Gij zijt Petrus …

In het Evangelie van de 21e zondag door het jaar (23 aug.) horen we hoe Jezus tot Simon Petrus spreekt, nadat deze tot Hem gezegd had: Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God: “Op mijn beurt zeg Ik u: Gij zijt Petrus en op deze steenrots (“petra”) zal Ik mijn Kerk bouwen en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen. Ik zal u de sleutels geven van het rijk der hemelen.”
Jezus richt Zich hier tot Petrus, en allen die na hem het Petrusambt zullen vervullen, en houdt hem en de kerk drie dingen voor:

1) “Gij zijt Kefa” (Aramees): Gij zijt rots, vandaar “Petrus, Pierre” (steen). Het is een naam die normaal voor God gereserveerd was zoals we in de psalmen horen: “Gij zijt mijn rots en mijn burcht.” Een rots is duurzaam en betrouwbaar; ze beweegt niet in de golven. Op die rots zal Jezus ZIJN geloofsgemeenschap, zijn kerk bouwen. Het is dus niet de Kerk van Petrus, of van Paulus, of van wie dan ook, maar bovenal ZIJN Kerk. Daar kunnen de krachten van het kwaad niet tegenop. Petrus nu is geroepen de kerk te dienen.
2) Jezus zegt hem tevens: “Ik zal u de sleutels geven van het Rijk der Hemelen.” Die uitdrukking verwijst naar de sleutel van het huis van David in de eerste lezing, waar staat: “Als hij opendoet, zal niemand sluiten, en als hij sluit zal niemand opendoen.” Wie de sleutels heeft van het huis of van de stadspoort, die weet ook wie hij binnen en buiten laat. De sleutelmacht is ook hier een “sleuteldienst” tot welzijn van de Gemeenschap der Kerk. 3) Jezus geeft Petrus tenslotte ook “de macht om te binden en te ontbinden”. Het gaat om een totaliteit aan verantwoordelijkheid, die hem als dienst aan de Kerk wordt toevertrouwd. Het is een historische uitspraak die we moeten begrijpen in het licht van die andere woorden van Jezus: zoals kort vóór Petrus’ verloochening: “Ik heb voor u gebeden, opdat uw geloof niet zou wankelen; maar als ge eenmaal terug tot u zelf zijt gekomen, bevestig dan uw broeders”. Petrus moet voortaan altijd zijn collega-apostelen (lees: bisschoppen) steunen en bemoedigen.

Met het oog op zijn bijzondere verantwoordelijkheden bidt iedere priester tijdens elke H. Mis voor de paus als opvolger van Petrus. Graag beveel ik onze paus ook aan uw gebed aan.

Pastoor C. Müller

De aanhouder wint …

In het Evangelie van zondag 16 augustus (20e zondag door het jaar) dringt een Kananese (“heidense”) vrouw bij Jezus aan, want haar dochter is van een duivel bezeten en wordt verschrikkelijk gekweld. Aanvankelijk geeft Jezus geen antwoord. De leerlingen merken op: Stuur haar toch weg! Want de vrouw blijft ons achterna lopen. Het lijkt er op alsof de vrouw niet gehoord wordt. Maar ze geeft niet op. Daarbij toont zij zich vindingrijk. Haar volhardend geloof bewerkt dat Jezus haar verzoek verhoort. Hij geeft haar te kennen: “Vrouw, ge hebt een groot geloof! Uw verlangen wordt ingewilligd.” Van dat ogenblik was haar dochter genezen.
Het verhaal wil ook ons bemoedigen. Al staan we misschien ver van de Heer af, of lijkt Hij ons misschien niet te horen; geef niet op. Maar heb vertrouwen. God verhoort, ook al is het niet direct en soms anders dan wij wensen. Van belang is te zien dat God ook bij ons vooral waarachtig geloof wil zien. We zien het meer dan eens in het Evangelie als Jezus mensen geneest. Hij merkt dan vaker op: Uw geloof heeft u genezen. Jezus wil geen oppervlakkig geloof, dat afhaakt als de mens niet direct zijn zin krijgt. Laat u dus niet van de wijs brengen, maar hou vol, zoals de Kananese vrouw. Zij liet zich niet wegsturen, noch ontmoedigen. Maar bleef de Heer nabij.

Pastoor C. Müller

“Waarom heb je getwijfeld?”

Het Evangelie van zondag 9 augustus vertelt ons een bijzonder verhaal. Jezus dwingt zijn leerlingen in de boot te stappen. Blijkbaar is dat wat volgt voor hen belangrijk, mede met het oog op hun later missiewerk. Jezus nu, Hij gaat niet met hen mee, maar gaat in afzondering bidden (ongetwijfeld ook voor zijn leerlingen). De boot wordt ’s nachts geteisterd door golven. Tegen de morgen komt Jezus dan over het water naar hen toe. De leerlingen zien het (is het een spook?) en raken van streek, door angst bewogen. Jezus maant hen tot rust: “Weest gerust, Ik ben het. Vrees niet.” Petrus kan het haast niet geloven en zoekt zekerheid: “Als Gij het zijt, zeg me dan dat ik over het water naar U toe moet komen.” Jezus zegt daarop: “Kom!” Aanvankelijk lukt het (hij weet zich bevestigd), maar door de hevige wind wordt hij weer bang. Zo ook na het gevangennemen van Jezus. Die angst bepaalt Petrus helemaal, terwijl Jezus nota bene bij Hem is. Even later trekt Jezus hem uit het water, terwijl Hij opmerkt: “Kleingelovige, waarom heb je getwijfeld?”
De leerlingen zullen deze ervaring niet snel vergeten. Voor God bestaan er geen barrières (in de vorm van gesloten deuren, dan wel stormen op het meer). Het is aan ons om uit onze comfort-zone (“ons bootje”) te stappen en te vertrouwen op Hem, die ook tot ons vaker zeggen zal: “Kom!“
Welnu, wees dan niet bang. Ga naar Jezus toe en vertrouw er op dat Hij je ziet en desnoods vastgrijpt. En … laat je niet afleiden door het rumoer om jou heen. Jezus is meer nabij dan wij menen te weten.

Pastoor C. Müller

Wie geeft wat hij heeft, is waard dat hij leeft …

Bovenstaande zin betreft een van de vele bijzondere uitspraken van de overleden spirituaal van Rolduc (Pater Piet Penning de Vries SJ) tijdens mijn seminarietijd aldaar. Die zin kwam bij me op toen ik het Evangelie las dat op zondag 2 augustus wordt voorgelezen (18e zondag door het jaar A). Daarin gebiedt Jezus zijn leerlingen de mensen eten te geven, nadat Hij ze eerst gezegd had: Het is niet nodig dat ze weggaan. De leerlingen antwoorden daarop met: Wij hebben hier niet meer dan vijf broden en twee vissen. Waarop Jezus zegt: Brengt die dan hier. Jezus kan blijkbaar veel meer doen met dat wat we Hem geven, dan wij ons kunnen voorstellen. Ja, wees bereid te delen, ook als het misschien weinig lijkt (indachtig de kleine gave van de arme weduwe in de tempel). Hierbij mogen we denken aan de beeldspraak van het mosterdzaadje. In potentie zit in dat kleine zaadje een groot gewas verscholen. Welnu, wanneer we bereid zijn te geven (te zaaien), dan laat God het tot wasdom brengen. Denk daarom nimmer dat uw bijdrage er niet toe doet, in het grote geheel der dingen. Heel veel grote zaken zijn ooit klein begonnen. Neem nu Moeder Teresa, Ze was heel arm en bleef dat altijd door - arm met de armen. God evenwel zegende haar inspanningen, haar gebed en geloof. Steeds gaf de Heer wat ze nodig had voor de armen. Zijn rijkdom is onuitputtelijk. Mooi is te zien hoe de Heer steeds bereid is te geven (te voorzien), wanneer we bereid zijn om onszelf te geven, juist dan als we menen niets te zijn of te kunnen. Ja, wie geeft wat hij heeft, is waard dat hij leeft!

Pastoor C. Müller

Hoogfeest van Christus, Koning van het heelal

Hoe snel toch gaat de tijd. Met het Hoogfeest van Christus Koning (weekend van 24 november) vieren we alweer de laatste zondag van het kerkelijk jaar. Volgend weekend begint de Advent, waarmee het nieuwe kerkelijk jaar (A) een aanvang neemt. In de Advent bereiden we ons voor op het geboortefeest van de ‘kleine’ Vredesvorst, liggend in een kribbe. Gedurende het kerkelijke jaar staan we stil bij Zijn leven hier op aarde; hoe Jezus opgroeit en Zich laat dopen in de Jordaan. Met die doop begint zijn openbaar leven. Uiteindelijk sterft Jezus, die wordt genoemd Koning der Joden, aan het kruis. Welnu, hier is meer. Jezus Christus is Koning van het heelal. Alles is aan Hem onderworpen. Ons allen heeft Hij vrijgekocht, als een ware vorst droeg en draagt Hij zorg voor al zijn onderdanen. Welke (aardse) koning handelt zoals Hij? Jezus heerst door geen andere macht dan doorheen Zijn oneindige liefde.

Pastoor C. Müller