Vastenbrief van onze bisschop                                                                   

Afgelopen weekend werd tijdens de HH. Missen de Vastenbrief van onze bisschop voorgelezen. Voor de volledige tekst verwijs ik de lezer hier naar onderstaande link.

Volgens onze bisschop kan de huidige “Quarantaine” ons dichter bij God brengen. Ze  brengt het menszijn terug naar de essentie: ze confronteert ons met onszelf en onze driften, maar ook met onze vrijheid om Gods genade te ontvangen. Onze bisschop verbindt de Bijbelverhalen van Noach in de ark en Jezus die veertig dagen in woestijn verbleef met de coronapandemie, die ervoor zorgt dat mensen in onze tijd zich noodgedwongen van anderen moeten afzonderen. Volgens hem worden mensen in zo’n periode geconfronteerd met twee soorten krachten: natuurlijke oerdriften en krachten die we van Gods genade krijgen.

In dit verband wijst Mgr. Smeets op de rellen van enkele weken geleden, waarbij redeloos gedrag zich van mensen meester leek te maken. Daar staan volgens hem ook heel veel goede daden van anderen tegenover. ‘Het goede dat we doen, komt minder in de publiciteit dan het kwade. Maar dat wil niet zeggen dat het er niet is. Ook en juist in dit laatste jaar zien we belangeloze daden van medemenselijkheid en nabijheid en ervaren veel mensen midden in de pandemie dat bidden kracht geeft. Het zijn tekenen dat wij ook in onze woestijndagen dichter bij God kunnen komen’, aldus onze bisschop. De volledige vastenboodschap van de bisschop is te lezen op: www.bisdom-roermond.nl/Vastenbrief-bisschop-smeets-2021 

 

                                                                                                                                     Pastoor C. Müller    

Vastentijd                                                                                                     

Komende zondag vieren we weer de eerste zondag van de Vastentijd, als voorbereiding op het belangrijkste feest in onze kerk: Pasen. Met dat feest staan we stil bij de verrijzenis des Heren. Het Evangelie van de eerste zondag van de Vastentijd vertelt ons hoe Jezus door de Geest gedreven, Zich veertig dagen ophield in de woestijn, alwaar Hij door de duivel op de proef werd gesteld. In de joodse en christelijke  traditie heeft het getal veertig een speciale betekenis.

In de Bijbel komt het getal 40 veelvuldig voor; veertig heeft betrekking op voorbereiding en verwachting. Maar ook op vasten en boetedoening of zuivering (‘quarantaine’). De zondvloed duurde veertig dagen en nachten (Genesis 7:12) en Noach wachtte 40 dagen voordat hij de ark opende (Genesis 8:6). Mozes verbleef veertig dagen en nachten op de Sinaï om er de Tien geboden te ontvangen. De Israëlieten trokken veertig jaar onder leiding van Mozes door de Sinaïwoestijn. Goliath daagde de Israëlieten veertig dagen lang uit voordat David hem ging bevechten (1 Samuël 17:16). Elia ging door de kracht van de spijs die de engel hem gaf 40 dagen en nachten tot aan de berg Gods, Horeb (1 Koningen 19). Jona preekte in Ninive dat de stad over veertig dagen verwoest zou worden (Jona 3:4). Na zijn doop vastte Jezus veertig dagen in de woestijn en werd toen door de duivel beproefd. Na zijn opstanding verscheen Jezus veertig dagen aan zijn discipelen alvorens naar de hemel op te varen (Handelingen 1:3). De periode van het paasfeest  tot Hemelvaartsdag duurt daarom veertig dagen.

In de prefaties welke horen bij liturgie van de H. Mis tijdens de Vastentijd staan diverse  passages, welke het karakter van de Vastentijd goed typeren:

Gij gunt uw gelovigen de vreugde jaarlijks met een zuiver hart naar het paasfeest toe te gaan: dit is een tijd van meer toeleg op het bidden, van grotere aandacht voor de liefde tot de naaste, een tijd van grotere trouw aan de sacramenten waarin wij zijn herboren (Doopsel, Eucharistie en Biecht). Zo groeien wij tot de volheid der genade die Gij uw kinderen hebt toegezegd. (prefatie I)

Gij schenkt ons een heilzame tijd om ons hart weer zuiver te maken: vrij van zelfzucht en zonde zullen wij het vergankelijke zó gebruiken, dat ons hart gericht blijft op het eeuwige. (prefatie II)

Gij hebt gewild dat wij U dank betuigen door onszelf te versterven. Zo behoedt Gij ons, zondaars, voor overmoed en eigenwaan en doordat wij het voedsel broederlijk delen met hen die honger hebben, maakt Gij ons tot navolgers van uw mildheid. (prefatie III)

Als wij vasten weerhoudt Gij ons van het kwaad en richt Gij onze geest op U, maakt Gij ons tot deugdzame mensen en schenkt Gij ons de overwinning door Christus onze Heer. (prefatie IV)

Pastoor C. Müller

Melaatsheid                                                                                                  

In het Evangelie van zondag 14 februari (6e zondag door het jaar) geneest Jezus een melaatse. In die dagen was een melaatse niet enkel een zieke, maar ook een soort paria, een uitgestotene. De melaatse leefde afgezonderd, dikwijls in een soort kolonie met lotgenoten vanwege het besmettingsgevaar. Mogelijk ook omdat hun gezicht, handen en voeten dikwijls misvormd waren. Mochten zij buiten het dorp iemand onverhoopt tegenkomen, dat moesten ze roepen “onrein, onrein”. Lepra werd vaak in verband gebracht met een zondig verleden, als een soort van straf.

Wanneer Jezus de melaatse geneest (feitelijk wordt hier gesproken over reinigen), doet Hij 2 dingen. Hij raakt de melaatse aan en zegt tegelijkertijd: “Ik wil, word rein”. Terstond verdween daarop de melaatsheid en was de man gereinigd.

Het verhaal doet denken aan dat andere bijbelverhaal, waar een vrouw al vele jaren aan bloedvloeiing leed (Lucas 8, 40-56). Zij is niet alleen ernstig ziek, maar ook voor de gemeenschap een uitgestotene. Volgens de Joodse wetten was zij immers onrein en mocht niemand haar aanraken, noch mocht zij anderen aanraken. Ze raakt Jezus evenwel aan. “En meteen was het over, het bloeden, en zij werd gewaar aan haar lichaam dat zij van haar kwaal was genezen.” Jezus merkt onmiddellijk op dat er kracht van Hem was uitgegaan. Hij keert Zich en zegt: “Wie raakte daar aan mijn kleren?“

Het verhaal van zowel de melaatse als dat van de vrouw, laten zien hoe groot de liefde van God voor ons mensen is, al zijn we nog zo ziek, geschonden, dan wel zondig. De melaatse ging naar Jezus toe, zo ook de vrouw. De Heer is beiden ter wille. Derhalve - wat let ons om net als deze 2 zieken naar de Heer toe te gaan? Hij vraagt van ons enkel geloof.

 

Pastoor C. Müller

Bedenk dat uw leven een ademtocht is (naar Job 7,7)                              

De lezingen van de 5e zondag door het jaar (7 febr.) gaan onder meer over het leven, met al haar zorgen en noden. Voor menigeen is het een strijd, een worsteling. Anderen leven hier alsof dit het enige leven is, terwijl het slechts een ademtocht is, aldus het boek Job. Ook ons leven vliegt snel voorbij. Iemand schreef ooit: “Leef alsof het je laatste dag is”; dan zul je ongetwijfeld andere keuzes maken.

Tijd is een kostbaar goed … Enkel God weet hoeveel dagen ons hier gegeven zijn. De apostel Paulus was ervan doordrongen, blijkens de 2e lezing, waarin hij zegt: “Wee mij als ik het evangelie niet verkondig!” Hij beseft terdege dat de Heer hem geroepen heeft en dat hij een grote verantwoordelijkheid draagt, mede gelet op de eerste helft van zijn leven. In het Evangelie lezen we hoe Jezus weldoende rondging, mensen genas en hen de Blijde Boodschap verkondigde. Voorts hoe Hij ’s nachts vaak bad tot Zijn en Onze Vader. Jezus benutte ieder ogenblik ten goede, tot heil van de mensen.

Als de leerlingen Hem zoeken, vinden ze Hem in gebed. Ze merken op: “Iedereen zoekt U”. Daarop geeft Hij hen te kennen: “Laten we ergens anders heen gaan, naar de dorpen in de omtrek, opdat Ik ook daar kan prediken. Daartoe immers ben Ik uitgegaan”. Jezus trok door heel Galilea, predikte in hun synagogen en dreef de boze geesten uit, zonder acht te slaan op Zichzelf. De liefde voor Zijn en Onze Vader en die voor de mensen lieten Hem geen rust. Het mag ons aan het denken zetten. Ja, hoe benutten we de tijd die ons hier is gegeven? Het is deels “onze” tijd, in zoverre we er vrij over kunnen beschikken, maar altijd ook een tijd die ons is gegeven.

                                                                                                                        Pastoor C. Müller

Huiszegen                                                                                                    

In meerdere parochies bestaat het gebruik om bij het begin van het nieuwe jaar de zgn. huiszegen uit te delen. Met het oog op de Corona-pandemie, is het zinnig een en ander te overwegen. Zou zo’n huiszegen u niet kunnen behoeden voor onheil en rampspoed (waaronder besmettelijke ziekten)? U kunt desgewenst telefonisch een afspraak maken met uw pastoor, die dan uw woning komt inzegenen, bij voorkeur in de middag, gelet op de avondklok. Normaliter zegent en besprenkelt de priester dan niet alleen de woonkamer, maar iedere kamer van de woning.

 

Achtergrond

Van oudsher en in bepaalde streken is het een goede gewoonte om bij gelegenheid van het nieuwe jaar het huis te laten zegenen. Zo wordt in Duitsland en ook elders op de deurpost aan de ingang van ieders huis op Driekoningen het jaartal geschreven (met kalk/krijt) plus de letters C+M+B. Het opschrift blijft volgens de traditie staan tot het feest van Pinksteren als uitdrukking van het christelijk geloof van de bewoners van het huis en als bescherming tegen de machten van het kwaad.

Betekenis van de huiszegen: 20+C+M+B+21         
C+M+B : De 3 Wijzen: Caspar + Melchior + Balthasar.      
Deze letters worden in verband gebracht met de 3 wijzen (koningen) uit het oosten.

 

C+M+B : Zegentekst - Christus Mansionem Benedicat.     
Deze letters zijn ook de beginletters van de zegentekst “Christus Mansionem Benedicat”, dit betekent: “Christus zegene dit huis”.


C+M+B: Openbaring Cana Magi Baptisma.
De letters worden ook in verband gebracht met de drievoudige openbaring van de Heer. Kerstmis is het feest van de openbaring aan alle mensen.   Deze openbaring van God wordt gevierd met Driekoningen; bij het feest van de Doop van de Heer en bij het eerste wonder van Christus in Kana. De letters verwijzen daarmee ook naar deze feesten: Bruiloft te Kana (Cana) / Aanbidding van de Wijzen (Magi) / Doop van de Heer (Baptisma).

                                                                               

                                                                                                                        Pastoor C. Müller