Bouw kerk gaat van start

Nadat de funderingen van de 41 meter lange en 38 meter brede kerk waren gelegd, vorderde de bouw in een rap tempo.

Op 28 september 1958, vijf maanden na de start, kon in een van de reeds gedeeltelijk opgetrokken hoektorens de officiële “eerste steen” worden gelegd.

Na een kort lof in de noodkerk op de Hor, togen de pastoor en zijn parochianen naar de bouwplaats. Staande bij een ruw houten kruis, dat de plaats aangaf van het toekomstige altaar, hield pastoor v. d. Sterren een korte toespraak.

Hij herdacht pastoor Laemers en allen die aan het werk van de wederopbouw zijn begonnen, maar deze dag niet meer mogen meemaken.
Pastoor gewaagde ook van de offers die zijn gebracht door de parochianen. Of ze nu kwamen uit een meer gevulde beurs dan wel van een klein weekloon. Hij hoopte dat Arcen zou blijven offeren voor het schone doel van het kerkgebouw waarin toch ook zoveel voldoening ligt besloten. Vooral als men bedenkt dat het hier letterlijk gaat om het scheppen van een woonplaats voor God.

Na dankwoorden aan de architecten Valk en Stoks, gemeentebestuur, aannemer en medewerkers, gaf hij het woord aan burgemeester Gubbels.

Namens het gemeentebestuur sprak deze de gelukwensen uit richting pastoor, kerkbestuur en parochianen. “Eerste steen” met ingemetselde oorkonde (zie foto linksboven)

Na de toespraken werd onder grote belangstelling overgegaan tot de eerste steenlegging. Pastoor v.d. Sterren werd daarbij geassisteerd door pater Broere, superior van St. Paul en kapelaan Wagemans.
In de “eerste steen”werd in een loden koker een oorkonde gemetseld met de Latijnse tekst die vermeldt dat deze gebeurtenis plaatsvond op 28 september 1958, toen Pius XII paus was, koningin Juliana regeerde over de Nederlanden en het bisdom Roermond in de derde maand na het overlijden van Mgr. Hanssen, bestuurd werd door vicaris Terstappen. Verder vermeldt de oorkonde de namen van de Gouverneur van Limburg, van de burgemeester, deken Strijkers van Venlo, pastoor, kapelaan, kerkmeester, architecten en aannemer. In deze bijzondere kluis werden verder ingesloten muntstukken van die tijd namelijk 1 gulden, 25, 10, 5 en 1 cent. De “eerste steen” vindt u rechts bij de hoofdingang op ooghoogte.

Op de steen staat de Latijnse tekst: “popUlo eXUL tante Me posUIt petrUs Van Der sterren arCanis Christi fontIbUs pIUs noVa ConsIgnans spatIa” Vrij vertaald betekent dit: “De vrome Petrus van der Sterren heeft mij te midden van het jubelend volk nieuwe ruimten bezegelend, met het oog op de mystieke bronnen van Christus”. De hoofdletters die in de Latijnse tekst zijn uitgebeiteld stellen ook de symbolen van de Romeinse cijfers voor. Bij elkaar opgeteld geven deze het jaartal aan van de eerste steenlegging, dus 1958.


Feestelijkheden bij eerste steenlegging

De plechtigheden van de eerste steenlegging werden opgeluisterd door de Kon. Harmonie, de schutterijen St. Petrus en Paulus en St. Sebastianus, het kerkelijk zangkoor en de Gemengde Zangvereniging. Op deze dag mochten tegen betaling, door parochianen muurtjes “gemetseld” worden die een dag later weer werden afgebroken. Van deze gelegenheid maakten velen gebruik. Zo droeg menig Arcenaar zijn steentje bij.