Weest niet bang, maar blijf geloven

Bovenstaande woorden zegt Jezus in het Evangelie van de 13e zondag door het jaar (1 juli) tot Jaïrus, de overste van de synagoge, die de Heer smeekt om te komen, om zijn dochter de handen op te leggen, aangezien ze elk moment kan sterven.
Als Jezus arriveert (en onderweg terloops een vrouw heeft genezen die al twaalf jaar aan bloedvloeiing leed) is het kind reeds overleden. Men merkt op: “Waartoe zoudt ge de Meester nog langer lastig vallen? Uw dochter is gestorven.”
Jezus’ besluit nu om naar het meisje te gaan staat symbool voor Zijn besluit om naar elke mens te gaan die overspoeld dreigt te geraken door wanhoop bij ziekte of dreigende dood. Juist op dat diepste punt komt Hij naar ons toe. Waar Hij eerst werd aangeraakt door een vrouw uit het volk, raakt Jezus het jonge meisje aan. Door hen te raken met Zijn vriendschap die leven brengt, doet Hij hen beiden opstaan tot een nieuw leven.
Daartoe nodigen beide verhalen ons uit: dat ook wij met ons klein, zoekend geloof ons laten aanraken door Jezus' liefde. Dat wij, vooral in momenten van wanhoop, kunnen herhalen: "Kom toch uw hand op mij leggen, Heer, raak mij aan, zodat ook ik mag leven van uw liefde!" Het betekent niet dat Jezus alle onheil of onze biologische dood zal verhinderen. Maar wel dat Zijn vriendschap ons een innerlijke levens-kracht kan bieden die sterker is dan ziekte en dood. 

Pastoor C. Müller

Weest niet bang, maar blijf geloven

Bovenstaande woorden zegt Jezus in het Evangelie van de 13e zondag door het jaar (1 juli) tot Jaïrus, de overste van de synagoge, die de Heer smeekt om te komen, om zijn dochter de handen op te leggen, aangezien ze elk moment kan sterven.
Als Jezus arriveert (en onderweg terloops een vrouw heeft genezen die al twaalf jaar aan bloedvloeiing leed) is het kind reeds overleden. Men merkt op: “Waartoe zoudt ge de Meester nog langer lastig vallen? Uw dochter is gestorven.”
Jezus’ besluit nu om naar het meisje te gaan staat symbool voor Zijn besluit om naar elke mens te gaan die overspoeld dreigt te geraken door wanhoop bij ziekte of dreigende dood. Juist op dat diepste punt komt Hij naar ons toe. Waar Hij eerst werd aangeraakt door een vrouw uit het volk, raakt Jezus het jonge meisje aan. Door hen te raken met Zijn vriendschap die leven brengt, doet Hij hen beiden opstaan tot een nieuw leven.
Daartoe nodigen beide verhalen ons uit: dat ook wij met ons klein, zoekend geloof ons laten aanraken door Jezus' liefde. Dat wij, vooral in momenten van wanhoop, kunnen herhalen: "Kom toch uw hand op mij leggen, Heer, raak mij aan, zodat ook ik mag leven van uw liefde!" Het betekent niet dat Jezus alle onheil of onze biologische dood zal verhinderen. Maar wel dat Zijn vriendschap ons een innerlijke levens-kracht kan bieden die sterker is dan ziekte en dood. 

Pastoor C. Müller

Geroepen om te wijzen op

Op zondag 24 juni vieren we als kerk het Hoogfeest van de Geboorte van de H. Johannes de Doper. Johannes betreft de voorloper van onze Heer Jezus Christus. We vieren zijn geboorte zes maanden voor de geboorte van Jezus. Het was zijn zending om mensen voor te bereiden op hun ontmoeting met Jezus. Daartoe riep hij de mensen op tot ommekeer. Bekend is het verhaal van de ontmoeting, wanneer Maria haar (oudere) nicht Elisabeth bezoekt, die eveneens zwanger is. Zodra Maria binnentreedt, reageert het kind in de schoot van Elisabeth. Het betreft de eerste “actie” van de voorloper, die reeds voor zijn geboorte verwijst naar Jezus, in de schoot van Maria.
Johannes was puur en oprecht en nam geen blad voor de mond. Wonderlijk is dat zelfs een man als koning Herodes Antipas graag naar hem luisterde, ofschoon hij hem later deed onthoofden, toen Johannes een opmerking maakte over zijn relatie met de vrouw van zijn broer.
Bijzonder is te zien hoe roepingen veelal complementair zijn, elkaar aanvullen. Hierbij kunnen we denken aan Maria en Jozef, en tal van andere heiligen die elkaar hebben leren kennen en elkaar geholpen hebben de Heer beter te verstaan. De roeping van de een staat zelden los van de roeping van een ander, al was het maar omdat een roeping van de een dikwijls het gebed en het voorbeeld van een ander behoeft, in het bijzonder dat van de eigen ouders.

Pastoor C. Müller

Euthanasie (artikel 4)

Pastorale praktijk
Met het oog op een casus uit de pastorale praktijk heeft Mgr. R. Mutsaerts (hulpbisschop van het bisdom ‘s-Hertogenbosch) in 2011 nog eens het standpunt van de R.K. Kerk en de manier waarop er met dit standpunt pastoraal om moet worden gegaan verwoord.

Opdracht Kerk
“Als gelovigen leggen we ons leven in Gods hand. Het is een christelijke opdracht zieke mensen bij te staan op alle mogelijke manieren. Maar als het gaat om leven en dood, daar moet een mens pas op de plaats maken en dit overlaten aan God, want het leven is heilig. Door het leven in eigen hand te willen nemen, overschrijden we een grens. De Kerk dient daar stelling te nemen voor het leven. Daar waar iemand verkiest het leven te beëindigen middels euthanasie, daar dient de kerk zich terug te trekken. Immers bij het toedienen van sacramenten en bij een kerkelijke uitvaart staat centraal dat we een mensenleven toevertrouwen aan God. Het is de Schepper die het leven geeft; we hebben het leven niet aan onszelf te danken. En het is God die neemt. Het staat de kerk niet vrij medewerking te verlenen aan het doelbewust beëindigen van een mensenleven, en zodoende mee te werken aan wat de kerk als kwaad en zondig beschouwt. De Kerk gelooft dat geen mens het beschikkingsrecht heeft over eigen of andermans leven. Daarom wijst de Kerk euthanasie af. De Kerk ziet het als haar fundamentele plicht elk menselijk leven te beschermen vanaf het prilste begin tot haar meest breekbare levensfase.

Medicatie
Tevens gelooft de Kerk dat niemand een lange, pijnlijke dood hoeft te ondergaan en dat zieken moeten worden behandeld en de stervenden getroost. Mensen die op sterven liggen en ernstige pijnen lijden als gevolg van ziekte of verwonding, kunnen en moeten pijnstillende medicatie toegediend krijgen, ook als hierdoor het overlijden wordt bespoedigd. Het is dus toegestaan iemand morfine te geven. De Kerk beschouwt het als een christelijke plicht lijden te verlichten. De dosis dient evenwel niet groter te zijn dan voor de pijnbestrijding vereist is.
Palliatieve sedatie (of: terminale sedatie) is het toedienen van slaap-medicatie tijdens de stervensfase. Hierbij wordt de onderliggende ziekte niet meer behandeld en overlijdt de patiënt uiteindelijk aan zijn ziekte. Een natuurlijke doodsoorzaak derhalve. Er is een belangrijk onderscheid met euthanasie, waarin actief het leven wordt beëindigd door middel van toedienen van dodelijke medicatie. Hier overlijdt de patiënt ten gevolge van het toedienen van medicatie; een niet-natuurlijke doodsoorzaak derhalve.

Weliswaar dient iedere normale proportionele en menselijke behandeling altijd voortgezet te worden, maar staat de Kerk het eindeloos rekken van het leven niet voor. Het onthouden van medicijnen of het staken van behandelingen die de dood tot gevolg kunnen hebben, maar waarbij de dood niet het doel of de directe reden is, acht de Kerk niet immoreel. Het stopzetten van medische behandelingen die belastend zijn, gevaarlijk, buitengewoon of die niet in verhouding tot de verwachte resultaten staan, kan geoorloofd zijn. Men wil zo niet de dood bewerken, maar aanvaardt dat men hem niet kan verhinderen.

Grenzen
Het pastoraal handelen is gericht op de overgave aan Gods liefdevolle barmhartigheid. Wanneer men bewust en in volle vrijheid kiest voor euthanasie, dan wil men de regie over het leven in eigen hand nemen en sluit men zich af voor Gods barmhartigheid. Om die reden kan de Kerk hieraan geen medewerking verlenen, omdat pastoraal handelen erop gericht is mensen open te stellen voor Gods liefde. Euthanasie in combinatie met de toediening van het Sacrament van de Zieken suggereert instemming met euthanasie; vandaar dat hier geen medewerking aan verleend kan worden. Wat betreft de kerkelijke uitvaart (eucharistieviering, gebedsviering of absoute) geldt hetzelfde, gelet op het publieke karakter van de kerkelijke uitvaart. Dit zou wederom een goedkeuring impliceren. Uiteraard kan men altijd bidden voor het zielenheil van overledenen. Het kan evenwel zo zijn dat iemand, door pijn, angst en lijden overmand, in wanhoop vraagt zijn leven te beëindigen. Er kunnen ook situaties voorkomen waarin keuzes en gevoelens van wanhoop zich met elkaar vermengen. Het lijden aan een ernstige, ongeneeslijke, lichamelijke ziekte kan invloed hebben op de psyche. Wanneer er aanwijzingen zijn dat de keuze voor euthanasie niet volledig in vrijheid is gedaan, kan men op basis van een prudente afweging van alle factoren een kerkelijke uitvaart toestaan. Het kan dan, alle omstandigheden in acht genomen, gerechtvaardigd zijn een uitvaart te doen, mits er vooraf ook contact is geweest met de priester. Een kerkelijke uitvaart zal ook niet geweigerd worden als betrokkene vóór diens dood enig teken van berouw heeft getoond.

Tot slot.
De Kerk beoordeelt het moreel handelen in overeenstemming met de Bijbel. Het is ook haar plicht De Kerk veroordeelt nimmer de persoon. Dat laat zij te allen tijden over aan Gods barmhartigheid. Elk pastoraal handelen is gericht op het zielenheil. Daarom is het de taak van de Kerk te wijzen op Gods liefde, opdat de mens zich zou toevertrouwen aan Gods liefde. Het zou liefdeloos zijn als de Kerk zou meewerken aan wegen die mensen niet leiden naar God.”

Tot zover dit laatste artikel rond euthanasie.

Pastoor C. Müller 

Euthanasie (artikel 3)

Ziekte en lijden
Iedere mens krijgt vroeg of laat te maken met lijden en kruis. Men onderscheidt veel soorten lijden, van een tijdelijk “ongemak” tot de chronische pijn van een terminale patiënt. Lijden en dood hangen samen met onze broze natuur en de erfzonde. Feit is dat de mens door zijn egoïsme en kortzichtigheid vaak anderen leed berokkent. Als zodanig is er heel wat leed dat vermijdbaar is. Daarnaast onderscheiden we ook onvermijdelijk lijden. Het betreft dat lijden dat we dienen te dragen, in de vorm van een chronische ziekte bijv. Het is deels een kruis, deels een zegen. Het kan een mens verbitteren, dan wel boven zichzelf doen uitstijgen. Hoe gaan we om met het lijden? Verzetten we ons er tegen (waarmee we ons kruis dikwijls verzwaren), of kunnen we het aannemen als behorend bij het plan van God met mijn leven, waartoe ook het kruis behoort? Lijden zet aan tot bezinning. Laat ik mij er door vormen, of wijs ik het af? Lijden als zodanig heeft een louterende functie, het dwingt ons om onze waarden te herijken (Viktor Frankl). Mensen wiens leven overschaduwd wordt door een kruis in de vorm van een ernstige handicap, dan wel ziekte, getuigen daar vaker van - hoe hun leven aan diepgang heeft gewonnen en hoeveel vergankelijke dingen en waarden gaandeweg hun betekenis hebben verloren ten gunste van eeuwige waarden. Er is ook nog een ander aspect, waarbij de mensen in onze tijd zelden stilstaan. Zo heeft het lijden een uitgesproken geestelijke dimensie. Het reikt veel verder dan alleen deze zieke of deze mens.

Geestelijke dimensie van het lijden
Hieronder volgen citaten die verwijzen naar de grote geestelijke waarde van het lijden, dat an sich niet direct zin verleent, maar dat -gedragen in verbondenheid met Christus- van enorme betekenis wordt voor de persoon in kwestie zelf en voor hen voor wie de zieke zijn lijden weet op te dragen.

Elisabeth van de H. Drie-Eenheid (1880-1906)
Als lid van de Karmel ondergaat ze haar ziekte en lijden niet passief, als een fataliteit. Ze is er van doordrongen dat de Heer schuilgaat in haar lijden. Ze schrijft: “Ik houd niet van het lijden op zich, maar besef heel goed hoe het mij gelijkvormig maakt met Christus, die voor ons heeft geleden, is gestorven en verrezen.” Ze vervolgt: “Nooit heeft God mij zo goed doen begrijpen, dat het lijden het grootste onderpand is van zijn liefde, dat Hij aan een mens kan geven.” Voorts: “Lijden is prijsgeven, waardoor we God beter leren verstaan.”

Gabrielle Bossis (1874-1950)
Een gelovige Franse vrouw die “inwendige woorden” van de Heer op schrift heeft gesteld.
“Bied Mij aan wat je te lijden hebt. In de hemel kan men Mij dat niet geven”(“Hij en Ik”, deel I, p. 32)
“Verwonder je er niet over dat je voor Mij te lijden hebt gehad, en om Mij werd beproefd. Dat zijn de steekkaarten die moeten worden ingevuld voor de eeuwigheid.”(deel I, p.32) “Ze zijn de voltooiing van je reisuitrusting.” (deel I, p.33)
“Gebruik de laatste dagen van je leven om je binnenkomst in de hemelse wereld voor te bereiden.” (deel III, p.198)
“Een enkele acte van liefde op het ogenblik van de dood kan een heilige maken, in overgave en volkomen vertrouwen. Dit laatste eert Mij zo.” (deel III, p. 183)
“Ik zal jullie lijden omzetten in bekeringen van anderen en in glorie voor jezelf. Daarboven zul je alles terugvinden.” (deel I, p.33).

Teresia van Lisieux (1873-1897) (24 jaar)
Franse karmelietes, de heilige van de zgn. kleine weg, die van het vertrouwen en het besef van eigen geringheid, alsook de overgave van een kind dat bemind wordt. Welbeschouwd hoef je als mens zelf niets te doen dan te verlangen en lief te hebben en het initiatief aan God over te laten. Ze ervoer tijdens de laatste fase van haar leven een volslagen geloofsverduistering. Ze schrijft dat zij zo zit aan de tafel van de zondaars, en dat zij voor hen lijdt opdat ze mogen geloven. De volgende citaten zijn ontleend aan het boek: “Ik ga het leven binnen. Teresia van Lisieux – gesprekken voor haar dood”, met een inleiding door Dr. Koen de Meester, karmeliet (uitgave 1975).
“De dood komt mij niet ophalen, maar de goede God” (p.19)
“Ik ben helemaal niet bang voor de laatste gevechten of voor de pijnen van de ziekte, al zijn ze nog zo groot. De goede God heeft mij steeds ondersteund; Hij heeft mij steeds geholpen. Ik reken op Hem”. (p.29).

Lectuur
Onlangs heb ik bij de Stichting “Schreeuw om leven” een aantal (gratis) exemplaren besteld van het boekje “Barmhartigheid anno 2018” (Euthanasie en voltooid leven in Nederland). In een serie artikelen wordt het thema nader belicht vanuit een gelovig perspectief. Ik kan het u van harte aanbevelen.

Pastoor C. Müller

Euthanasie (artikel 2)

Taboes

In de eerste bijdrage ging het over verhuld taalgebruik, dat gebezigd wordt als het gaat om zaken als euthanasie, abortus en genocide. Een en ander houdt mede verband met de vele taboes die ons denken en (aan)voelen beïnvloeden. Een taboe betreft een onderwerp, thema of een handeling die als ongepast wordt gezien binnen een bepaalde context. Wat precies een taboe is, kan nogal per cultuur verschillen. Voorbeelden van taboes in de westerse cultuur zijn de dood alsook zelfmoord. Lijden en sterven vormen eveneens een taboe, vanwege de daarmee verbonden angst en/of schaamte. Blijkens een lijst van de 100 meest voorkomende taboes in Nederland hoort iemands geloof daar inmiddels ook bij (!). Men bestempelt intussen vele kwesties als louter “mijn keuze”, alsof euthanasie, maar ook iemands geloofshouding enkel een privéaangelegenheid betreffen.

Angst

Taboes verhullen veelal angstgevoelens, waardoor deze kunnen toenemen. Men ziet het in de pastorale praktijk. Zo is het een vraag of menig arts beseft welk spanningsveld hij creëert door bijv. maanden van te voren te wijzen op de mogelijkheid van euthanasie. Immers, door te anticiperen op een mogelijke euthanasie, bewerkt men de patiënt op subtiele wijze. Hoe dan ook, men zet een denkproces in gang dat de patiënt allesbehalve onverschillig laat. Het doet de vraag rijzen in hoeverre artsen in deze een “dubbele” rol vervullen, enerzijds het leven dienen, anderzijds het begrenzen. Die “druk” op een patiënt kwam ik recentelijk in de pastorale praktijk tegen; in concreto een mens in gewetensnood.

Medische aangelegenheid

Laatst las ik dat euthanasie, mede door de ontwikkeling van de medische wetenschap, een vraagstuk is geworden dat de medische wereld deels zelf heeft gecreëerd. Gelukkig zijn er nog artsen die tegen euthanasie zijn en hun (oude) artseneed gestand doen, ofschoon in Nederland er geen wettelijke verplichting meer bestaat om deze af te leggen. Het al dan niet uitspreken van de eed heeft intussen geen consequenties (meer) voor de inschrijving als arts in het BIG-register of de uitoefening van de geneeskunst. Een en ander illustreert hoe christelijke waarden en normen steeds meer tussen haakjes worden (zijn) geplaatst.

Ultieme vrijheid?

Euthanasie wordt vaak opgeëist als de ultieme vrijheid: de vrijheid om zelf het moment en de manier van zijn overlijden te kiezen. Deze vrijheid legt echter een zware taak op de schouders van de artsen: deze dood te faciliteren. Zo ontstaat de paradox van een vrijheid die eigenlijk helemaal niet autonoom is omdat ze een andere persoon nodig heeft om te sterven. Euthanasie blijkt in de praktijk helemaal geen individuele zaak. Het wettelijk mogelijk maken van euthanasie heeft een impact op het sociale weefsel en op de maatschappelijke visie op geneeskunde. Euthanasie raakt daardoor aan de grondslag van onze democratie door het erkennen en afbakenen van een categorie van burgers, aan wie men dood kan geven met de goedkeuring van de samenleving.
Euthanasie legt een zware hypotheek op de band en het vertrouwen tussen familieleden. Euthanasie doet verder het wantrouwen ten opzichte van de artsen toenemen (blijkens een artikel in een uitgave van de Stichting “Schreeuw om leven” met de titel “Barmhartigheid anno 2018” - over de gevolgen van de legalisering van de euthanasie in Nederland - blijkt thans het overgrote deel van de artsen in Nederland bereid om mee te werken aan euthanasie; pag. 52). Euthanasie verzwakt tevens de meest kwetsbare personen die onder invloed van allerlei druk, bewust of onbewust, zichzelf moreel verplicht gaan voelen om een euthanasievraag te overwegen.

Zelfredzaamheid

Tot slot wil ik in deze bijdrage wijzen op de alomtegenwoordige “cultuur van zelfredzaamheid”, die euthanasie als een “redelijke” optie lijkt te propageren, zonder daarbij de nodige kritische kanttekeningen te plaatsen. Zo is allengs euthanasie een soort “verlegenheidsoptie” geworden voor de moderne mens die geen zin meer kan verlenen aan zijn (eindig) leven en aan zijn lijden. Daarmee gaat men voorbij aan het enorme belang van de laatste levensfase van de mens, zowel voor hemzelf, als voor diegenen die hij achterlaat. (wordt vervolgd)

Pastoor C. Müller

Euthanasie (artikel 1)

In de vorige editie verwees ik naar een recente info-middag in Velden rondom het thema “euthanasie”. Middels een serie artikelen in het Andreasklokje wil ik nader ingaan op het thema.

Verhuld taalgebruik

Wanneer het gaat om zaken als euthanasie, abortus en genocide, dan valt het op dat de voorstanders dikwijls termen gebruiken die de ernst van de zaak verhullen.
Zo spraken de Nazi’s over “Endlosung” en “Umsiedlung” waar het ging om de moord op de Joden. Waar het ging om de feitelijke transporten sprak men over “eenheden”, in plaats van “personen”. In Amerika spreken voorstanders van abortus over “pro-choice”; het gaat hen enkel om de moeder. Daarnaast spreekt men liever over “weefsel”, dan over een embryo (tactiek van het “depersonaliseren”). Iets soortgelijks ziet men ook bij ons. De titel van de betreffende recente voordracht luidde; “Waardig ouder worden”, terwijl het feitelijk gaat over het beëindigen van leven. Het is zeer dubbel. Anderzijds toont het tegelijkertijd aan dat de voorstanders terdege beseffen dat het heel gevoelig ligt, mede vanwege onze katholieke achtergrond. Door het verhuld woordgebruik wordt evenwel bewust het accent verlegd, terwijl het feitelijk gaat om het doden van menselijk leven. Met bovenvermelde misleidende termen, vindt tevens een abstrahering plaats. Het gaat dan in de voorlichting niet om concrete levens van mensen, maar om de waardigheid van het ouder worden, an sich een term die weinig zegt. Opmerkelijk is in dit verband dat paus Franciscus zelfs spreekt over “valse compassie”. Dit deed hij tijdens zijn toespraak tot 4000 Italiaanse artsen in november 2014. Tijdens die toespraak verduidelijkte de paus ook dat het huidige dominante denken zich uit in de moderne opvattingen over het toestaan van abortus, het "verkrijgen van euthanasie, als een daad van waardigheid", het 'produceren' van een kind als een recht en een wetenschappelijke doorbraak "in plaats van een cadeau" en over het gebruik van mensenlevens als proefkonijn "om anderen te redden". Een dergelijke dynamiek herkennen we ook achter de zgn. genderpolitiek en genderideologie. Lezenswaard is in dit verband het boek van Gabriele Kuby; “Die globale sexuelle Revolution”, met als ondertitel: “Zerstörung der Freiheit im Namen der Freiheit”, alsook de brochure van Mgr. Athanasius Schneider: “Das wahre Gesicht der Freimaurerei” (over de verborgen agenda van de Vrijmetselarij). (wordt vervolgd).

Pastoor C. Müller