivel raakt aan het verlangen van de mens om hier rijkdom en aanzien te verwerven. Jezus reactie luidt: “De Heer uw God zult gij aanbidden en Hem alleen dienen.” Al het aardse is immers vergankelijk. Ware rijkdom vindt men in aanbidding van God en in het dienstbaar zijn.

Tot slot stelt de duivel aan Jezus voor: “Als Gij de zoon van God zijt, werp U dan vanaf deze plaats naar beneden; want er staat geschreven: Aan zijn engelen zal Hij omtrent U het bevel geven U te beschermen en zij zullen U op de handen nemen”.

In dit voorstel herkennen we de hoogmoed van de duivel. Jezus’ antwoord luidt: “Er is gezegd: Gij zult de Heer uw God niet op de proef stellen.”

Beziet men deze confrontatie tussen de duivel en Jezus, dan valt op dat Jezus telkens de pogingen van de duivel om te verleiden, doorziet. In plaats van Zichzelf centraal te stellen (waartoe de duivel aanzet), stelt Jezus Zijn verhouding tot Zijn Vader voorop. Deze Evangelie-perikoop wil voor ons een richtsnoer zijn bij bekoringen, om te zien wat de duivel wil, nl. dat wij vooral aan onszelf denken. Jezus nu liet Zich niet “strikken”. Het verhaal mag ons helpen beter te onderscheiden, wanneer wij beproefd worden. Juist in deze Veertigdagentijd.

   Pastoor C. Müller

Waar letten we op?                                                                                      

Binnenkort begint weer de vastentijd en wel op Aswoensdag (2 maart). Het is een tijd van voorbereiding op Pasen, het belangrijkste feest in onze kerk. Het Evangelie van zondag 27 februari (Lucas 6,39-45) geeft ons hiertoe een aanzet. Jezus heeft het over ons “zien”. Daarbij gebruikt Hij een treffend beeld, dat van de splinter en de balk in het oog van de ander, dan wel in die van onszelf. We menen vaak dat wijzelf zuiver zien en dat de ander het niet, dan wel minder goed ziet.

Jezus nu wijst ons erop dat we allereerst de balk uit ons eigen oog moeten halen. “Dan zul je scherp genoeg zien om de splinter te kunnen verwijderen uit het oog van uw broeder.”

Blijkbaar zijn we bijziend, geestelijk gesproken. Mogelijk omdat we onze eigen waarheid “zien” als dat wat juist is en waar. Maar is dat ook zo? Zijn we als mensen niet veelal subjectief (als het gaat om de ander, alsook onszelf) in plaats van objectief? Zo merken we bij de ander soms bepaalde dingen op, die we niet bij onszelf waarnemen. Wij mensen zijn vaak selectief “blind”, dan wel kort van memorie. Jezus nu wijst ons op het belang van een waarachtige zelfkennis. Hij die zichzelf kent, is veelal milder ten opzichte van de ander, dan hij die zichzelf nauwelijks kent.

Jezus maant ons daarbij niet te oordelen, noch te veroordelen. Want daarmee doe je de ander geen recht, noch goed. Al was het maar omdat die ander vaak even blind is als het gaat om zijn eigen onvolkomenheden, als wij zelf. Beter is het stil te staan bij de vraag: Wat is eigenlijk waar en juist en goed? Het is een vraag die hoort bij de Vastentijd, een tijd waarin we onszelf mogen beschouwen in het Licht van Gods Woord. Ja, wie weet, wat we allemaal nog zullen “ontdekken”?

Pastoor C. Müller