Maria bezoekt haar nicht Elisabeth                                                 

Het Evangelie van de 4e zondag van de Advent vertelt het verhaal van een bijzondere ontmoeting. Maria, zelf zwanger, gaat naar haar nicht Elisabeth, om haar te helpen. Ook haar zwangerschap was bijzonder. Zij en haar man Zacharias - beiden op leeftijd - hadden hun hoop op een kind reeds opgegeven, toen een engel de zwangerschap van Elisabeth aankondigde. Iets soortgelijks overkwam nadien ook Maria.

Tijdens hun ontmoeting sprong het kind van Elisabeth in haar schoot op van vreugde. Zij verstond het als een teken dat Maria moeder van de Heer zou worden. Haar zoon kennen we als Johannes de Doper. Opmerkelijk is dat hij (de voorloper) reeds in de schoot van zijn moeder verwijst naar Jezus (in de schoot van Maria).

Tijdens die ontmoeting wordt Elisabeth vervuld door de H. Geest. In en vanuit die H. Geest zegt ze de beroemde woorden: “Gij zijt de gezegende onder de vrouwen en gezegend is de vrucht van uw schoot.”

We bidden die zin telkens als we een Weesgegroet bidden. We gedenken het met name als we het 2e geheim van de zgn. blijde geheimen overwegen: Maria bezoekt haar nicht Elisabeth.

In de Advent mogen we tot Maria gaan en haar vragen om beter het geheim van Gods Menswording te verstaan. Laten we daarbij tevens God danken voor deze blijde boodschap van ontferming, waarin Hij ons de komst van Zijn zeer geliefde Zoon Jezus Christus heeft aangekondigd. 

Pastoor C. Müller

“Wat moeten wij doen?”                                                                               

“Wat ben jij bereid te doen voor de ander in de Advent?” Het is een vraag die velen ontgaat, terwijl het in de Advent ook om het doen van boete gaat, mede ten bate van anderen.

In het Evangelie van de 3e zondag van de Advent (11 december) geeft Johannes de Doper op de vraag van de mensen: “Wat moeten wij doen?” - een duidelijk antwoord. “Wie dubbele kleding heeft, laat hij delen met wie niets heeft, en wie voedsel heeft, laat hij hetzelfde doen.” Tegen de tollenaars zei hij: “Niet méér vragen dan voor u is vastgesteld.”. En tegen de soldaten: “Niemand uitplunderen, niemand iets afpersen, maar tevreden zijn met uw soldij.”

Het is van belang om te zien naar de anderen in wie Christus schuilgaat.  De H. Martinus van Tours (feestdag 11 november) deed letterlijk wat hier in het Evangelie staat geschreven. De overlevering leert ons dat Martinus nadat hij de helft van zijn mantel aan een bedelaar had gegeven, nadien een droom had waarin Christus aan hem verscheen, die de helft van de mantel droeg die Martinus vlak daarvoor aan een behoeftige had geschonken.

Ofschoon we in de maand december gewoon zijn cadeaus te kopen voor onze dierbaren, is het goed ons de vraag te stellen welke minderbedeelden we nu zouden kunnen helpen. Als we dat doen, leren we verder te kijken; iets waartoe de Advent ook oproept. Daarom, open de ogen van je hart, er is immers zoveel meer te zien dan de vele kleine lichtjes in de winkels en de straten.

Pastoor C. Müller

 

 

Johannes de Doper                                                                                     

Bij de Advent horen diverse personen, te weten Maria, de Moeder van Jezus; Sint Jozef, die als echtgenoot en voedstervader intens meeleeft met Maria die zwanger is; alsook Johannes de Doper, de profeet die verwijst naar Jezus. De naam Johannes komt van het Hebreeuw-se Jochanan, wat betekent: God is genadig. De 4 evangelies be-nadrukken met name de rol van Johannes als wegbereider voor Jezus. Johannes wordt beschouwd als de opgestane Elia, die de komst van de Messias aankondigt. Hij zegt dat er iemand komt die machtiger is dan hij, en die doopt met vuur en met de heilige Geest (Mt. 3:11).

De synoptici (Marcus, Matteüs en Lucas) vermelden dat Johannes leefde als een asceet en gekleed was in een mantel van kameelhaar en een leren gordel. Hij at sprinkhanen en wilde honing om in leven te blijven. Hij werd ‘de doper' genoemd, omdat hij in de Jordaan mensen doopte. Johannes had veel leerlingen. Een aantal ervan werd leerling van Jezus: o.a. de apostel Andreas (Johannes 1, 35-40). Johannes riep zijn toehoorders op om hun zonden te belijden en tot inkeer te komen. Als zodanig hoort bij uitstek bij de Advent, een tijd van bezinning, welke voorafgaat aan de komst van Jezus in de wereld. Later, met de doop van Jezus door Johannes begint feitelijk Jezus openbaar leven. Johannes is diegene die zegt: “Hij moet groter worden en ik kleiner”. (Joh. 3,30) Het is een zinnetje om over na te denken, indachtig God Zelf die uit de hemel afdaalt en de omgekeerde weg heeft afgelegd; Zich heeft vernederd om ons te verheffen.

Pastoor C. Müller

 

Advent                                                                                              

Komende zondag (28 november) -de eerste zondag van het nieuwe kerkelijk jaar (C)- begint de Advent, de tijd van voorbereiding op het geboortefeest van onze Redder en Heiland Jezus Christus. In de vier weken die volgen staan we stil bij de eerste komst van Gods Zoon, 2000 jaar geleden en kijken we tevens vooruit naar Zijn wederkomst.

Door Zijn Menswording is God ons heel nabij gekomen. Later, door de instelling van de H. Eucharistie, wordt dit aspect van ons geloof feitelijk hernomen. Door de H. Communie komt God ook nu naar ons toe. Zoals eens de herders en de wijzen naar Jezus gingen om Hem te eren, zo mogen ook wij ons leven hernieuwen door telkens op weg te gaan, de Heer tegemoet, die Zich laat vinden door die Hem zoeken. Zowel de herders als de wijzen lieten zich hierbij leiden (“helpen”) door tekens van boven, zo mogen ook wij open en ontvankelijk voortgaan, ons bezinnen op Hem wiens komst wij binnenkort weer vieren. Weet dan (indachtig de 2e prefatie van de Advent) dat het “de Heer zelf is die in ons de vreugde en de kracht ontsteekt om toe te leven naar de dag van zijn geboorte. Laat Hij ons vinden, waakzaam, biddend, vol van dat geheim, zingend van alle grote dingen die Hij heeft gedaan.” Om het geheim van Gods Menswording beter te verstaan, is het van belang de houding van een kind aan te nemen. Daarbij kan het helpen terug te denken aan uw eigen jeugd en de indrukken die u destijds als kind opdeed. Moge het ook voor u een gezegende tijd zijn, onverlet corona en de begrenzingen die daar bij horen.

Pastoor C. Müller

 

Christus, Koning van het heelal                                                                  

In de liturgie stelt de kerk op de laatste zondag van het kerkelijk jaar de universele dimensie van Christus centraal, Hij is de Koning van het heelal. Het mag ons aan het denken zetten, aangezien het heelal oneindig groot is. Het is als zodanig een verwijzing naar God Zelf, indachtig Romeinen1:18-20. Als je je er nader in verdiept, dan sta je versteld over hoe klein onze aarde is in dat ontzagwekkende geheel. De mens op de aarde is in dat kader oneindig “in het kwadraat”.

Opmerkelijk nu is dat God juist oog heeft voor die kleine mens, die anno 2021 meent dat hij zichzelf kan scheppen. Neem nu de gender-ideologie, in de VS en Europa is vaker sprake van onverdraagzaamheid van identiteitsbewegingen, die een soort seculier ‘verlossings-perspectief’ bieden waarbij ze het gehele menszijn reduceren tot enkele fysieke eigenschappen, zoals ras, seksualiteit of geslacht (aldus Anton de Wit in zijn commentaar in een recente editie van het Katholiek Nieuwsblad). Die gender-ideologie staat haaks op de Scheppingsleer en roept bij velen weerstand op. Griezelig is het dat de EU deze gender-ideologie al enige tijd gemeengoed wil laten worden. Maar waar moet het naar toe, als de mens meent zichzelf te kunnen (her)scheppen … ? Het heeft in zich iets duivels, indachtig het verhaal van de zondeval, waarbij de slang Eva verleidde met de woorden: “U zult helemaal niet sterven. God weet dat uw ogen open zullen gaan als u eet van die boom, en dat u dan gelijk zult worden aan God, door de kennis van goed en kwaad” (Gen. 3,4-5). Als Kerk geloven we in de heiligheid van het leven, ons door God gegeven, Hij die is Koning van het heelal. Dat hebben we te respecteren.

Pastoor C. Müller

Weest waakzaam                                                                                        

In onze hectische tijd eisen heel wat zaken onze aandacht op. Dan kan het gebeuren dat we min of meer verdeeld raken. Onze aandacht raakt meer en meer versnipperd. We  verliezen ons in tal van details en afspraken. Wat echt belangrijk is, raakt gaandeweg uit beeld, terwijl het er aanvankelijk om ging alles te overzien en alle spreekwoordelijke ballen in de lucht te houden. De moderne mens als goochelaar, die gaandeweg bijziend is geworden. Duidelijk moge zijn dat zo’n leven vaak leidt tot een chronisch moe zijn in meerdere opzichten. Sommigen stranden in een burn-out; anderen trekken zich terug, keren zich af.

In het Evangelie roept de Heer ons op tot waakzaamheid. Ja, weest waakzaam; leer te onderscheiden, immers niet alles is belangrijk en voornaam. Mensen merken het soms pas op, als ze alles hebben verloren. Dan zien ze weer waar het eigenlijk om gaat, om wat wezenlijk is en wat bijzaak. Het is best jammer, dat velen dit niet meer opmerken. Men wil alles meemaken, zien, en ervaren. Daardoor merkt men paradoxaal veel juist niet meer op. Zo kunnen mensen gaandeweg vervreemd raken van zichzelf en de ander.

Door te onthaasten, door opnieuw te kiezen en de tijd anders in te delen, kan men een draai geven aan het eigen bestaan. Corona heeft de mens weer doen nadenken over zijn eigen drijfveren. Maar is het voldoende? Dienen we niet nog verder te kijken? Immers, een mensenleven is zo voorbij. Ja, moge onze waakzaamheid verder reiken dan de eigen horizon, het eigen bestaan. De klimaatcrisis spoort ons daartoe thans aan, maar al veel eerder het Evangelie. Ja, weest waakzaam. Eens zullen ook wij hier alles moeten loslaten. In dat licht krijgt alles wat we doen en hebben gedaan een andere context, het overwegen waard.

Pastoor C. Müller

Sint Willibrordus  (658 - 739)                                                           

Op zondag 7 november vieren we het Hoogfeest van de H. Willibrordus, bisschop, verkondiger van ons geloof en patroon van de Nederlandse Kerkprovincie. Hij werd geboren als zoon van pas bekeerde ouders en werd als jong kind door zijn vader Wilgis als oblaat toevertrouwd aan Benedictijnen nabij York in Engeland, voordat zijn vader zelf als kluizenaar ging leven. Toen hij vijftien was legde Willibrordus de gelofte af, kreeg het monnikshabijt en de tonsuur. Bij hem groeide de wens op pelgrimstocht (peregrinatio) te gaan. Op zijn 20e vertrok Willibrordus naar Ierland. In de Abdij van Rathmelsigi onderwierp hij zich onder abt Egbert aan een regime van strenge tucht. Hij zou er dertien jaar blijven. Willibrordus was er getuige van Egberts gestrande missie naar Frisia en de vruchteloze Friese missie van Wigbert. Tien jaar later (30 jaar oud) werd hij in 688 tot priester gewijd. In 689 behaalde de Frankische hofmeier Pepijn van Herstal een grote overwinning op de Friese koning Radboud en kreeg Frisia citerior (gebied ten zuiden van de Rijn) in handen. Willibrordus’ wens om de Frisii te bekeren kon nu in vervulling gaan. Hij begon met zijn kersteningsmissie van de Friezen. Van daaruit bezocht Willibrordus een groot gebied dat zich uitstrekt van de Lauwerszee tot België en Luxemburg toe. Door de steun van Pepijn van Herstal kreeg hij van de Frankische adel een groot aantal landgoederen. Hij zorgde er voor dat veel kerken en kloosters werden gebouwd en gesticht. Willibrordus stierf op 7 november 739 (81 jaar) en werd op eigen verzoek begraven in Echternach. Rond zijn persoon bestaan tal van legenden, waaronder de volgende:

“Vanaf het allereerste moment van Willibrordus' bestaan was het duidelijk, dat God bijzondere plannen met hem had. Zijn moeder, een vrome christelijke vrouw, had in haar slaap een merkwaardig droomgezicht. Zij meende aan de hemel een nieuwe maan te zien rijzen, die geleidelijk al maar voller werd. Op het moment dat het een compleet volle maan was, viel deze uit de hemel zomaar in haar mond. Inwendig werd zij er helemaal door verlicht, en een prachtig schijnsel scheen uit haar buik te komen. De volgende dag ging zij met haar droom onmiddellijk naar de vrome, oude priester van het kerkje bij haar in de buurt. Deze vroeg, of zij vannacht gemeenschap had gehad met haar man. Met enige schroom bevestigde zij dat. Daarop antwoordde de oude wijze priester: 'De maan die u hebt gezien in uw droom, stelt het kind voor dat u vannacht hebt ontvangen. Het zal het licht der waarheid laten stralen in de duisternis van het heidendom. De hele wereld zal profiteren van het licht dat hij zal komen brengen in naam van God onze Heer.' Nadat haar dagen vervuld waren, schonk zij inderdaad het leven aan een zoon, juist zoals de oude priester negen maanden tevoren had voorspeld.

Pastoor C. Müller