Geef ons meer geloof …

Het betreft een vraag van de leerlingen aan de Heer, aldus het Evangelie van zondag 6 oktober (27e zondag door het jaar). Het antwoord van Jezus is ontnuchterend: Doe je best en weest bescheiden - “Zo is het ook met u; wanneer gij alles hebt gedaan wat u opgedragen werd, zegt dan: Wij zijn maar gewone knechten; we hebben alleen maar onze plicht gedaan.”
God navolgen gaat zelden langs een bijzondere weg, maar veelal doorheen het leven van alledag, met haar stress, sleur en tal van andere zorgen.
Het is niet zonder reden dat daarom in de eerste lezing staat: “Al blijft het (visioen) uit, geef het wachten niet op, want komen doet het.” Ja, laat je niet van de wijs brengen, maar hou vol en “vergeet niet het vuur aan te wakkeren van Gods genade”, aldus de eerste zin van de 2e lezing van zondag 6 oktober.

Pastoor C. Müller

Herinner u hoe gij tijdens uw leven uw deel van het goede hebt gekregen (Luc. 16,25)

In het Evangelie van zondag 29 september vertelt Jezus de parabel over een niet nader genoemde rijke en de arme Lazarus. De rijkaard was gewoon feest te vieren. Voor zijn huis bevindt zich de arme Lazarus, met zweren overdekt. Hij wordt aan zijn lot overgelaten. Dan sterven beide. Nu blijken de rollen omgekeerd. De rijke bevindt zich in de onderwereld, ten prooi aan vele pijnen, terwijl Lazarus er vertroosting ondervindt. Veelzeggend staat er: “Mijn zoon, herinner u hoe gij tijdens uw leven uw deel van het goede hebt gekregen, en hoe op gelijke manier aan Lazarus het kwade ten deel viel; daarom ondervindt hij nu hier de vertroosting, maar wordt gij gefolterd.”
De parabel prikkelt ons na te denken over ons leven hier op aarde in het licht van de eeuwigheid. Wat doen wij met ‘onze’ rijkdom hier op aarde..? De rijke blijkt welbeschouwd een arme in die andere wereld, in tegenstelling tot de arme Lazarus, die nu rijk is aan vertroosting. Goed is het om in dit leven dingen eens om te draaien; ze te bekijken van de andere kant en wel in het licht van de eeuwigheid …

Pastoor C. Müller

Betrouwbaarheid

In het Evangelie van zondag 22 september (25e zondag door het jaar) gaat het over betrouwbaarheid. God heeft aan ieder van ons veel gegeven, aan ons toevertrouwd. Vaak beseffen wij dat te weinig; überhaupt hoezeer ons leven een gave Gods is. Het Evangelie herinnert ons er aan dat wij allen eens rekenschap moeten afleggen tegenover God. Hij zal ons de vraag stellen: Wat heb jij tijdens je leven op aarde gedaan met wat ik jou in beheer heb gegeven? Onze talenten en gaven zijn immers niet zozeer voor ons zelf bedoeld. Hebben we ze benut ten bate van anderen en de gemeenschap, of hebben we vele kansen en mogelijkheden achteloos voorbij laten gaan?
Als het goed is, leren we dat thuis, dat je moet woekeren met je talenten, opdat datgene wat God in ons heeft gelegd tot volle wasdom mag komen. Mede daarom staat er ook: “Wie betrouwbaar is in het kleine, is ook betrouwbaar in het grote”. Wanneer kinderen dat meekrijgen en er naar handelen, doet het niet enkel ouders deugd, maar ook onze Schepper, die wil dat we het beste geven van onszelf en zo bijdragen aan een betere wereld.

Pastoor C. Müller

Als iemand zijn kruis niet draagt en Mij volgt …

Het Evangelie van de 23e zondag door het jaar (8 september) gaat over de navolging van de Heer. Jezus richt Zich tot de talloze mensen die met Hem meetrokken. Daarbij stelt Hij hen voor een keuze. Daarmee prikkelt de Heer ook ons. Ben je bereid alles achter om Mij (Jezus) te volgen? Voorts: “Als iemand zijn kruis niet draagt en Mij volgt, kan hij mijn leerling niet zijn.”
Wanneer je voor het eerst deze “eisen” verneemt, zou je kunnen denken: Wie gaat daar nu op in? Blijkbaar moet je eerst alles achterlaten (m.n. je eigen wil), wil je Hem kunnen volgen. Overvraagt Jezus ons hiermee niet …?
Welnu, enkel vanuit de mens zelf bezien, kan dat kloppen. Vanuit God bezien, die ons heeft geschapen en kent als geen ander, moet het mogelijk zijn. Juist omdat Hij weet wat we vermogen en wel met zijn genade en hulp. God weet ook als geen ander wat Hij van ons verlangt. Jezus navolgen, overeenkomstig zijn voorwaarden, moet dus mogelijk zijn, mits de mens zich erop toelegt met heel zijn hart, ziel en zaligheid. Dat het veel van iemand zal vergen, spreekt voor zich. God evenwel kent onze draagkracht alsook onze weg; Hij zal ons bijstaan en leiden. De overgave is evenwel aan ons.
Jezus zelf nu is juist in de navolging voor ons een voorbeeld (“Mijn spijs is het de wil te doen van mijn Vader”). Hij vraagt van ons niet wat Hijzelf niet heeft voorgeleefd. Het komt er op neer God volledig te vertrouwen. Het is daarom dat Jezus telkens vraagt om geloof van onze kant. Dat geloof vormt feitelijk de sleutel tot het verstaan van God, met name wanneer het gaat om de “eisen” die Hij stelt. Zonder geloof, is datgene wat Hij vraagt, feitelijk niet goed te vatten.

Pastoor C. Müller

“Sta uw plaats aan hem af” (Lucas 14,9)

We leven in een tijd waarin je geleerd wordt steeds voor jezelf op te komen; wees assertief en laat niet de kaas van je brood eten! Het is niet toevallig dat onze maatschappij steeds harder is geworden.
Hoe anders klinkt het Evangelie, dat ons leert niet aan jezelf te denken, maar allereerst aan God en de ander. Zo staat in het Evangelie van de 22e zondag door het jaar (1 september): “Sta je plaats af aan de ander”. Even verder: “Want wie zichzelf verheft, zal vernederd en wie zichzelf vernedert, zal verheven worden.”
Het klinkt juist in onze tijd paradoxaal. Toch blijkt het te werken. Zo vinden mensen het prettig als jij een ander voor laat gaan in het verkeer, dan wel bij de kassa. Door je plaats af te staan, eer je feitelijk de ander. Hetzelfde geldt voor excuses. Door ze aan te bieden, zet jij de eerste stap tot verzoening. Het vraagt een zekere deemoed, maar dikwijls bewerkt het iets goeds.
Hetzelfde geldt wanneer het gaat om de biecht. Je betreurt het dat je jezelf verheven hebt en wel door te zondigen. Wanneer mensen gaan biechten, bewandelen ze de omgekeerde weg. Zij buigen zich voor God en vragen om vergeving. Door de absolutie worden ze geestelijk gesproken weer opgericht. Het is door te geven en te delen, dat relaties hersteld worden. Wees dan niet bang om dat te doen wat God van ons vraagt. Op de langere termijn werkt het veel beter, dan het kortzichtige “eerst ik”.

Pastoor C. Müller

Spant u tot het uiterste

in In onze dagen lijkt een taboe te rusten op het werkwoord “moeten”. Mensen zeggen het weleens: “Ik moet niks”, als anderen menen dat juist zij iets zouden “moeten” dan wel “laten”.
Het heeft mede te maken met onze cultuur waarin eenieders individuele vrijheid als het hoogste goed wordt gezien. Tegelijkertijd beseffen we allemaal dat voor een ordelijk verloop van het maatschappelijk verkeer het niet kan zonder regels en wetten.
In het Evangelie wordt vaker in gebiedende wijs gesproken. Daarachter schuilt eveneens een “moeten”, nader bezien een “heilig moeten”. Zo ook in het Evangelie dat gelezen wordt op zondag 25 augustus (21e zondag door het jaar), waar geschreven staat: “Spant u tot het uiterste in, om door de nauwe deur binnen te gaan”.
Men kan zich de vraag stellen: werkt zo’n aansporing niet averechts in onze tijd …? Al was het maar omdat velen niet meer stilstaan bij een leven na dit leven.
Evenwel, hier gaat het om onze eeuwige zaligheid. Daarom kan de Heer niet anders dan te zeggen: “Spant u tot het uiterste in”. Hierbij kan men denken aan de volgende passage van de apostel Paulus: “Wij spreken echter over de wijsheid van God, als een geheimenis; een wijsheid die verborgen was en die God vóór alle eeuwen voorbestemd heeft tot onze heerlijkheid; een wijsheid die niemand van de leiders van deze wereld gekend heeft. Immers, als zij die gekend hadden, zouden zij de Heer der heerlijkheid niet gekruisigd hebben. Maar het is zoals geschreven staat: “Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en in geen mensenhart is opgekomen, dat is wat God bereid heeft voor hen die Hem liefhebben.” (1 Kor. 2,7-9). Daarom, is God niet alle moeite waard?

Pastoor C. Müller

De moed niet opgeven

Door de eeuwen heen heeft ons geloof vele christenen moed, hoop en kracht gegeven, om moeilijke omstandigheden te doorstaan. De beloften van onze lieve Heer waren hen daarbij tot steun. In de 2e lezing van de 20e zondag door het jaar (18 augustus) wijst de apostel Paulus ook ons er op om de moed niet op te geven. Opmerkelijk is daarbij de context: “Denkt aan Hem die zoveel tegenwerking van zondaars te verduren had; dat zal u helpen om niet uit te vallen en de moed niet op te geven. Uw strijd tegen de zonde heeft u nog geen bloed gekost.” (Hebr. 12,3-4). Blijkbaar is de zonde van onszelf en die van de anderen iets dat God ziet als datgene dat het geluk / heil van de mens in de weg staat. Welbeschouwd is dat ook zo. De zonde doet afbreuk aan de bestemming van de mens, die ontworpen is om goed te doen.
Vandaar ook het bekende gezegde van Phil Bosmans (Belgisch priester, Bond Zonder Naam): “Verbeter de wereld, begin bij jezelf.” Duidelijk moge zijn, dat kost veelal inspanning en offer. Welnu, wanneer we ons daarop toeleggen, dan zullen we merken dat we milder worden ten opzichte van anderen en meer vergevingsgezind. En wellicht ook een voorbeeld van geloof en vertrouwen in God … Derhalve, geef de moed niet op, noch uzelf, noch anderen.

Pastoor C. Müller