Meimaand – Mariamaand                                                                            

Over heel de wereld bidden katholieken dagelijks de Rozenkrans. In de maanden mei en oktober sluiten zich daar ook anderen bij aan.

De Rozenkrans is afkomstig uit de Hemel en is een geschenk van de Goddelijke Voorzienigheid. Hij omvat het beknopte Evangelie en zijn bewoording is van God, die aan alle toegewijde bidders verheven genaden beloofde en de grote Eindoverwinning. Elk godvruchtig gebeden Weesgegroet verlost een lijdende ziel uit het vagevuur.

De zalige Alain de la Roche ontving de onderstaande (15) beloften van de H. Maagd:

 

1 Wie de Rozenkrans godvruchtig bidt en daaraan trouw blijft, zal al zijn gebeden verhoord zien.

2 Ik beloof een heel speciale bescherming en bijzondere genaden aan ieder die de Rozenkrans bidt.

3 De Rozenkrans zal een ondoordringbaar schild zijn en de ketterijen teniet doen. Het zal de zielen bevrijden van het juk van de zonden en van verkeerde nijgingen.

4 Door het bidden van de Rozenkrans zal men deugdzamer gaan leven en Gods barmhartigheid verwerven. In de harten zal de liefde tot God de plaats gaan innemen van de vergankelijke genegenheden. Veel zielen zullen zich heiligen.

5 De ziel die mij haar vertrouwen toont door het bidden van de Rozenkrans zal niet verloren gaan.

6 Ieder die de Rozenkrans bidt, zal geen ongelukkig einde hebben. De zondaar zal zich bekeren, en de rechtvaardige zal tot het einde toe in staat van genade blijven leven.

7 Ik wil dat allen die de Rozenkrans godvruchtig bidden, in hun leven kracht en licht zullen ontvangen, en bij hun dood deel zullen hebben aan het leven der gelukzaligen.

8 De trouwe rozenkransbidders zullen niet sterven zonder de genademiddelen van de heilige Kerk.

9 Wie de Rozenkrans bidt, zal ik uit het vagevuur bevrijden.

10 Zij die echt van de rozenkrans gehouden hebben, en deze devotie altijd trouw zijn gebleven, zullen in de Hemel een speciale eer genieten.

11 Alles wat men mij door het bidden van de Rozenkrans zal vragen, zal men verkrijgen.

12 Ik verkreeg van mijn Zoon, dat de rozenkransbidders de zaligen in de Hemel als broeders aan hun zijde zullen hebben bij leven en dood.

13 Zij, die de Rozenkrans verspreiden, zal ik in al hun noden bijstaan.

14 De rozenkransbidders zijn allen mijn veel geliefde kinderen en de broeders en zuster van Jezus Christus.

15 De rozenkransdevotie is een zeker teken van uitverkiezing en redding.

                                                                                                                                          Pastoor C. Müller

 

Een nieuwe heilige: Titus Brandsma                                          

Komende zondag (15 mei) vindt de heilig-verklaring plaats van TItus Brandsma. Anno Sjoerd Brandsma werd geboren als zoon van Tjitsje en Titus Brandsma op 23 februari 1881 in Ugoklooster, bij Bolsward in Friesland. Na zijn middelbare schoolopleiding besloot Anno in te treden in de Karmelorde. Hij begon zijn noviciaat in Boxmeer in september 1898 en nam de naam van zijn vader Titus aan als kloosternaam. In oktober 1899 legde hij zijn eerste professie af en op 17 juni 1905 werd hij tot priester gewijd. Na verdere studie aan de Gregoriana Universiteit in Rome promo-veerde hij in 1909 tot doctor in de wijs-begeerte. Titus had ook een grote belangstelling voor spiritualiteit en voor journalistiek, twee gebieden die, samen met zijn academische bezigheden, een groot deel van zijn levenswerk zouden uitmaken.

Titus was één van de oprichters van de Katholieke Universiteit Nijmegen in1923. Hij werkte er als hoogleraar en bestuurder. In het academisch jaar 1932-33 was hij Rector Magnificus. Hij reisde veel om lezingen te geven over Karmelitaanse spiritualiteit. Hij was voorts actief op vele maatschappelijke terreinen, zoals onderwijs, Friese taal & cultuur en vredeswerk. Eind 1935 werd hij de geestelijk adviseur van de bond van katholieke journalisten. In deze functie stimuleerde hij het verzet tegen de publicatie van nazi-propaganda in katholieke kranten en in de pers in het algemeen. Toen de nazi’s Nederland binnenvielen in mei 1940, moedigde hij de bisschoppen aan zich uit te spreken tegen de vervolging van de Joden en de schending van de mensenrechten in het algemeen door de bezetters. Door dit te doen, viel hij op bij de autoriteiten. Het aanzetten van katholieke kranten om te weigeren nazi-propaganda af te drukken bezegelde zijn lot. Titus had toegezegd aan elke redacteur persoonlijk een brief van de bisschoppen te overhandigen. In deze brief werden de redacteuren geïnstrueerd niet te voldoen aan een nieuwe wet die hen verplichtte nazi-advertenties en -artikelen af te drukken. Titus had reeds veertien redacties bezocht toen hij op 19 januari 1942 in Nijmegen door de Gestapo werd gearresteerd. Titus werd gevangen gezet in Scheveningen en Amersfoort voordat hij in juni naar Dachau werd vervoerd. Onder het strenge regime aldaar ging zijn gezondheid snel achteruit en kwam hij in de derde week van juli in de ziekenbarak terecht. Hij verdroeg zijn martelgang gelijkmoedig en bemoedigde zijn medegevangenen. Op 26 juli 1942 werd hij gedood met een dodelijke injectie. Op de dag dat hij stierf, gaven de Nederlandse bisschoppen een pastorale brief uit waarin zij krachtig protesteerden tegen de deportatie van Joden uit Nederland. Titus Brandsma werd op 3 november 1985 in Rome zalig verklaard. De heiligverklaring vindt plaats in Rome op 15 mei 2022.        

                                                                                                                      Pastoor C. Müller

Roepingenzondag (8 mei)                                                                           

Het is de mens eigen dat hij gezien wil worden, dat anderen niet aan hem of haar voorbijlopen. Als een ander je roept (aanspreekt) betekent feitelijk dat je ertoe doet. God nu heeft oog voor iedere mens, met hem/haar wil Hij in contact treden. Als Hij ‘roept’, dan is dat welbeschouwd speciaal.

Want God kijkt heel anders naar de mens, dan wij mensen. God ziet ook veel meer dan wij in de ander. Welnu, als God liefde is (1 Joh. 4,16), dan is Zijn roep van levensbelang. In onze taal hebben we daar een spreekwoord voor. Mensen zeggen het soms: “Hij heeft zijn roeping gemist.” Het betekent dat hij of zij nog niet ontdekt heeft wat zijn/haar leven vervulling biedt. 

Als zodanig is het zaak dat ieder van ons zijn roeping mag ontdekken (welke die ook moge zijn), dat hij mag verstaan waartoe God hem of haar geschapen heeft. Daartoe dienen we oog te hebben voor zowel God, alsook voor ons diepere zelf.

Gebed is daarbij noodzaak én het besef dat we elk een innerlijk kompas hebben. Mensen die daaraan voorbijgaan, raken gaandeweg meer dan eens het spoor bijster. Sommigen ‘experimenteren’ maar, in de hoop dát te vinden dat voor hem/haar volstaat. Het moge duidelijk zijn dat als de mens zijn roeping niet ontdekt (het is en blijft immers deels een geheim), hij vaak door een innerlijke onrust wordt voortgedreven.

Op Roepingenzondag bidden we als kerk ieder jaar voor met name geestelijke roepingen (het priesterschap en het religieuze leven); dat vele jonge mensen “ja” mogen zeggen tegen de zachte stem van onze Heer en Heiland. Weet dan dat God voor ieder van ons een plan heeft en dat Hij eenieder roept om een leven te leiden dat daarop aansluit.

 Pastoor C. Müller

Men moet God meer gehoorzamen dan de mensen                                  

Bovenstaande zin is afkomstig van Petrus. Ze staat in de eerste lezing van de 3e zondag van Pasen (1 mei). Het is goed deze uitspraak in achterhoofd te houden, wanneer men het Evangelie leest dat hoort bij diezelfde zondag. Daarin lezen we hoe de verrezen Heer voor de 3e keer verscheen aan de leerlingen. Ze kwamen terug na een nacht vergeefs gevist te hebben. Jezus ziet hen (net als 3 jaar daarvoor). Aanvankelijk herkenden de leerlingen Hem niet. Als ze begrijpen dat het Jezus is, gaat Petrus direct naar de Heer toe. Jezus nodigt hen uit voor een ontbijt. Even later vraagt Hij tot drie keer aan Simon: Hebt gij Mij lief? Het feit dat Jezus het drie keer vraagt betreft een verwijzing naar de eerdere (3-voudige) verloochening door Petrus. Het gesprek terzake betreft welbeschouwd een “herbevestiging” door Jezus (alsook Petrus zelf). Daarop volgt eveneens een voorzegging; daarmee zinspeelt Jezus op de dood waardoor Petrus God zou verheerlijken.

Beziet men een en ander in hun samenhang, dan begrijpt men dat Petrus nadien benadrukt wat in de eerste lezing werd verteld: “Men moet God meer gehoorzamen dan de mensen”. Voorheen luisterde Petrus vooral naar zijn angst toen Jezus gevangen werd genomen. Het is mede daardoor dat hij Jezus 3 maal verloochent (“Ik ken Hem niet”) en hij de haan hoort kraaien. Na zijn “bekering” handelt hij anders. Op het einde van zijn leven blijkt Petrus bereid zijn leven te offeren. Petrus wordt uiteindelijk ook gekruisigd, maar dan ondersteboven (met het hoofd naar beneden), uit eerbied voor het kruis van de Heer - zo leert ons de overlevering.

Pastoor C. Müller

Zondag van de Goddelijke Barmhartigheid (Beloken Pasen)              

Sedert het jaar 2000 kennen we in onze kerk een speciale thema-zondag, de Zondag van de Goddelijke Barmhartigheid. Paus Johannes Paulus II heeft dit feest ingesteld b.g.v. de heiligverklaring van de Poolse zuster Maria Faustina.

Op 1 augustus 1925 trad zij (Helena Kolwaska) toe tot de Congregatie der Zusters van Onze-Lieve-Vrouw van Barm-hartigheid. Er werden haar buitengewone gunsten verleend: visioenen, verborgen stigmata, de gave der profetie, kennis der geheimen van de ziel. Bovenal ontving zij een openbaring van Gods ondoorgrondelijke Barm-hartigheid. Ze kreeg tot taak om, zoals het geloof leert, de medemensen te herinneren aan de waarheid omtrent de barmhartige Liefde van God voor elk van ons. In 1931 toonde de Heer Zich aan haar en droeg haar dit op : “Maak een afbeelding van Mij zoals gij Mij ziet en schrijf eronder : ‘Jezus, ik vertrouw op U !’ Ik zou willen dat deze afbeelding overal in de wereld vereerd wordt. Zij, die haar vereren, beloof Ik dat ze niet verloren zullen gaan. De lichtende witte straal betekent het water uit Mijn Zijde, dat de ziel reinigt; de rode straal stelt Mijn Bloed voor dat de ziel leven geeft. Deze twee stralen verspreidden zich uit het diepst van Mijn Barmhartigheid, toen Mijn Hart werd doorboord door de lans. Zij beschermen de zielen die eigenlijk straf verdienen voor hun zonden. Gelukzalig de zielen die in de schaduw van deze stralen leven. De Goddelijke Rechtvaardigheid zal hen sparen. Ik zal die huizen en zelfs die steden begenadigen en beschermen, waar deze afbeelding vereerd wordt. Rust noch vrede zal de mensheid kennen zolang zij zich niet richt naar Gods Barmhartigheid ...”

Dankzij haar dagboeken weten we veel over haar geestelijk leven. De verering van de Goddelijke Barmhartigheid, waartoe zij de aanzet had gegeven, beleefde een aanmerkelijke groei, mede dankzij de verspreiding van de ikoon van de barmhartige Christus met daarbij het opschrift: “Jezus, ik vertrouw op U!” De betreffende afbeelding vindt men ook in de kerk van Velden. Zuster Faustina werd op 18 april 1993 zalig en op 30 april 2000 heilig verklaard.

 

Pastoor C. Müller

 

PAASWENS

Dat u erdoor mag komen zoals Hij,

door dit leven en door deze dood,

zoals Jezus Christus; dat u erdoor mag komen,

zoals het vuur dat in de paasnacht

door de duisternis heendringt,

zoals het licht dat door het donker gedragen wordt;

dat u erdoor mag komen zoals de schepping door de chaos,

zoals het leven door wat woest was en leeg;

dat u erdoor mag komen, door uw zee en door uw woestijn,

samen met heel het volk van God, Jezus voorop.

Dat u erdoor mag komen, door alles wat u benauwt

en beangstigt, het oog gericht op ons paasvuur,

het licht dat door de kerk ons vooruit gedragen wordt,

Jezus, het teken dat God ons nabij is.

Dat u erdoor mag komen, door zijn licht dat u herschept,

dat ons onszelf en onze wereld doet zien met een

nieuw vertrouwen, beschenen als wij zijn door

de welwillendheid van God onze Heer.

Dat u erdoor mag komen, door uw woestijn

omdat Hij uw manna is, uw paasbrood, uw dagelijks brood.

Dat u door Hem mag worden gedragen

naar de nieuwe schepping

waar Hij onze zon is en ons leven.

Dat Hij u mag bevrijden van al wat u drukt,

dat Hij u mag opwekken als uw hoop was gestorven,

dat Hij u mag verlevendigen als uw liefde was verkoeld,

dat het voor u Pasen mag zijn, dat is: dat de Heer langskomt.

 

(P. Penning de Vries SJ)

Goede Week                                                                                       

God, hoe zwaar is loslaten,
hoe zwaar is afscheid nemen,
hoe zwaar soms verder te gaan.
Geef ons de moed achter te laten
wat ons verlamt of onze gang vertraagt
op deze pelgrimage naar Pasen.
Geef ons openheid om te vergeven
en om vergeving te vragen,

een nieuw begin te maken.
Laat ons zien waar het op aankomt,
wat waard is mee te dragen
op onze weg door de tijd achter Jezus aan.
Samen met uw pelgrimerend volk
vertrouwen wij ons toe aan U
die wij noemen: eeuwige, levende God.

Amen.

Pastoor C. Müller