Pinksteren
Komend weekend (19-20 mei) viert de Kerk het Hoogfeest van Pinksteren. De naam 'Pinksteren' komt van het Griekse pentèkostè, dat 'vijftigste' betekent. Het is de laatste dag van de vijftigdaagse Paastijd, die aanvangt op Paaszondag. De Kerk viert met Pinksteren de voltooiing van Pasen door de uitstorting van de Heilige Geest over de apostelen. De Heilige Geest is God zelf in Zijn werkzame kracht en kan ook worden gezien als de goddelijke liefdesband tussen God de Vader en Jezus Christus, zijn eniggeboren Zoon. Het Nieuwe Testament vertelt ons hoe Jezus door de Heilige Geest gedreven wordt. Volgens het Evangelie van Johannes belooft Jezus zijn apostelen op de avond vóór zijn lijden en dood dat Hij hen de Geest zal zenden. De Geest zal hen voor altijd met Vader en Zoon verbinden, en hen helpen getuigenis af te leggen over de verrezen Jezus.
Met Pesach herdenken de joden de bevrijding uit Egypte, en met Sjavoeot de openbaring van de Tora op de berg Sinaï. Bij de christenen is, net als bij de joden (zij spreken over “Sjavoeot”), Pinksteren de bekroning van Pasen: de uittocht van Christus uit het dodenrijk die met Pasen gevierd wordt, wordt met Pinksteren bekrachtigd door het goddelijk geschenk van de Heilige Geest.
Sinds maart 2018 zal voortaan de maandag na Pinksteren worden gevierd als de gedachtenis van Maria Moeder van de Kerk. Daarmee komt een einde aan het fenomeen van Tweede Pinksterdag. Die kon wel als zodanig worden gevierd, maar gold officieel als zogeheten weekdag door het jaar. In het getijdengebed komt Tweede Pinksterdag niet eens voor. De nieuwe gedachtenisviering zal “ons helpen herinneren dat groei in het christelijk leven verankerd moet zijn aan het mysterie van het Kruis, de offergave van Christus in het Eucharistisch gastmaal en aan de Moeder van de Verlosser en Moeder van de Verlosten, de Maagd die God haar offer brengt.” Paus Franciscus heeft besloten de gedachtenis aan de universele kalender toe te voegen om “de groei te bevorderen van de moederlijke kant van de Kerk bij de herders, religieuzen en de gelovigen, alsook een groei van een authentieke Mariadevotie.”

Pastoor C. Müller

Hemelvaart

Binnenkort (10 mei) vieren we als kerk het Hoogfeest van de Hemelvaart des Heren. Hemelvaart wordt altijd op een donderdag gevierd en wel op de 40e dag na Pasen. Een en ander houdt verband met de eerste verzen van de Handelingen der Apostelen (1,1-3) van de Evangelist Lucas: "Mijn eerste boek, Teofilus, ging over alles wat Jezus heeft gedaan en geleerd, vanaf het begin tot de dag waarop Hij in de hemel werd opgenomen, nadat Hij aan de apostelen die Hij had uitgekozen, door de heilige Geest zijn opdracht had gegeven. Aan hen heeft Hij veertig dagen lang herhaaldelijk bewezen dat Hij na zijn lijden weer in leven was." Voor hen die geloven is de Hemelvaart des Heren een reden tot grote vreugde, omdat zij nu verbonden zijn met de bovenaardse wereld. Sint Paulus zegt in zijn Efeziërsbrief dat de Kerk het Lichaam van Christus is. De gelovigen vormen de ledematen en Christus is het Hoofd van de Kerk. Met Christus is een deel van de Kerk ten hemel opgevaren, waardoor ook de rest van de Kerk 'verheven' is. De Hemelvaart van de gestorven en verrezen Christus voedt de hoop, dat ook wij na de dood zullen worden opgenomen in de goddelijke, hemelse werkelijkheid.
Al deze gedachten worden samengevat in het openingsgebed dat de priester uitspreekt in de eucharistieviering van het Hoogfeest van Hemelvaart: "Almachtige God, laat ons juichen en blij zijn, vol dankbaar-heid, omdat de Hemelvaart van Christus, uw Zoon, ook onze verheffing is. Zijn glorie bij U is onze hoop, want wij vormen één lichaam met Hem die ons hoofd is: Jezus Christus onze Heer."

Pastoor C. Müller

“Dit is mijn gebod, dat gij elkaar liefhebt.”

Bovenstaande aanhef betreft de laatste zin uit het Evangelie van de 6e zondag van Pasen (6 mei). Het is een opmerkelijke zin omdat ze haaks staat op het moderne aanvoelen. Liefde is voor de moderne mens vooral iets van het gevoel (dat zetelt in het hart), veel minder iets van de wil. Liefde en geboden lijken in onze tijd zelfs tegenpolen.
Maar is dat ook zo? Temeer daar de ander ertoe doet, ook al heb je misschien weinig met hem of haar. Het gebod van Jezus gaat ervan uit dat die ander van waarde is.
Zo is een kind voor een moeder van belang, zij houdt van haar kind. Omdat ze van het kind houdt, is liefde voor haar een vanzelfsprekend-heid. Ze hoeft niet geboden te worden om van het kind te houden. Door haar liefde is ze bereid tot offers omwille van haar kind.
Daarom: hoe gaan we nu om met mensen die ons minder liggen? Kunnen we voor hen liefde opbrengen? Jezus verlangt het immers van ons. Kijk dan voorbij je eventuele sympathie of antipathie, maar tracht de ander onvoorwaardelijk te beminnen. Het interessante is nu dat wanneer je besluit de ander te beminnen (= een kwestie van willen), je de ander ook dikwijls in ander licht leert te zien. Daarbij helpt het ons de ander te zien in het licht van Gods liefde. Immers ook die ander is door God gewild, net als jij. Het is aan ons om de ander te zien met Gods ogen, waardoor je veel meer ziet dan met louter menselijke ogen. Soms veel dieper, zodat je ook iemands leed en hartzeer kunt ‘zien’. Goed is het dan te beseffen dat niet enkel die ander dit of dat heeft …. wijzelf ook. Daarom is naastenliefde zo belangrijk. Van ons naar de ander toe, maar ook andersom, van de ander naar ons toe. Want Gods Woord geldt ons allen.

Pastoor C. Müller

Ik ben de wijnstok, gij de ranken

In het Evangelie van de 5e zondag van Pasen spreekt Jezus over de wijnstok en de ranken, als beeld voor onze relatie met Hem. Als Jezus de wijnstok is, dan kunnen wij maar gedijen en vrucht dragen als we verbonden zijn met Hem. Zonder de wijnstok sterft een rank bij gebrek aan water en voeding uit de aarde. Het is door de wijnstok dat de druiven hun smaak krijgen. Daarbij is de zon eveneens van belang, indachtig ook het beeld van Jezus, die is het Licht der wereld. Zonder zijn Licht (genade) vermogen we in geestelijk opzicht heel weinig. Het is zaak je te laten voeden en wel doorheen de sacramenten, in het bijzonder de H. Eucharistie. Mede om die reden bestaat er ook zoiets als de zondagsplicht. We kunnen eenvoudigweg niet zonder die geestelijke Spijs.

Pastoor C. Müller

 

 

Ieder jaar wenden de kerken in Nederland zich tot haar leden. Vele kerken doen dat in de maand januari, anderen later in het jaar. Zo ook het kerkbestuur van Velden-Arcen-Lomm. Onze kerk is dan ook niet zomaar een gebouw. Ze is veel meer dan dat; het vervult zelfs een onvervangbare plaats, niet enkel als (lokaal) ‘Huis van God’, maar ook als dat geestelijk thuis dat tevens generaties met elkaar verbindt. De kerk in Velden is gebouwd door onze voorouders. Maar ook zij die na hen kwamen hebben bijgedragen, door het in stand te houden voor hun nageslacht. Op onze beurt mogen ook wij in dit tijdvak aan de kerk (die is van ons allemaal) een bijdrage leveren, mede met het oog op hen die God aan onze geestelijke zorg heeft toevertrouwd, de kinderen en kleinkinderen. Het is met het oog op die kosten welke verband houden met de instandhouding van de kerk en de financiering van onder meer personeelskosten, dat we ook dit jaar weer een beroep doen op uw milddadigheid. Binnenkort ontvangt u van ons dan ook weer een brief, met het verzoek om een financiële bijdrage, opdat ook ‘onze’ mooie H. Andreaskerk in stand gehouden kan worden. Namens het kerkbestuur en de generaties voor ons die aan de kerk hebben bijgedragen, wil ik u alvast van harte danken voor uw (jaarlijkse) gift.

Pastoor C. Müller

 

Roepingenzondag

Op de vierde zondag van Pasen (21-22 april) wordt in de kerk extra gebeden voor roepingen tot het priesterschap, het diaconaat en het godgewijde leven. Op die dagen zijn er diverse activiteiten. Zo worden onder andere gebedskaarten verspreid.
Zoals gebruikelijk publiceert het bisdom op roepingenzondag een herderlijk schrijven over het thema roeping, die in alle kerken in Limburg voorgelezen of gepubliceerd wordt in het weekeinde van 21 en 22 april. Dit jaar is de brief geschreven door diocesaan administrator Mgr. Hub Schnackers. Ook paus Franciscus schreef bij gelegenheid van Roepingenzondag een speciale boodschap. Op zaterdag 21 april wordt een oude traditie hernomen. In het bisschopshuis in Roermond wordt dan een bijeenkomst gehouden voor jongeren die nadenken over hun levensroeping. Er is een programma met een film, met groepsgesprekken en getuigenissen. Tegelijkertijd is er voor de jongeren die over een bijzondere roeping nadenken, gelegenheid daarover een persoonlijk gesprek met diocesaan administrator Mgr. Schnackers te voeren.
Op roepingenzondag, 22 april, is er in de abdijkerk van Rolduc een speciale vesperviering om te bidden voor roepingen. Deze wordt voorafgegaan door een gebedsmiddag met geroepenen. Aan de middag werken diverse religieuze congregaties uit Limburg en de priester-studenten van het Grootseminarie Rolduc mee. De vesperviering begint om 16.00 uur. Hulpbisschop Everard de Jong gaat hierin voor. Even na Roepingenzondag, op donderdag 3 mei, houdt Grootseminarie Rolduc een kennismakingsdag voor (jonge) mannen die over een roeping tot het priesterschap nadenken. Ze kunnen dan een hele dag met de seminariegemeenschap meelopen. Omdat deze dag al om 06.50 uur in de Abdijkerk begint, is het mogelijk dat de deelnemers de avond van te voren (woensdag 2 mei) arriveren en in het seminarie logeren. In het kader van de roepingenpastoraal wordt deze dag gratis aangeboden. Voor meer informatie en aanmelding: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Pastoor C. Müller

Waarom komt er twijfel op in uw hart?

In de Paastijd horen we diverse verhalen uit het Evangelie die gaan over ontmoetingen met de verrezen Heer. Na Goede Vrijdag waren de leerlingen terneergeslagen. Jezus’ einde was voor hen een anticlimax. Hij, die water en wind deed gehoorzamen, onderging een smaadvolle dood. In hun ontreddering vergaten de leerlingen toen veel van wat Jezus hen daarvoor had geleerd. Het verhaal van de Emmaüsgangers - waarna wordt verwezen in het Evangelie van komende zondag (15 april, 3e zondag van Pasen)- verduidelijkt evenwel hoe alles past in Gods heilsplan. Opmerkelijk is nu dat, terwijl de beide Emmaüsgangers hier-over spraken, Jezus plotseling weer in hun midden staat. De leerlingen menen een geest te zien. Jezus zegt dan: “Waarom komt er twijfel op in uw hart? Kijkt naar mijn handen en voeten. Ik ben het zelf. Betast Mij en kijkt.” Later eet Hij in hun bijzijn zelfs een stuk vis op.
Ik denk dat ook wij anno 2018 zo zouden reageren. Het verhaal leert ons zelfs dat zien en kunnen betasten, hen niet tot geloof kan brengen. Het is door Gods genade dat de leerlingen de H. Schrift leren verstaan en wel in het Licht van Pasen. Geloven overstijgt ons materieel denken. Bijzonder is te zien hoe Jezus’ dood en verrijzenis ons denken tart. Geloven nu is slechts ten dele een begrijpen, maar bovenal een voor waar willen aannemen dat wat God doorheen de Bijbel ons wil leren. Dat kan dus ook stapsgewijs, zoals bij de eerste leerlingen.

Pastoor C. Müller