Driekoningen - Feest van de Openbaring des Heren                                 

Als u dit leest, zijn de 1e en 2e kerstdag weer voorbij. De kersttijd duurt evenwel langer. Ze eindigt op de avond van de eerste zondag na 6 januari (d.i. 9 januari). De eerste acht dagen van de kersttijd vormen het zogeheten kerstoctaaf.

U weet dat na de geboorte van de Heer engelen in den hoge herders uit de omgeving naar de stal lieten gaan, waar zij het pasgeboren Kind vonden. Herders waren destijds niet in tel. God evenwel kijkt niet naar status noch afkomst. Later volgen de 3 wijzen uit het Oosten. Zo zie je maar hoe God Zich graag laat vinden, wanneer mensen Hem zoeken. Of je nu in tel bent of niet, blijkbaar is er voor iedere mens een plek bij de Heer. Ja, bij Hem mag je zijn, zoals je bent. Door tot ons te komen als een Kind, vallen hopelijk mogelijke (menselijke) barrières weg. De kersttijd is een genadevolle tijd. Zoals ouders van een pasgeboren kind voortaan anders naar het leven kijken, zo mogen wij door het Kerstkind onze blik vernieuwen. Kerstmis staat voor hoop, voor een nieuw begin. Het is aan ons om God een plaats te geven in ons leven, zodat Zijn leven ook uw leven mag vullen met Zijn liefde en licht. In die verwachting en hoop wens ik u en de uwen een zegenrijk Nieuwjaar toe.

Pastoor C. Müller

Kerstmis                                                                                                       

Als kind ben je veelal heel ontvankelijk voor (eerste) indrukken. Voor een kind is het leven een avontuur; alles is nog nieuw. Een kind heeft nog geen weet van dat wat kan, dan wel zal volgen. Die openheid van een kind kan “grote mensen” ontroeren. Voor volwassen mensen anno 2021 is het leven evenwel nog zelden een mysterie. Het lijkt er soms op alsof die ook niet mogen bestaan. Alles moet maakbaar zijn en inpasbaar. We wensen niet geconfronteerd te worden met de zgn. “ongerijmdheden van het leven”. De moderne mens zit welbeschouwd gevangen in een spagaat; enerzijds wil hij de totale controle over zijn eigen leven; anderzijds verlangt hij voor zichzelf een totale autonomie. Op het eerste oog lijken deze 2 zaken in elkaars verlengde te liggen. Maar is dat ook zo? Botsen zij niet met elkaar, controle enerzijds en autonomie anderzijds?

Van belang nu is te zien hoe God ons telkens weer verrast met dingen die we niet voorzien hebben. De moderne mens plant zijn leven, houdt de teugels strak in eigen hand. Dan gebeurt er iets onverwachts. Of het nu gaat om corona, dan wel een overstroming, of een aardbeving, dan wel een nare diagnose, ons leven blijkt in de weerbarstige praktijk van alledag slechts deels te sturen. Kinderen als een geschenk van God herinneren ons er aan.

Met Kerstmis klopt God weer aan onze deur. Destijds deden Jozef en Maria dat in Bethlehem namens (en voor) het Kind, toen ze een plaats zochten om Gods Zoon ter wereld te brengen. Jezus kwam uiteindelijk in een stal ter wereld.

Anno 2021 zien we iets soortgelijks. Ja, zijn ook wij niet te druk met ons zelf? Veel merken we überhaupt niet meer op, al was het maar omdat we met de “geheimen van het leven” geen raad meer weten. We hebben ons zelf wijsgemaakt dat alles te sturen is. Maar is dat ook zo? Het leven zelf is welbeschouwd een gave, een mysterie. Kerstmis nu herinnert er ons aan dat God niet ver weg is, noch op afstand gehouden kan worden. Ja, ineens is Hij er. Het is aan ons om je open te stellen voor het leven, voor God zelf, indachtig het geheim van Gods Menswording.

In dat licht -Zijn Licht- wens ik u van harte gezegende kerstdagen toe. Moge Jezus, ook voor u en de uwen, een baken zijn, juist in het duister van deze tijd, met haar vele problemen en uitdagingen.

Pastoor C. Müller

Maria bezoekt haar nicht Elisabeth                                                 

Het Evangelie van de 4e zondag van de Advent vertelt het verhaal van een bijzondere ontmoeting. Maria, zelf zwanger, gaat naar haar nicht Elisabeth, om haar te helpen. Ook haar zwangerschap was bijzonder. Zij en haar man Zacharias - beiden op leeftijd - hadden hun hoop op een kind reeds opgegeven, toen een engel de zwangerschap van Elisabeth aankondigde. Iets soortgelijks overkwam nadien ook Maria.

Tijdens hun ontmoeting sprong het kind van Elisabeth in haar schoot op van vreugde. Zij verstond het als een teken dat Maria moeder van de Heer zou worden. Haar zoon kennen we als Johannes de Doper. Opmerkelijk is dat hij (de voorloper) reeds in de schoot van zijn moeder verwijst naar Jezus (in de schoot van Maria).

Tijdens die ontmoeting wordt Elisabeth vervuld door de H. Geest. In en vanuit die H. Geest zegt ze de beroemde woorden: “Gij zijt de gezegende onder de vrouwen en gezegend is de vrucht van uw schoot.”

We bidden die zin telkens als we een Weesgegroet bidden. We gedenken het met name als we het 2e geheim van de zgn. blijde geheimen overwegen: Maria bezoekt haar nicht Elisabeth.

In de Advent mogen we tot Maria gaan en haar vragen om beter het geheim van Gods Menswording te verstaan. Laten we daarbij tevens God danken voor deze blijde boodschap van ontferming, waarin Hij ons de komst van Zijn zeer geliefde Zoon Jezus Christus heeft aangekondigd. 

Pastoor C. Müller

“Wat moeten wij doen?”                                                                               

“Wat ben jij bereid te doen voor de ander in de Advent?” Het is een vraag die velen ontgaat, terwijl het in de Advent ook om het doen van boete gaat, mede ten bate van anderen.

In het Evangelie van de 3e zondag van de Advent (11 december) geeft Johannes de Doper op de vraag van de mensen: “Wat moeten wij doen?” - een duidelijk antwoord. “Wie dubbele kleding heeft, laat hij delen met wie niets heeft, en wie voedsel heeft, laat hij hetzelfde doen.” Tegen de tollenaars zei hij: “Niet méér vragen dan voor u is vastgesteld.”. En tegen de soldaten: “Niemand uitplunderen, niemand iets afpersen, maar tevreden zijn met uw soldij.”

Het is van belang om te zien naar de anderen in wie Christus schuilgaat.  De H. Martinus van Tours (feestdag 11 november) deed letterlijk wat hier in het Evangelie staat geschreven. De overlevering leert ons dat Martinus nadat hij de helft van zijn mantel aan een bedelaar had gegeven, nadien een droom had waarin Christus aan hem verscheen, die de helft van de mantel droeg die Martinus vlak daarvoor aan een behoeftige had geschonken.

Ofschoon we in de maand december gewoon zijn cadeaus te kopen voor onze dierbaren, is het goed ons de vraag te stellen welke minderbedeelden we nu zouden kunnen helpen. Als we dat doen, leren we verder te kijken; iets waartoe de Advent ook oproept. Daarom, open de ogen van je hart, er is immers zoveel meer te zien dan de vele kleine lichtjes in de winkels en de straten.

Pastoor C. Müller

 

 

Johannes de Doper                                                                                     

Bij de Advent horen diverse personen, te weten Maria, de Moeder van Jezus; Sint Jozef, die als echtgenoot en voedstervader intens meeleeft met Maria die zwanger is; alsook Johannes de Doper, de profeet die verwijst naar Jezus. De naam Johannes komt van het Hebreeuw-se Jochanan, wat betekent: God is genadig. De 4 evangelies be-nadrukken met name de rol van Johannes als wegbereider voor Jezus. Johannes wordt beschouwd als de opgestane Elia, die de komst van de Messias aankondigt. Hij zegt dat er iemand komt die machtiger is dan hij, en die doopt met vuur en met de heilige Geest (Mt. 3:11).

De synoptici (Marcus, Matteüs en Lucas) vermelden dat Johannes leefde als een asceet en gekleed was in een mantel van kameelhaar en een leren gordel. Hij at sprinkhanen en wilde honing om in leven te blijven. Hij werd ‘de doper' genoemd, omdat hij in de Jordaan mensen doopte. Johannes had veel leerlingen. Een aantal ervan werd leerling van Jezus: o.a. de apostel Andreas (Johannes 1, 35-40). Johannes riep zijn toehoorders op om hun zonden te belijden en tot inkeer te komen. Als zodanig hoort bij uitstek bij de Advent, een tijd van bezinning, welke voorafgaat aan de komst van Jezus in de wereld. Later, met de doop van Jezus door Johannes begint feitelijk Jezus openbaar leven. Johannes is diegene die zegt: “Hij moet groter worden en ik kleiner”. (Joh. 3,30) Het is een zinnetje om over na te denken, indachtig God Zelf die uit de hemel afdaalt en de omgekeerde weg heeft afgelegd; Zich heeft vernederd om ons te verheffen.

Pastoor C. Müller

 

Advent                                                                                              

Komende zondag (28 november) -de eerste zondag van het nieuwe kerkelijk jaar (C)- begint de Advent, de tijd van voorbereiding op het geboortefeest van onze Redder en Heiland Jezus Christus. In de vier weken die volgen staan we stil bij de eerste komst van Gods Zoon, 2000 jaar geleden en kijken we tevens vooruit naar Zijn wederkomst.

Door Zijn Menswording is God ons heel nabij gekomen. Later, door de instelling van de H. Eucharistie, wordt dit aspect van ons geloof feitelijk hernomen. Door de H. Communie komt God ook nu naar ons toe. Zoals eens de herders en de wijzen naar Jezus gingen om Hem te eren, zo mogen ook wij ons leven hernieuwen door telkens op weg te gaan, de Heer tegemoet, die Zich laat vinden door die Hem zoeken. Zowel de herders als de wijzen lieten zich hierbij leiden (“helpen”) door tekens van boven, zo mogen ook wij open en ontvankelijk voortgaan, ons bezinnen op Hem wiens komst wij binnenkort weer vieren. Weet dan (indachtig de 2e prefatie van de Advent) dat het “de Heer zelf is die in ons de vreugde en de kracht ontsteekt om toe te leven naar de dag van zijn geboorte. Laat Hij ons vinden, waakzaam, biddend, vol van dat geheim, zingend van alle grote dingen die Hij heeft gedaan.” Om het geheim van Gods Menswording beter te verstaan, is het van belang de houding van een kind aan te nemen. Daarbij kan het helpen terug te denken aan uw eigen jeugd en de indrukken die u destijds als kind opdeed. Moge het ook voor u een gezegende tijd zijn, onverlet corona en de begrenzingen die daar bij horen.

Pastoor C. Müller

 

Christus, Koning van het heelal                                                                  

In de liturgie stelt de kerk op de laatste zondag van het kerkelijk jaar de universele dimensie van Christus centraal, Hij is de Koning van het heelal. Het mag ons aan het denken zetten, aangezien het heelal oneindig groot is. Het is als zodanig een verwijzing naar God Zelf, indachtig Romeinen1:18-20. Als je je er nader in verdiept, dan sta je versteld over hoe klein onze aarde is in dat ontzagwekkende geheel. De mens op de aarde is in dat kader oneindig “in het kwadraat”.

Opmerkelijk nu is dat God juist oog heeft voor die kleine mens, die anno 2021 meent dat hij zichzelf kan scheppen. Neem nu de gender-ideologie, in de VS en Europa is vaker sprake van onverdraagzaamheid van identiteitsbewegingen, die een soort seculier ‘verlossings-perspectief’ bieden waarbij ze het gehele menszijn reduceren tot enkele fysieke eigenschappen, zoals ras, seksualiteit of geslacht (aldus Anton de Wit in zijn commentaar in een recente editie van het Katholiek Nieuwsblad). Die gender-ideologie staat haaks op de Scheppingsleer en roept bij velen weerstand op. Griezelig is het dat de EU deze gender-ideologie al enige tijd gemeengoed wil laten worden. Maar waar moet het naar toe, als de mens meent zichzelf te kunnen (her)scheppen … ? Het heeft in zich iets duivels, indachtig het verhaal van de zondeval, waarbij de slang Eva verleidde met de woorden: “U zult helemaal niet sterven. God weet dat uw ogen open zullen gaan als u eet van die boom, en dat u dan gelijk zult worden aan God, door de kennis van goed en kwaad” (Gen. 3,4-5). Als Kerk geloven we in de heiligheid van het leven, ons door God gegeven, Hij die is Koning van het heelal. Dat hebben we te respecteren.

Pastoor C. Müller