Weest waakzaam

In de lezingen tijdens de eucharistievieringen op de vier zondagen van de Advent is er veel aandacht voor profeten, voor Johannes de Doper en Maria. De teksten willen niet alleen stilstaan bij het verleden. Ze roepen ons op om het eigen leven af te stemmen op de komst van die Redder. In de drie cycli van het liturgisch jaar wordt tijdens de Advent telkens een andere invalshoek gekozen: A-jaar: vrede; B-jaar: licht; C-jaar: kind. Door met die verschillende accenten rekening te houden, krijgt men een zekere variatie in de benadering van de Advent.
Vanaf 29 november 2020 volgen we in de liturgie het zgn. B-jaar.
Het Evangelie van de 1e zondag van de Advent roept op tot waakzaamheid. Ons leven hier is immers vergankelijk. De Coronapandemie maakt ons er meer van bewust. Meer dan anders dienen we waakzaam te zijn. Niet enkel voor dit leven, maar ook met het oog op dat andere, eeuwige leven. De Advent is bij uitstek een tijd om ons te bezinnen op onze relatie tot God én de naaste. Ja, hoe gaan we om met God? Met onszelf … en hoe verstaan we ons tot de medemens, dichtbij en veraf, in het licht van het Evangelie? Genoeg om over na te denken, genoeg om voor te bidden.

Pastoor C. Müller

Count your blessings …

In tegenstelling tot het gewone kalenderjaar, eindigt het zgn. kerkelijk jaar altijd eerder en wel 5 weken voor Kerstmis, een week voor de eerste zondag van de Advent, die het begin van een nieuw kerkelijk jaar markeert. Op de laatste zondag van het kerkelijk jaar vieren we traditiegetrouw het Hoogfeest van Christus, Koning van het heelal. In menig parochie wordt dan stilgestaan bij het voorbije jaar. Veel is er immers om voor te danken. In Amerika kent men het gezegde: “Count your blessings”; het betekent: “Tel je zegeningen”. In Nederland zeggen we in dit verband wel vaker: “Het glas is niet half leeg, maar half vol”
Ja, waar let je op, als het tegenzit?
Het interessante is dat mensen bij tegenslag vaak meer oog krijgen voor hun zegeningen, ook al zien ze die niet direct als komende van boven. Voor gelovige mensen is dit trouwens ook niet altijd evident. Vaak zien ook zij eerder dat wat ontbreekt, dan dát wat ze wel hebben. Een andere kwestie is: Hoe breed kijken we? Mensen in andere landen zijn dikwijls veel slechter af, als het gaat om Corona en alles wat ermee verband houdt.
Daarom … tel je zegeningen! Heel wat mensen hebben inmiddels geleerd om te gaan met minder en ontdekken dat ze best veel onnodige zaken bezitten. De coronacrisis heeft menigeen meer bewust doen zijn van de betrekkelijkheid van waarden en zaken, waarvan we dachten niet zonder te kunnen. Welnu, onder druk wordt veel vloeibaar. Het is iets om te overwegen. Maar ook om het in groter verband te beschouwen, omdat alles een plaats heeft in Gods heilsplan, ook dat wat we niet altijd begrijpen. Derhalve, zeg niet “half leeg”, maar zie de potentie van wat je wél hebt en … koester dat.

Pastoor C. Müller

Welke talenten heb je … en wat doe je ermee?

Een van de bekendste parabels uit het Evangelie betreft de gelijkenis over de talenten (Mt.25,14-30). Er was eens een man die zijn bezit aan zijn dienaars toevertrouwde alvorens naar het buitenland te gaan. Een kreeg 5 talenten, de ander twee en de derde één; ieder naar zijn bekwaamheid. Later keert hij terug en roept zijn dienaren bij zich. Wat zouden zij met zijn vermogen hebben gedaan?
Eén talent stond destijds gelijk aan het loon voor 6.000 werkdagen van een dagloner. Omgerekend gaat het om ongeveer de waarde van 25 jaarsalarissen. Bij 5 talenten gaat het om 125 jaarsalarissen. Stel je eens voor … wat voor goeds zou jij daarmee allemaal kunnen doen?
De eerste dienaar weet van de 5 talenten 10 te maken. Voor de eigenaar betekent het onder meer dat hij van de verdiensten 125 mensen een jaar lang zou kunnen voorzien van alle basisbehoeften.
De parabel mag ons aan het denken zetten. Ja, wat doen wij met dat wat God ons in beheer heeft gegeven? Maar ook, zie eens hoe door jouw inzet het leven van anderen ten goede is veranderd doordat jij met je talenten hebt gewoekerd, die God aan ieder van ons heeft gegeven, mede ten bate van anderen?
Soms weten mensen niet goed waarin zij getalenteerd zijn. Welnu, je ontdekt het maar door gewoon te beginnen, je best te doen en God te vragen je daarbij te helpen. Het zijn immers Zijn talenten die Hij jou in beheer heeft gegeven. Maar dat niet alleen. Onze Schepper en Heer houdt daarbij steeds rekening met eenieders bekwaamheid en eenieders geloof. Het is aan ons om er iets mee te doen. Want dat verwacht God van ons. Hij wil dat ons leven tot zegen wordt voor anderen. Moge de Heer dan uw werk en inzet zegenen, ten bate van u, de uwen en derden, en tot meerdere eer en glorie van God.

Pastoor C. Müller

Weest waakzaam …

In het Evangelie van de 32e zondag door het jaar (8 november) wordt de bekende parabel van tien maagden verteld; 5 ervan waren dom, de andere 5 verstandig. De domme keken niet verder dan hun neus lang was, zij namen enkel hun lampen mee, echter geen olie. De verstandige namen naast hun lampen ook olie mee - onderweg naar de bruidegom. Terwijl de bruidegom op zich liet wachten, dommelden allen in. Midden in de nacht werden ze gewekt: “Daar is de bruidegom. Trekt hem tegemoet!” De verstandigen kwamen op tijd (zij hadden olie), de dommen niet.
De parabel gaat over onze waakzaamheid. Ja, zijn we geestelijk gesproken alert, leven we naar het bruiloftsfeest toe met onze bruidegom Jezus Christus, wiens bruid we zijn (beeld voor de kerk)? Misschien hebben ook wij geen olie meer, beeld voor o.m. ons geloof en onze liefde? Kijken we niet verder dan het hier en nu en gaan we zo op in dit leven, dat we überhaupt niet meer verder kijken en uitzien naar het eeuwige leven. Terwijl juist dat het ware leven betreft.
In de moraaltheologie wordt in dit verband over de geestelijke traagheid gesproken, een van de 7 hoofdzonden (acedia). Ja, als christenen dienen we steeds waakzaam te zijn … ‘”want gij kent dag noch uur”. Het is en blijft zaak alles in een groter perspectief te zien en onze blik niet te versmallen tot enkel deze werkelijkheid, die zo vergankelijk is.

Pastoor C. Müller

Allerzielen
Ieder jaar gedenkt de Kerk na het Hoogfeest van Allerheiligen hen die overleden zijn, maar nog niet bij God. Feitelijk bidt zij niet alleen met Allerzielen voor de overledenen, maar doet ze het bij monde van de priester tijdens iedere H. Mis. Door Zijn Levensoffer heeft de Heer de hemel ontsloten. Jezus is de Middelaar, de Verlosser, de Heiland. Aan Hem mogen we niet alleen onszelf toevertrouwen, maar ook onze dierbaren, die ons ontvallen zijn. Aan Hem mogen we hen toevertrouwen, indachtig ook Zijn gebed voor alle leerlingen ten overstaan van Zijn en Onze Vader: “Heilige Vader, bewaar in uw naam hen die gij mij gegeven hebt, opdat zij één mogen zijn zoals wij.” (Johannes 17,11). Goed is te weten dat ons bidden voor de overledenen onze band met hen versterkt. Ze zijn immers niet weg, hun ziel leeft verder – tegelijkertijd dichtbij en veraf.

Gebed voor een gestorvene
Jij, die omgeven wordt door licht - ik weet: je dood is een geboorte. Jouw leven hier is voltooid, daarom ging je heen, terug naar het stralende licht, naar Hem die jou geschapen heeft. Moge God je zegenen op jouw weg naar Hem toe. Liefde is sterker dan de dood, ze blijft ons verbinden, over alle grenzen heen. Dat God jou in Zijn Liefde moge bergen! Adieu.

Pastoor C. Müller