De aanbesteding

Architect Stoks had voor het kerkgebouw een begroting opgesteld van 411.800 gulden. Dit was wel exclusief verwarming, elektrische installatie en inventaris. Vier aannemers mochten een offerte uitbrengen. Bij de keuze van de inschrijvers werd het kerkbestuur geadviseerd door de afdeling bouwzaken van het bisdom. Alleen de aannemers die de nodige ervaringen hadden met kerkenbouw werden uitgenodigd. Zo ook de fa. J.Coenders uit Arcen. Na veel reken- en schrijfwerk van de aannemers was het resultaat van de inschrijving als volgt: fa. Coppes, 514.450 gulden, fa. Straus, 493.450 gulden, fa Sondermeijer 488.210 gulden en de fa. J.Coenders 400.920 gulden. In een brief aan het bisdom schrijft pastoor van de Sterren op 13 april 1958 het volgende: “Mogen we van uwe Hoogw. Exc. het nodige verlof bekomen, om ze aan de laagste inschrijver, J.Coenders te Arcen, te gunnen voor 400.920 gulden”.
Opvallend detail; een andere aannemer uit Arcen had bij het bisdom ook een verzoek ingediend te mogen inschrijven. Zij kregen echter een vriendelijke brief terug met daarin de tekst: “Gezien de belangrijkheid van dit project acht de commissie, mede in overleg met de architect, zich niet verantwoord een aannemersbedrijf aan het kerkbestuur voor te stellen dat nog geen kerk of zeer belangrijk ander gebouw heeft uitgevoerd”.

Grondwerk en ruimen oude kerkhof
(zie foto rechtsboven)

Ondanks dat de bouwvergunning door de gemeente pas op 16 mei 1958 werd afgegeven ging Coenders direct na de gunning voortvarend te werk. De oude kapelanie werd half afgebroken, de rest deed voorlopig dienst als directiekeet. Brokstukken van de verwoeste kerk werden opgeruimd. Fundamenten van de oude kerk werden helemaal verwijderd, behalve de diepst gelegen resten van de toren langs de Kerkstraat, deze zitten er nog steeds. Ondertussen werd ook het oude kerkhof bij de bouwplaats getrokken. “Het leek hier wel köpkes mert”, zei een van de mannen die bij de bouw betrokken was tegen een verslaggever van het Dagblad van Noordlimburg, “zoveel doodshoofden en knekels kwamen we tegen in de grond”.
Pastoor v.d. Sterren schrijft in zijn dagboek: “Vóór de tijd zijn al verschillende lijken overgebracht naar het nieuwe kerkhof (Leeberg) maar toch komen er nog veel doodsbeenderen te voorschijn. De grond wordt vervoerd naar een plaats links van de Zwarteberg. Er zullen helaas nog wel beenderen bij zijn. Dit is echter niet te voorkomen”. De grafsteen van de eerste burgervader van Arcen werd eveneens overgebracht naar het kerkhof op de Leeberg.

De grafsteen met de tekst: Jan Theodoor van den Bergh, oud burgermeester, geb. 18 mei 1787, overl. 21 maart 1868, vindt u links van de calvarieberg. De heuvel werd één meter afgegraven en het hele terrein geëgaliseerd. Met het afbreken van de imposante ringmuur om het kerkhof kon worden begonnen met de fundering van de nieuwe kerk.