Meimaand – Mariamaand

In de maand mei eren we als Kerk van oudsher Maria, de Moeder van de Heer. En dat is goed en heilzaam, aldus de grote Marialoog - de heilige Louis Marie Grignion de Montfort (+ 1716). In zijn bekende werk: “De ware Godsvrucht” schrijft hij onder meer: “Mijn bedoeling was aan te tonen, dat het gebrek aan kennis van Maria een van de redenen is waarom ook Jezus Christus niet naar behoren wordt gekend. Indien de wereld eens Jezus Christus volledig zal kennen en zijn heerschappij aanvaarden, dan zal dat een gevolg zijn van het feit, dat men de allerheiligste Maagd Maria beter heeft leren kennen en zich onder-worpen heeft aan haar heerschappij.” (no. 13). Hierbij is het tevens van belang te weten dat alle genaden van Godswege door haar handen gaan. “God, de heilige Geest heeft aan Maria, zijn trouwe Bruid, zijn onuitsprekelijke gave geschonken. Hij koos haar uit tot uitdeelster van zijn bezit, zodat zij al zijn gaven en genaden wegschenken kan en het recht heeft vrij te beslissen over personen, hoeveelheid, wijze van schenking en tijdstip. Er daalt geen enkele gunst van de hemel naar de aarde of ze gaat door haar maagdelijke handen. Zo is nu eenmaal Gods heilige wil: dat wij alles door Maria zouden ontvangen.” (no. 25)

Gebed
God, Gij hebt ons Maria gegeven als moeder; schenk op haar voorspraak aan zieken genezing, aan bedroefden vertroosting, aan zondaars vergiffenis, en aan ons allen heil en vrede. Dank zij U is Maria vol van genade; schenk ons allen de blijdschap van Uw overvloedige genade. Maak Uw Kerk één van hart en één van ziel in ware liefde, en laat alle gelovigen eensgezind volharden in het gebed samen met Maria, de moeder van Jezus. Gij hebt Maria gekroond tot koningin van de Hemel; neem de overledenen voor altijd op in de vreugde van Uw Rijk, samen met alle heiligen. Amen.

 


Pastoor C. Müller

Zondag van de Goddelijke Barmhartigheid - Jezus, ik vertrouw op U.

De Poolse Helena Kowalska komt als derde van uiteindelijk tien kinderen ter wereld en wel op 25 augustus 1905. Twintig jaar oud treedt zij in bij de zusters van Onze Lieve Vrouw van Barmhartigheid en kiest als kloosternaam zuster Maria-Faustina. Enkele jaren later verschijnt de lijdende Heer aan haar en vraagt of zij zich helemaal aan Hem wil geven. Zuster Faustina vertelt haar biechtvader over haar hemelse bezoeken. Hij gebiedt haar de boodschappen van de hemel op te schrijven, iets wat Jezus later zal bevestigen. Zuster Faustina geeft zich met hart en ziel aan de Heer. Eens is Jezus zo verdrietig, het gebrek aan vertrouwen verscheurt Hem. Hij vraagt 'zijn zuster' de wereld te vertellen van zijn barmhartigheid. De grootste zondaar heeft het meeste recht op zijn barmhartigheid. De priesters moeten spreken over zijn barmhartigheid. Er zal geen vrede zijn als het mensdom niet nadert tot zijn onuitputtelijke barmhartigheid. Jezus vertelt hoe wij zijn barmhartig-heid kunnen verkrijgen. Zuster Faustina ziet een afbeelding van de Heer met twee stralen vanuit zijn Hart en daaronder geschreven 'Jezus ik vertrouw op U'. Jezus belooft dat degenen die deze afbeelding op aarde vereren niet verloren zullen gaan. Ook moeten de mensen weer een kinderlijk vertrouwen in Hem krijgen. Verder wil Jezus dat op de eerste zondag na Pasen (Beloken Pasen) het feest van de Goddelijke barmhartigheid wordt ingevoerd. Wie op deze bijzondere dag biecht en communiceert, krijgt kwijtschelding van alle zonden en zal overstelpt worden met genaden. Al zijn de zonden nog zo afschuwelijk, op die dag zal Hij vergeving schenken.
Faustina weet dat de prijs voor haar liefde het lijden is. Door haar “ja” brengt zij talloze zondaars terug bij God. Op 5 oktober 1938 sterft Faustina aan tuberculose, ze is dan 33 jaar oud. In 1965 leidt de Poolse kardinaal Karol Wojtyla het zaligverklaringsproces in. Achtentwintig jaar later, op de eerste zondag na Pasen in 1993, verklaart hij als paus Johannes Paulus II haar zalig. In het heilig jaar 2000 wordt ze op Beloken Pasen heilig verklaard en maakte de paus door de instelling van het feest van Barmhartigheid Gods voorspelling in Faustina's dagboek waar: "Aan haar zal de vonk ontspringen die de wereld op Mijn wederkomst zal voorbereiden."

Pastoor C. Müller

Sterven en verrijzen van de Heer

Tijdens de Goede Week staan we stil bij het lijden en sterven van onze Redder en Heer. Na Goede Vrijdag vieren we ’s anderdaags in de avond de Paaswake. Dan, alsook op Paaszondag staan we stil bij de opstanding van Jezus uit de dood. Gedurende de Paastijd - deze omvat 50 dagen - horen we verhalen uit de Schrift die ons vertellen hoe de verrezen Heer zijn leerlingen nabij was. Ze leren zo verder te kijken dan dit leven. Dit nu wordt ook van ons verwacht, dat we als gelovigen verder zien dan wat ons verstand ons vertelt. Daarom wordt ook geloof gevraagd. Met ons verstand zien we immers veelal ten dele. Jezus’ verrijzenis nu overstijgt dit menselijk denken. Zelfs voor de leerlingen was het aanvankelijk allemaal onwerkelijk, terwijl zij de Heer hebben meegemaakt, Hem konden zien en aanraken. Daarom is het niet vreemd te zien dat mensen van latere generaties vaker gereserveerd stonden tegenover Jezus’ opstanding. Wij kennen de dood als absoluut. Dat iemand uit de dood opstaat, die het zelf voorzegd heeft, is voor velen dan ook niet te vatten.
Voor de kerk vormt Pasen feitelijk een bevestiging van Godswege, dat Jezus niet enkel een bijzonder mens was en is, maar God zelf. Doorheen zijn lijden, sterven en verrijzen heeft Jezus de afstand overbrugd tussen God de Vader en ons mensen. Pasen is dan ook wezenlijk voor ons geloof. Het bekrachtigt in feite alles wat Jezus hier op aarde voor ons mensen heeft gedaan. Van belang is het dit te blijven overwegen, zodat wij de liefde van de Vader en de Zoon leren zien als relevant voor het eigen bestaan.

Graag wens ik u en de uwen een zegenrijke Goede Week toe, alsook een Zalig Pasen, mede namens het kerkbestuur en alle vrijwilligers in de drie parochies.

Pastoor C. Müller

Palm - / Passiezondag

Komend weekend vieren we Palmzondag, de dag waarop in de kerk het Passieverhaal volgens Lucas wordt voorgelezen. Op Goede Vrijdag wordt traditiegetrouw het Passieverhaal volgens Johannes voorgelezen, tijdens de Herdenking van het lijden en sterven van de Heer.
Het woord “passie” heeft een meervoudige betekenis. Het verwijst naar iemands liefde en hartstocht, alsook naar zijn vurigheid en ijver, en iemands bereidheid te lijden voor de ander uit liefde. Jezus nu heeft uit liefde voor ons heel veel geleden.
Boeiend is te lezen wat de Fransman Blaise Pascal (christelijk filosoof, theoloog en apologeet) daarover heeft geschreven in zijn “Pensées”. Ondanks ziekte en zeer zware hoofdpijnen, hield hij zich bezig met het bestuderen van de Bijbel en de kerkvaders. Pascal schrijft dat Jezus op allerlei manieren is gekweld in Zijn leven. In Zijn doodsstrijd zoekt Jezus steun bij Zijn drie liefste vrienden, maar zij slapen.
Jezus nu vraagt van Zijn discipelen voortdurende waakzaamheid. Dat wij staande mogen blijven. Waken en bidden, het is voor de meesten moeilijk. Het is mede daardoor dat Jezus in doodsstrijd is, ook vandaag, aldus Pascal. Het mag ons aan het denken en … bidden zetten.

Pastoor C. Müller

Schijn van heiligheid …

Het Evangelie van de 5e zondag van de Veertigdagentijd (7 april) vertelt ons het verhaal van de overspelige vrouw. Zij wordt naar Jezus gebracht. Feitelijk wordt zij gebruikt door diegenen die Jezus willen strikken, en wel door middel van een vraag: (Dit zegt Mozes) … “Maar wat zegt Gij ervan?” Zij hopen stiekem Hem ergens van te kunnen beschuldigen.
Jezus evenwel laat zich niet vangen. Hij merkt op: “Laat degenen die zonder zonden is, het eerst een steen op haar werpen”. Jezus doorziet hun zelfingenomenheid en brengt deze aan het licht. De Schriftgeleerden en Farizeeën druipen een voor een af.
Het Evangelie prikkelt ons om na te denken. Hoe vaak gebruiken wij niet een ander om de eigen vermeende superioriteit beter te laten uitkomen?
Het gaat bij voorkeur dan onder het mom van een zgn. goede zaak, terwijl de achterliggende houding allesbehalve zuiver is. Beter is het je af te vragen: hoe “zuiver” en “oprecht” ben ik zelf eigenlijk? God immers doorgrondt hart en nieren.

Pastoor C. Müller

Er was eens een zoon …
In de Bijbel vindt men vele bekende verhalen. Zij schetsen ons een beeld van wie God is, vervat in menselijke taal. Tegelijkertijd wordt beschreven wie de mens is, door God geschapen, die meer dan eens zijn roeping uit het oog verliest. In de parabel van de verloren zoon, welke wordt voorgelezen op de 4e zondag van de Veertigdagentijd (31 maart), wordt dit treffend uitgebeeld. Het gaat over een zoon die is vastgelopen en terugkeert naar zijn vader. De vader in het verhaal staat symbool voor God, die uitziet naar zijn zoon, wanneer hij in de verte verschijnt.
De vader wordt door medelijden bewogen en snelt toe op zijn gehavende zoon, die stinkt naar varkens (voor de Joden een gruwel). Hij valt zijn zoon om de hals en kust hem hartelijk.
Het Evangelie gaat over weggaan en terugkeren, over jezelf verliezen en omkeren. We kennen de parabel als het verhaal over de verloren zoon. Iemand merkte ooit op: Beter is het wellicht te noemen de parabel over de teruggevonden vader. De figuur van de vader gaat immers over God die naar ons uitziet en niets anders wil dan dat wij ons tot Hem keren, ongeacht de staat waarin we ons bevinden. Gods liefde blijft steeds naar ons omzien, ook dan wanneer wij opgaan in ons eigen bestaan en Hem zijn vergeten die ons geschapen heeft. In deze Vastentijd is het van belang te zien waar we ons bevinden - geestelijk gesproken; al dan niet ver verwijderd van God onze Vader, opdat ook wij tot Hem mogen terugkeren. God is immers altijd “thuis”, laat zich vinden voor wie wil thuiskomen.

Pastoor C. Müller

Bekering
In de Veertigdagentijd bereiden we ons voor op het grote feest van Pasen. De vastentijd doet een beroep op ons, om ons te bezinnen. Om je om te keren. In het Evangelie van de 3e zondag van de Veertigdagen-tijd worden we daartoe aangespoord: “Als gij u niet bekeert …”; het staat er zelfs tweemaal.
Blijkbaar weet de evangelist dat wij mensen vaker dralen als het gaat om “bekeren”. Dat bekeren veronderstelt een omkeren naar God en een afkeren van dat wat zondig is en afbreuk doet aan ons geschapen zijn naar Gods beeld en gelijkenis.
Deels is onze bekering het werk van de Heer, deels dat van onszelf. Bekering begint vaak met “je aangesproken weten”, met het besef dat er een God is, die een plan met je heeft, ook al ken je dat plan nog niet. Je kunt God in dit verband vergelijken met een magneet. Eenmaal in de buurt van die magneet, gebeurt er iets. Er is sprake van een aantrekkingskracht. Ja, zoals een stukje ijzer “zich aangetrokken voelt” door een magneet (eveneens van ijzer); zo is er ook een zekere gelijkenis tussen God en de mens, die door Hem geschapen is.
Bij bekering gaat het echter niet alleen om God, ook het aandeel van de mens daarin is van belang. Ja, wat doe jij ermee, als je gewaar wordt dat God Zich laat kennen, en jou uitnodigt Hem meer nabij te komen? Het gelijkt op dat proces dat zich voltrekt tussen 2 verliefde mensen.
Zo kunnen zij verliefd zijn op elkaar, zonder elkaar nog goed te kennen. Je bekeren betekent heel concreet dat jij je naar de Ander keert, die groter is dan jijzelf. Wanneer je vervolgens God beter leert kennen, wil je ook anders leven, béter leven. Zoals iemand die verliefd is veelal een betere versie van zichzelf ontwikkelt, dankzij de liefde van en voor die ander; zo verandert een gelovige ook door zijn omgang met God die de liefde zelf is. Welnu, zoals een zonnebloem gewoon is zich te richten naar de zon, zo mogen wij juist in deze tijd ons richten naar God, die voor ons Licht wil zijn.

Pastoor C. Müller