Advent

Komend weekend (1 en 2 dec.) begint de Advent.

Het betreft die periode in het kerkelijk jaar welke vooraf gaat aan Kerstmis, waarin we als gelovigen ons voorbereiden op het geboortefeest van Gods Zoon op aarde. De naam advent komt van het Latijnse woord adventus, dat komst betekent. De advent begint altijd op de zondag die het dichtst bij het feest van de Heilige Andreas (30 november) valt. De advent eindigt op 24 december bij het avondgebed. Hierdoor is de lengte van de adventsperiode verschillend, maar telt wel altijd vier zondagen. Tijdens de adventsperiode wordt in kerken gebruikgemaakt van de liturgische kleur paars, de kleur van boete en inkeer.
De advent is een mooie tijd om kinderen actief te betrekken en even samen stil te staan om ons op de geboorte van Jezus voor te bereiden. Maak thuis een Adventstafel of Adventshoekje met daarop de Adventskrans en bijv. een kinderbijbel of adventsdagboekje. Eventueel kunt u er een lege stal bij zetten. Zet de figuurtjes er pas de laatste week voor Kerstmis één voor één in. Ontsteek iedere avond één of meerdere kaarsen van de Adventskrans. Een mooie gewoonte is het om bijvoorbeeld na het eten even samen te lezen en te bidden.
Een aandachtspunt in deze periode is dat de Advent een voorbereidingstijd is en niet een vroegtijdig Kerstfeest. In de maatschappij om ons heen wordt op veel plaatsen de hele maand december al Kerst gevierd (denk aan versieringen, kerstbomen, kerstliedjes, kerstvieringen etc.). Mooi is het om de kerstboom met het stalletje pas in de week voor Kerstmis met de kinderen op te zetten. Leg dan het kindje Jezus pas op Kerstavond in de kribbe (na de gezinsmis). In de liturgie vieren we Kerstmis vanaf Kerstavond (24 december) tot en met de zondag na 6 januari (Doop van de Heer).

Pastoor C. Müller

Christus Koning

Komend weekend (24-25 november) vieren we weer de laatste zondag van het kerkelijk jaar. Traditiegetrouw vieren we op die zondag het Hoogfeest van Christus, Koning van het heelal. Het zgn. kerkelijk jaar wijkt af van het kalenderjaar, het eindigt / begint ongeveer 5 weken eerder dan het gewone jaar.
Na het feest van Christus Koning begint voor de kerk het nieuwe (liturgische) jaar (C) en wel met de Advent, die periode van 4 weken welke voorafgaat aan het geboortefeest van onze lieve Heer. Het feest van Christus, Koning van het heelal brengt de universele heerschappij van God onder onze aandacht. Voor velen is dat helaas niet meer evident. Men ziet God niet en dan bestaat Hij blijkbaar ook niet. Maar is dat ook zo? Daarom hier een kleine anekdote uit het leven van Richard Wurmbrand (zie het artikel dat hoort bij de parochiële filmavond op 29 november). Vele jaren bracht hij door in gevangenissen in Roemenië, toen daar de communisten aan de macht waren. Vaak werd hij bespot om zijn christelijk geloof. Toen eens een van zijn beulen hem vroeg of Jezus Christus überhaupt bestaat, vertelde hij het volgende: “Ik heb de voorbije jaren het sterven meegemaakt van heel wat gevangenen. Daaronder waren gelovigen, maar ook communisten. Het wonderlijke is evenwel dat ten tijde van hun sterven ook de communisten de naam van Jezus prevelde, toen het moment van heengaan was aangebroken. Ja, ik herinner me nog goed hoe eens iemand een uur voor zijn sterven nog de spot dreef met ons heilig geloof, maar niet lang daarna iets zag, wat hem de naam “Jezus” deed prevelen. Ja, God bestaat, of jullie het nu wel of niet waar willen hebben”- aldus Wurmbrand tijdens dat verhoor.

Pastoor C. Müller

Hemel en aarde zullen voorbijgaan …

Nadenken over het einde der tijden, waarnaar het Evangelie van zondag 18 november verwijst, lijkt onzinnig. Wij zullen het wel niet meemaken. Toch vindt men op YouTube heel wat filmpjes die juist hierover gaan. Zo zijn er mensen die menen dat de eindtijd is aangebroken. Ze wijzen daarbij op tal van bijzondere fenomenen in de natuur. Jehovagetuigen hebben het er ook vaker over. Weer anderen verwijzen naar de zondige staat van de mensheid anno 2018. Wereldwijd zijn er vele brandhaarden.
In het Evangelie zegt Jezus hierover het volgende: Hemel en aarde zullen voorbijgaan. Maar mijn woorden zullen niet voorbijgaan. Van die dag of dat uur weet niemand af, zelfs niet de Zoon, maar de Vader alleen.
Beter is het daarom na te denken over onze eigen eindigheid, de eigen dood, die naar alle waarschijnlijkheid eerder zal komen dan het einde der tijden. Omdat de dood zo absoluut is, dwingt zij ons tot nadenken, al was het maar omdat “Doodgaan is: ophouden met sterven van angst” (Fons Jansen). Velen verdringen de dood, omdat het hier alles betrekkelijk doet zijn. Voor Christenen is de dood evenwel geen zwart gat, maar bovenal dat moment om je helemaal over te geven aan onze Redder en Heiland, aan Hem die de dood heeft overwonnen. “Ja, Christenen sterven anders”, zo zei ooit een beul in China. “Ze sterven anders dan hen die noch geloven in God, noch in een voortbestaan van de ziel. Ze vertrouwen erop dat ze God zullen zien. Ik heb dat dikwijls kunnen waarnemen”.

Pastoor C. Müller

Hoe rijk dan wel arm ben je eigenlijk?

Wanneer men het Evangelie leest, dan valt op dat Jezus bij zijn ontmoetingen dikwijls iets aan het licht brengt dat omstanders niet zien, noch waarnemen. Zo vertelt het Evangelie van de 32e zondag door het jaar (11 november) ons het verhaal van de weduwe in de tempel. Jezus gaat tegenover de offerkist zitten om toe te kijken. Hij ziet hoe het volk koperstukken erin werpt. Er komt ook een arme weduwe, die er twee penningen inwerpt, ter waarde van een cent. Jezus zegt daarop tot zijn leerlingen dat zij het meest geofferd heeft, omdat ze alles offerde waar zij van leven moest. We weten niet hoe Jezus wist wat anderen hoogstens konden vermoeden (namelijk dat het alles was wat zij kon geven). God evenwel weet wie we zijn en wat we hebben. Het verhaal mag ons aan het denken zetten. Ja, wat doen wij met onze ‘rijkdom’, dan wel met onze ‘armoede’ - aangezien beide in deze wereld met haar grote inkomstenverschillen relatief zijn?
Jezus attendeert zijn leerlingen op wat verborgen is. Zo zijn er de ‘intenties’ van de schriftgeleerden (waarvoor de leerlingen worden gewaarschuwd). Voorts is er de arme weduwe, een vrouw met een groot hart voor de minderbedeelden. Zij ziet, rijk aan compassie, veel verder dan de anderen.
Blijkbaar zijn er meerdere soorten rijkdom, zoals er ook verschillende vormen van armoede bestaan. Zo zijn er ook in onze dagen materiële rijken, die geestelijk en sociaal heel arm zijn. Anderzijds ook armen, die dikwijls een veel groter besef hebben van wat nu echt van waarde is. Ja, hoe ‘rijk’, dan wel ‘arm’ zijn wijzelf eigenlijk? En in welk opzicht? Maar ook … wat laten wij daarvan ‘zien’?

Pastoor C. Müller

Allerzielen

In het weekend van 3 en 4 november gedenken we tijdens de diensten in ons cluster de overledenen, in het bijzonder hen die het voorbije jaar zijn gestorven en vanuit de 3 parochiekerken aan God zijn aanbevolen.
Christenen kijken verder. De dood is voor hen die geloven veeleer een overgang. We laten dan de aarde achter ons, om op te gaan naar onze Schepper en Heer. In Hem vinden we de voltooiing en vervulling van ons leven hier beneden.
God is Diegene die het leven en de liefde is, die telkens wil scheppen en herscheppen. Aan Hem mogen en willen we ons toevertrouwen in goede en kwade dagen, in voor- en tegenspoed. Met name dan als we een dierbare moeten loslaten, moeten afstaan. We beseffen juist dan weer hoe broos wij zijn, ook wijzelf. Vaak vinden mensen het moeilijk om dit in een gelovig perspectief te betrachten, omdat de dood zo absoluut is. Afscheid moeten nemen is altijd ook een beetje sterven. Daarom is het goed de komende dagen niet enkel te bidden voor hen die ons ontvallen zijn, maar ook voor hen die het gemis nog iedere dag ervaren. Bidden verruimt onze horizon, verlicht ons hart en tilt ons uit boven onszelf.

Pastoor C. Müller

Bartimeüs

In het Evangelie van de 30e zondag door het jaar (28 okt.) ontmoeten we een blinde bedelaar, Bartimeüs. Hij begint luidkeels te roepen zodra hij hoort dat Jezus nabij is. “Jezus, Zoon van David, heb medelijden met mij!” Velen snauwen hem toe te zwijgen, maar Bartimeüs luistert er niet naar en roept nog harder: “Zoon van David, heb medelijden met mij”. Het verhaal van deze ontmoeting mag ons aan het denken zetten. Zo valt het op dat de naam van de blinde wordt vermeld. Meestal wordt de naam van de persoon in kwestie achterwege gelaten. Hier is dat niet het geval. Het onderstreept het belang van zijn persoonlijk geloof. Bartimeüs is een persoonlijkheid, die zich niet laat weerhouden door dat wat omstanders menen. Hij is vasthoudend. Wellicht omdat hij meer dan de anderen beseft wie Jezus is. Dat blijkt mede uit het feit dat hij even later zich bij Jezus aansluit.
Wat doen wij in onze nood? Durven we dan voor ons geloof uit te komen, zoals Bartimeüs? Of laten we ons bepalen door wat mensen roepen? Bartimeüs die blind was, ‘zag’ blijkbaar meer dan de mensen om hem heen. Het is door zijn geloof dat hij werd genezen. Het mag ons doen stilstaan bij onze eigen geestelijke blindheid. Jezus, help ons te zien waartoe Gij ons geroepen hebt!

Pastoor C. Müller

Nieuwe bisschop voor ons bisdom

Woensdag 10 oktober werd het afgekondigd - het heeft de Heilige Vader behaagd voor ons bisdom te benoemen, als opvolger van Mgr. Frans Wiertz, de zeereerwaarde heer Harrie Smeets, nu nog deken van het dekenaat Venray-Gennep. De bisschopswijding is voorzien op zaterdag 8 december. In de media heeft u ongetwijfeld al iets over hem gehoord dan wel gelezen. Als pastoor van Leunen-Veulen-Heide heb ik 10 jaar prettig met hem mogen samenwerken. Met het oog op zijn wijding en het zware ambt, dat daarbij hoort, willen wij in deze tijd voor zijn bisschopswijding voor hem bidden, maar ook in de jaren die volgen. Vandaar onderstaand gebed:

VOOR DE BISSCHOP
God, tot in eeuwigheid Herder van alle gelovigen, Gij geeft door velerlei beschikkingen leiding aan uw Kerk en Gij regeert haar vol liefde. Wij bidden U: laat uw dienaar Harrie Smeets, die (binnenkort) als hoofd van uw volk de plaats inneemt van Christus, een ware herder zijn voor zijn kudde, een getrouw leraar in het geloof, een heilig priester in de Eredienst en een wijs dienaar in het bestuur van zijn bisdom. Amen.

 

Pastoor C. Müller