De begroting

Toen pastoor v.d. Sterren in Arcen werd benoemd als bouwpastoor (feb. 1954) trof hij een schuld aan van 28.000 gulden. Dit kwam hoofdzakelijk door het vrij kostbare ontwerp van de noodkerk. Coenders Sjeng uit Arcen had in 1948 in opdracht van het kerkbestuur op de Hor een noodkerk gebouwd voor 69.000 gulden. De eerste vraag van pastoor v.d. Sterren aan J.L.Achten, toenmalig secretaris/penningmeester van onze parochie was: “Hoe willen jullie met een dergelijke schuld aan de bouw van een nieuwe kerk beginnen?”. Achten: “Ik moest het antwoord schuldig blijven”.

Pastoor v.d. Sterren ontpopte zich echter als een echte financier. Feilloos onderkende hij de mogelijkheden om geld los te krijgen. Op een goudeerlijke manier wist hij de mogelijkheden uit te buiten. Hij begon orde op zaken te stellen waardoor de financiële situatie zienderogen verbeterde. Hij bleef met beide benen op de grond staan, trouw aan zijn beginsel: “We moeten iets mooi maken dat de eeuwen kan doorstaan, maar ook niet mooier dan de bruine kan trekken. Als we genoeg geld hadden bouwden we wel een kathedraal”. Het duurde dan ook even voordat de bouwplannen weer uit de ijskast gehaald konden worden. Om tot een voor iedereen acceptabel ontwerp te komen werd op het grondplan van het derde ontwerp, de kruisvorm, de opbouw van het tweede ontwerp geprojecteerd. Met de nodige aanvullingen en weglatingen was dit uiteindelijk het definitieve ontwerp van onze kerk (zie tekening links)

De begroting

Nnu kon door de architecten Valk en Stoks een begroting worden opgesteld. Met een totaalbedrag van 600.000 gulden (excl. de inventaris van de kerk) viel deze toch tegen. In dit bedrag was een post van 200.000 gulden opgenomen voor funderingen. De funderingen zouden twee meter diep moeten worden omdat de grond jarenlang als begraafplaats omgewoeld was. Trouw aan zijn principe: “Je moet het geld, dus ook de bezuinigingen, zoeken waar ze te vinden zijn en waar het de moeite loont”, kwam de pastoor met het idee de natuurlijke heuvel waar de oude kerk op had gestaan, ruim een meter af te graven. De funderingen zouden dan minder diep worden en dus minder kosten. Ondanks de kosten van het afgraven ontstond er toch een besparing van ruim 100.000 gulden. Dit plan werd geaccepteerd. Wegens onvoldoende bouwruimte werd besloten de kerk een kwartslag te draaien en in zuidnoord richting te bouwen. Dit in tegenstelling tot de oude kerk. Deze had de ingang aan de Kerkstraat en het altaar aan de kant van de Wal. De aanbesteding en het afgraven kon beginnen.

Bovenstaande teksten zijn fragmenten uit het dagboek van pastoor v.d. Sterren (1958) en uit “Herinneringen” van J.L.Achten 1984