Hoogfeest van de H. Drie-Eenheid                                                              

Het feest van de Heilige Drie-Eenheid (zondag 30 mei) betreft het mysterie van de Éne God in Drie Personen: God de Vader, God de Zoon (Jezus Christus) en God de Heilige Geest. Telkens als we een kruisteken maken, verwijzen we er naar. Nadat we met Pasen de Verrijzenis van Christus hebben gevierd en met Pinksteren het neerdalen van de Heilige Geest, is dit feest het hoogtepunt waarin alle Drie in de Éne God gevierd wordt.   

 

Vóór het Jubeljaar 2000 werd tijdens de drie jaren voorafgaand aan dit speciale jaar ieder jaar aandacht besteed aan één van de goddelijke personen. Het Jubeljaar 2000 stond in het teken van de H. Drie-eenheid. Paus Johannes Paulus II sprak in het Jubeljaar 2000 tijdens zijn algemene audiënties over de Heilige Drie-eenheid. Zo sprak hij over de glorie van de Heilige Drie-eenheid in de schepping, in de geschiedenis, in het mysterie van Christus en in de mens zelf: "De Goddelijke Drie-eenheid staat aan het begin van het bestaan en is aanwezig in hun uiteindelijke doel, het thuisland waar wij allen naar uitzien. Het vormt het begin en het einde van de heilsgeschiedenis" (Audiëntie 19 januari 2000).

 

In de Bijbel vindt men vele verwijzingen naar dit grote geheim. Onder meer in de volgende passage uit het boek Genesis: “Eens verscheen Jahwe aan Abraham bij de eik van Mamre, toen Abraham op het heetst van de dag bij de ingang van de tent zat. Hij sloeg zijn ogen op en zag plotseling drie mannen voor zich staan. Meteen liep hij van de ingang van zijn tent naar hen toe; hij boog diep en zei: ‘Wees zo welwillend Heer, uw dienaar niet voorbij te gaan”. (Gen. 18, 1-3). Abraham zag er drie, maar hij begroette er één.

 

Jezus nu heeft het vaak over Zijn Vader, alsook over de H. Geest. Onder meer in de volgende passages:

‘Ik zeg u: de Zoon kan niets uit zichzelf, maar alleen datgene wat Hij de Vader ziet doen. En alles wat Deze doet, doet de Zoon insgelijks’ (Joh 5,19).

“Ik en de Vader zijn Één” (Joh.10:30)

“Wanneer iemand mij liefheeft zal hij zich houden aan wat ik zeg, mijn Vader zal hem liefhebben en mijn Vader en ik zullen bij hem komen en bij hem wonen.“ (Joh. 14:23)

 

Het is aan ons om God in Zijn H. Drievuldigheid steeds te eren, omdat “Zij” ons niet enkel hebben geschapen (Vader) en verlost (Zoon), maar ook leiden (H. Geest).

Pastoor C. Müller

Pinksteren                                                                                   

Vijftig dagen na Pasen viert de kerk het Hoogfeest van Pinksteren; dit jaar op zondag 23 mei. We gedenken dan hoe de H. Geest werd uitgestort over de leerlingen. Om die H. Geest dienen we steeds te bidden. Zo baden in het jaar 1967 docenten en studenten aan de Duquenne universiteit van Pittsburg een jaar lang om de Heilige Geest. Het gevolg was dat vele mensen een intense relatie met Christus vonden. Er ontstond een levende gemeenschap onder elkaar, met een grote uitstraling naar buiten. Ook vonden er genezingen plaats. Dit was het begin van de katholieke charismatische beweging die sindsdien de Wereldkerk van binnenuit heeft vernieuwd en nieuw leven heeft gegeven. Als Hij komt, gebeurt er werkelijk iets; bezieling, oprechte liefde, weldadige spontaniteit, levenslust, troost, hulp en bijstand.

De heilige Geest geeft kracht om grenzen te overschrijden, verlammende angst te overwinnen. Hij is de Helper en trooster in onze kleinheid en onmacht, in onze tekortkomingen en teleurstellingen. Hij vervult ons met vertrouwen en licht; geeft scheppende kracht die echt levend maakt!

 

Gebed: Adem in mij, Heilige Geest

Adem in mij, Heilige Geest,
opdat ik denk wat heilig is.

Stuw mij, Heilige Geest,
opdat ik doe wat heilig is.

Verlok mij, Heilige Geest,
opdat ik bemin wat heilig is.

Sterk mij, Heilige Geest,
opdat ik bescherm wat heilig is.

Bescherm mij, Heilige Geest,
opdat ik het heilige nooit verlies.

Amen.                                                                                                 


Pastoor C. Müller

 

 

Liefde tot de naaste …

In de 2e lezing van zondag 16 mei 2021 (7e zondag van Pasen) spreekt de apostel onder meer over de liefde tot de naaste: “Dierbaren, als God ons zozeer heeft liefgehad, moeten ook wij elkander liefhebben.”

(1 Johannes, 4, 11).

Het staat niet los van hetgeen Jezus afgelopen zondag (9 mei) zijn leerlingen voorhield: “Dit is mijn gebod, dat gij elkaar liefhebt zoals Ik u heb liefgehad.” Ja, de liefde tot God én de naaste zijn als beide zijden van een en dezelfde munt. Ze horen bij elkaar. De reden dat we vaak moeite hebben met het grote gebod de naaste lief te hebben is het feit dat we dikwijls niet de juiste volgorde hanteren in ons leven. We zijn of teveel met onszelf bezig … of proberen zonder Gods liefde en zonder Hem eerst lief te hebben onze naaste, maar ook onszelf lief te hebben. Vaak raakt ons leven hierdoor in onbalans. Alles begint met de liefde van God. Hoe beter je Hem leert kennen, hoe duidelijker de noodzaak van liefde tot de naaste wordt. Alleen zo wordt men één in God. Bijzonder is te zien hoe juist de heiligen in hun worsteling met de liefde tot God én de naaste, gaandeweg gegroeid zijn in hun liefde tot zowel God als de naaste, ook al gaf de medemens hem of haar heel wat te stellen. Vaak vormt de ander in zijn menselijkheid voor onszelf een spiegel. Welnu, door onder meer te groeien in vergevingsgezindheid, verdiept zich zowel onze band met de Heer als met de naaste, waar het gaat om de liefde. Als zodanig is geen enkele ontmoeting onbelangrijk, omdat voor God alles van waarde is, met name als het gaat om onze opgang in de liefde, zoals God ze bedoeld heeft.

Pastoor C. Müller   

 

Zijn leven geven…                                                                                       

Over de liefde is en wordt heel veel geschreven. En dat zal wel altijd zo blijven. Zonder liefde kan niemand leven. Zijn we daartoe ook niet geschapen … om lief te hebben (God, onszelf en anderen) én om liefde te ontvangen (m.n. van God en anderen)?

Ja, de liefde vormt de sleutel voor ons leven. Tegelijkertijd is het waar dat liefde altijd een geheim blijft. Hoeveel ook mensen soms menen te weten over de liefde. Weten evenwel volstaat niet om ten volle te verstaan. Ja, beter is het lief te hebben en je te laten beminnen.

In het Evangelie van de 6e zondag van Pasen (zondag 9 mei) spreekt Jezus over de liefde. Liefde heeft alles te maken met geven, en dan vooral jezelf. “Geen groter liefde kan iemand hebben dan deze, dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden”. In het Evangelie noemt Jezus zijn leerlingen geen dienaars meer, maar vrienden, omdat Hij hen alles heeft meegedeeld wat Hij van de vader heeft gehoord.

Het mag ons aan het denken zetten. Wat heb ik aan anderen, (uw dierbaren) gegeven? Van mezelf, van mijn vermogen, mijn talenten en gaven? Maar ook, wat heb ik aan God gegeven, die de Liefde zelve is? Aan Hem die het meest heeft gegeven, en die Zich steeds blijft geven, onverlet de onverschilligheid en de ondankbaarheid die Hem van de zijde van mensen vaak te beurt valt.

In de maand mei eren we bijzonder Maria, de Moeder des Heren. Zij is ons gegeven als hulp, om ons te helpen te beminnen. Vragen we haar in dit Jaar van de gezinnen dan ons te helpen lief te hebben, zoals Jezus ons liefheeft: Dit is mijn gebod, dat gij elkaar liefhebt, zoals Ik u liefheb.

 

Pastoor C. Müller

Blijft in Mij dan blijf Ik in u                                                                

Het Evangelie van de 5e zondag van Pasen (2 mei) verschaft ons een prachtig beeld van hoe de band dient te zijn tussen God en de mens. Jezus benut vaker beelden uit de natuur om ons iets duidelijk te maken. Zo kennen we onder meer de parabel van de goede herder en zijn schapen, die luisteren naar zijn stem.

Het beeld van de wijnstok en de ranken is eveneens rijk aan betekenis. Ja, zonder wijnstok zouden er überhaupt geen ranken zijn, laat staan vruchten. Van belang is een open verbinding tussen wijnstok en ranken, die zorgt voor binding en houvast. Voor onze geestelijke vruchtbaarheid is dit zelfs hoogstnoodzakelijk, omdat God ons voedt doorheen de sacramenten, ons gebed en vertrouwen. Het is als met de liefde tussen man en vrouw, beiden dienen elkaar ‘te voeden’ door de gave van zichzelf, wil de liefde kunnen groeien.

Ja, zonder een levende band met de Heer, kwijnt uiteindelijk ons geloof weg; verdort onze geestelijk basis. Het is niet zonder reden dat de kerk in dit verband vaker spreekt over de zondagsplicht. Zonder de H. Eucharistie raakt ons geloof ontworteld, wordt het vooral ‘mijn geloof’; terwijl geloof, hoop en liefde bovenal goddelijke gaven zijn. Zonder Hem kunnen mensen het weliswaar hebben over ‘mijn’ geloof, maar houdt het op den duur wel stand? Het is niet zonder reden dat Jezus ons leert: “Zoals de rank geen vrucht kan dragen uit zichzelf maar alleen als zij blijft aan de wijnstok, zo gij evenmin als gij niet blijft in Mij.”

 

Pastoor C. Müller

Roepingenzondag                                                                                        

Traditiegetrouw bidden we in de kerk op de 4e zondag van Pasen (zondag 25 april) om roepingen, met name voor priesterroepingen; dat de zachte stem van de Heer door velen gehoord mag worden. Dikwijls ‘roept’ God doorheen de omstandigheden, waarin een mens zich bevindt. Als zodanig is alles wat we hebben meegemaakt én meemaken relevant. Veel van ik zelf heb meegemaakt, blijkt later te horen bij de ‘rode draad’ die ik later pas zag, toen ik aan het seminarie begon. Je hebt in feite Gods licht nodig om te zien hoe Hij je heeft geleid naar juist die weg die hij voor jou heeft bestemd. Helaas vinden velen die weg niet die God voor hen bestemd heeft. En dat is jammer. Ja, roepingen, welke die ook mogen zijn, kunnen soms verloren geraken. De mens in kwestie blijft dan vaak zoekende, zonder nu precies wat hij zoekt (naast geluk en andere zaken), mede omdat hij alles verwacht van deze wereld en niet verder kijkt dan zijn eigen (binnenwerelds) idee van leven.

Wonderlijk is te zien hoe God altijd veel meer in ons ziet, dan wijzelf. Hij kent onze potentie, Hij kent onze toekomst, Hij weet wat ons zal vormen en verrijken. Als jij je als mens geroepen weet, dan word je steeds uitgedaagd, geprikkeld om verder te zien, voorbij datgene wat jijzelf dan wel anderen vinden dat bij je hoort. God verwacht veel van ons en wil ons daartoe heiligen – heel maken. Iedere roeping is en blijft een uitdaging. Het vergt geloof en vertrouwen. Welnu, juist dat wil God ons geven. Derhalve, kijk meer naar binnen en vooral dieper. Wellicht kom ook jij de Heer op het spoor, die gezegd heeft: “Vraagt en u zal gegeven worden; zoekt en ge zult vinden; klopt en er zal worden opengedaan.  Want al wie vraagt, verkrijgt; wie zoekt, vindt en voor wie klopt, doet men open (Mt 7,7-8).

 

Pastoor C. Müller

 

Toen maakte Hij hun geest toegankelijk …                                     

In het Evangelie van zondag 18 april (3e zondag van Pasen – Lucas 24,35-48) verschijnt de verrezen Heer plotseling aan de leerlingen. Ze schrikken en menen een geest te zien. Jezus zegt hun: Waarom komt er twijfel op in uw hart? Kijkt naar mijn handen en voeten. Ik ben het zelf. Betast Mij. Maar de leerlingen geloven het nog niet. Daarop eet Jezus ten overstaan van de leerlingen een stuk vis. Vervolgens verklaart Hij hen de Schriften en maakt hun geest toegankelijk voor het begrijpen van de Schriften.

Om te geloven hebben wij mensen blijkbaar hulp nodig van Godswege. Geloof, hoop en liefde, ze worden ons geschonken. Geloven is welbeschouwd een genade, het vraagt van ons evenwel een open hart en geest. Velen ‘geloven’ enkel wat ze zien en kunnen begrijpen. Het Evangelie nu laat zien dat dit niet volstaat. De leerlingen zagen immers Zijn Lichaam, konden Hem betasten en zien eten, maar het bleek toen niet voldoende om hen te overtuigen. De verrezen Heer zou het hetzelfde tegen ons kunnen zeggen, die er overigens destijds niet bij waren, en pas 2000 jaar later over Hem horen. Geloven vergt een andere kijk, een nieuwe blik. Weet dan dat de verrezen Heer ook graag door u ‘gezien’ wordt.

  Pastoor C. Müller