“Gaat dan, maar neemt geen beurs mee, geen reiszak… .”

In het Evangelie dat wordt gelezen in het weekend van 6-7 juli, spreekt de Heer tot zijn 72 leerlingen (14e zondag door het jaar C). Alvorens hen 2 aan 2 uit te zenden, houdt Hij hen het volgende voor: “Zie, Ik zend u als lammeren onder de wolven; neemt geen beurs mee, geen reiszak, geen schoeisel en groet niemand onderweg.” Dat lijkt een vreemde aansporing. Edoch, van de leerlingen wordt in feite verlangd dat ze bereid zijn alles van God te verwachten en niet bezig te zijn met zaken, die hen kunnen afleiden van hun zending, hun opdracht.
Menselijke zorgen werken dikwijls als verstrooiingen. Voor de heiligen waren zij veelal een aansporing én reden om de Heer te danken (omdat ze veelal de diepere betekenis van hun noden zagen in het licht van Gods heilsplan), evenwel voor ons - gewone mensen - zijn zorgen veelal een beproeving, een last. Het is in feite paradoxaal, waar bezittingen mensen kunnen helpen goed te doen, daar vormt ons bezit vaak een begrenzing, voor zover wij er aan vastzitten. Daarom is het goed zaken op te ruimen, ze los te laten. Door op te ruimen, leer je ze te relativeren. Door spullen weg te doen, ontdekken mensen dikwijls weer dat wat allengs is ondergesneeuwd, te weten de waarde van immateriële zaken. Het is immers niet de materiële rijkdom die het hart van een mens vervult, maar de immateriële - God incluis.

Pastoor C. Müller

Dralen …

Iedereen kent het wel. Een moeder vraagt iets aan zoonlief. Hij zegt het te zullen doen, maar laat vervolgens op zich wachten. Menige ouder weet hierover mee te praten. Overigens, voor zoonlief zou men ook “manlief”, dan wel “dochterlief” kunnen invullen. Blijkbaar is dat wat we zelf willen, belangrijker dan wat de ander vraagt.
Iets dergelijks vinden we ook terug in het Evangelie en wel in dat van de 13e zondag door het jaar C (30 juni). Het gaat over de navolging. Jezus geeft enkele voorbeelden van “draalgedrag”. Zo zegt de een tegen Jezus: “Heer, laat mij eerst teruggaan om mijn vader te begraven”, terwijl een ander meent: “Ik zal U volgen, Heer, maar laat mij eerst afscheid nemen van mijn huisgenoten”. Als het gaat om eigen voornemens, zien we trouwens vaker iets soortgelijks. Wij nemen ons iets voor, maar dralen met de uitvoering.
Is dat niet zonde? Zo laten we heel wat kansen voorbijgaan om goed te doen en anderen te helpen. Dralen is welbeschouwd “half” leven, in het ergste geval je roeping missen. Daarmee beledigen we niet alleen God en de medemens, maar doen we feitelijk ook onszelf tekort. Ja, in de mate waarin we “openstaan”, zullen we zien hoe veel God ook aan ons heeft toevertrouwd. Het is aan ons om het te willen horen en te zien … en er gehoor aan te geven door onze keuzes en daden.

Pastoor C. Müller

Sacramentsdag

Volgende week zondag (23 juni) vieren we Sacramentsdag. We staan als kerk dan uitdrukkelijk stil bij de daadwerkelijke tegenwoordigheid van Jezus Christus in de H. Eucharistie.
De Heer is ons meer nabij dan wij dikwijls menen. De vele eucharistische wonderen verwijzen ernaar. Maar dat niet alleen, velen vinden ook kracht door hun deelname aan de H. Mis en beseffen hoe groot het mysterie van Gods liefde is. Ja, God deelt Zichzelf uit doorheen het H. Brood en het H. Bloed. Wij zouden het zelf niet bedacht hebben, maar God blijft Zichzelf telkens weer aan ons geven. Het enige wat Hij van ons vraagt, is dat wij geloven in zijn verhulde presentie en dat we leven overeenkomstig datgene wat God van een mens vraagt, die zich Christen noemt.
“Heer Jezus, onnoemlijk hebt Gij ons lief. Daarom geeft Gij Uzelf, helemaal, totaal, in brood, in wijn en op het kruis, tot in de dood. Zo wilt Gij ons voeden en bezielen, opdat wij zelf tot voedsel worden voor anderen. Heer, leid ook ons op die weg van de zelfgave, opdat we waarlijk leren leven, mede voor anderen, en wel tot meerdere eer en glorie van U.”

Pastoor C. Müller

H. Drie-Eenheid
Op zondag 16 juni staan we stil bij het grote geheim van Gods Heilige Drievuldigheid. Telkens als we een kruisteken maken, belijden we dat we geloven in één God, die bestaat uit de Drie Personen: God de Vader, God de Zoon én God, de H. Geest.
Van de heilige Augustinus wordt verteld dat hij eens aan het strand zat. Heel diep dacht hij na over de Heilige Drie-Eenheid, maar hij kon er niet echt vat op krijgen. Terwijl hij zo zat na te denken, werd zijn aandacht getrokken door een jongetje dat een kuil in het strand gegraven had en dat met emmertje water uit de zee schepte en dat in de kuil gooide. Het jongetje liep maar heen en weer tussen de zee en de kuil. Augustinus zag dat een poosje aan en vroeg toen: "Zeg, jongen, wat ben je eigenlijk aan het doen?" "Ik ben bezig de zee in deze kuil te gieten." "Maar, jongen, dat is toch onmogelijk, de zee is toch veel te groot voor deze kuil." En het jongetje zei: "En zo is God veel te groot voor jouw kleine verstand, Hij kan er echt niet in." Een wijze les voor een groot geleerde. Als we over God praten moeten we vooral beseffen dat we Hem nooit helemaal kunnen vatten noch begrijpen, daar is ons verstand veel te klein voor. Laten we God dan vooral eren in zijn hoedanigheid van Vader, van Zoon en van H. Geest.

Pastoor C. Müller

Pinksteren

Op de vijftigste dag na Pasen, de laatste dag van de paastijd, wordt herdacht dat de Heilige Geest neerdaalde over de apostelen. Eerste en Tweede Pinksterdag vallen dit jaar op zondag 9 en maandag 10 juni. In de aanloop naar Pinksteren (maar ook daarna) is het goed te bidden tot en om de H. Geest.
Daartoe onderstaand gebed:

Kom, heilige Geest, vervul de harten van uw gelovigen,
en ontsteek in hen het vuur van uw liefde.
Zend uw Geest uit en alles zal herschapen worden;
en Gij zult het aanzien van de aarde vernieuwen.
God, Gij hebt de harten van de gelovigen
door de verlichting van de heilige Geest onderwezen;
geef, dat wij door die heilige Geest
de ware wijsheid mogen bezitten
en ons altijd over zijn vertroosting verblijden.
Door Christus onze Heer. Amen.

Pastoor C. Müller

Hemelvaart

Op donderdag 30 mei vieren we het Hoogfeest van de Hemelvaart van de Heer. In de catechismus van de katholieke kerk vindt men meerdere passages welke betrekking hebben op de hemel. Zo is de hemel het uiteindelijk doel en de verwezenlijking van de diepste verlangens van de mens, de hoogste en definitieve staat van geluk. Leven in de hemel is "bij Christus zijn". De uitverkorenen leven "in Hem", maar zij behouden er, of beter gezegd, zij vinden er hun ware identiteit, hun eigen naam.
Door zijn dood en verrijzenis heeft Jezus Christus voor ons de hemel "geopend". Het leven van de gelukzaligen bestaat in het volle bezit van de vruchten van de verlossing, bewerkt door Christus, die hen in zijn hemelse verheerlijking laat delen die in Hem geloofd hebben en die trouw gebleven zijn aan zijn wil. De hemel is de gelukzalige gemeenschap van al diegenen die volmaakt in Hem ingelijfd zijn.
Dit mysterie van de gelukzalige gemeenschap met God en met allen die in Christus zijn, gaat ieder begrip en iedere beschrijving te boven. De Schrift spreekt ons erover in beelden: leven, licht, vrede, bruiloftsfeest, wijn van het koninkrijk, vaderhuis, hemels Jeruzalem, paradijs: "Geen oog heeft gezien, geen oor heeft gehoord, geen mens kan het zich voorstellen, al wat God bereid heeft voor die Hem liefhebben" (1 Kor. 2, 9).
De hemel is het eindeloze moment van liefde. Niets scheidt ons meer van God, van wie onze ziel houdt en naar wie ze een leven lang gezocht heeft. Samen met alle engelen en heiligen mogen we ons voor altijd met en over God verheugen.

Pastoor C. Müller

Medjugorje

Onlangs was ik wederom enkele dagen in Medjugorje, een dorp in het zuiden van Bosnië en Herzegovina. Medjugorje werd bekend door een reeks verschijningen van Maria die er sinds 1981 zouden plaatsvinden. Sinds het begin van de verschijningen hebben inmiddels meer dan 25 miljoen bedevaarders Medjugorje bezocht.
Tijdens de internationale Mis op zondag 12 mei 2019 werd in de kerk medegedeeld dat Paus Franciscus toestemming heeft gegeven voor officiële bisdom- en parochiebedevaarten naar Medjugorje. Dat houdt echter geen goedkeuring van de Mariaverschijningen in het Bosnische bedevaartsoord in, aldus de woordvoerder van het Vaticaan.
Vatican.va meldt dat de toestemming zondag tijdens een Mis in Medjugorje bekend werd gemaakt door de aartsbisschoppen Henryk Hoser en Luigi Pezzuto.
Hoser werd eind mei 2018 door de paus tot visitator van de parochie in Medjugorje benoemd. Pezzuto is pauselijk nuntius in Bosnië-Herzegovina. Tot nu toe waren alleen private bedevaarten naar Medjugorje toegestaan. Vaticaans woordvoerder Andrea Gisotti zei zondag na vragen van journalisten dat de pauselijke toestemming niet moet worden gezien “als een erkenning van bekende gebeurtenissen, die nog altijd onderzoek door de Kerk vragen”. Volgens Gisotti moet ervoor worden gezorgd dat er met betrekking tot Medjugorje-pelgrimages geen “verwarring of ambiguïteit vanuit leerstellig standpunt” wordt gecreëerd. “Dit betreft ook pastores van iedere orde en niveau die van plan zijn naar Medjugorje te gaan en daar te celebreren of concelebreren, zelf op plechtige wijze.” De toestemming is volgens de woordvoerder “deel van de bijzondere pastorale aandacht” van de paus voor de “aanzienlijke stroom mensen die naar Medjugorje gaan” en de “overvloedige vruchten van genade die daaruit voortkomen”. Met de toestemming kan aartsbisschop Hoser eenvoudiger banden onderhouden met priesters en anderen die Medjugorje-bedevaarten organiseren, en hen zo helpen “om zulke pelgrimages op vruchtbare wijze te kunnen uitvoeren, in overeenstemming met de gewone mensen van de plek”. Medjugorje trekt jaarlijks vele bedevaartgangers vanuit de hele wereld. Er worden opvallend veel bekeringen gemeld. (bron: website Katholiek Nieuwsblad)

Pastoor C. Müller