Oktobermaand - Mariamaand                                                                     

In de katholieke kerk is de maand oktober gewijd aan de rozenkrans. De keuze voor deze maand hangt samen met de liturgische gedachtenis van Maria van de Rozenkrans op 7 oktober. Deze viering werd ingesteld door paus Pius V in 1571. Hij had de christelijke overwinning van de Slag bij Lepanto (7 oktober 1571) toegeschreven aan het bidden van de rozenkrans. Het rozenkransgebed werd gepropageerd door de orde der Dominicanen, waartoe Pius V zelf ook behoorde. Volgens een oude overlevering was de rozenkrans een geschenk van de Heilige Maagd Maria aan Sint Dominicus (1170-1221), stichter van de dominicanen. Maria zou de rozenkrans hebben gegeven als wapen in zijn strijd tegen de Albigenzen. Het gebruik om jaarlijks de hele maand oktober in het teken van de rozenkrans te stellen, dateert uit de 19e eeuw. Het was paus Leo XIII (1878-1903) die een intensere Maria-devotie in deze maand heeft bevorderd door zijn oproep om extra vaak de rozenkrans te bidden. Opmerkelijk is dat Leo XIII in totaal tien encyclieken over het rozenkransgebed schreef. Alle werden gepubliceerd in september, ter voorbereiding van de daaropvolgende rozenkransmaand. Alle pausen na hem hebben de gelovigen opgeroepen in oktober extra tijd aan de rozenkrans te besteden. Het bidden van een rozenkrans gaat gepaard met het gedenken van geloofsgeheimen. We kennen er twintig (4 x 5). Naast de zgn. 5 'blijde', kennen we ook de 5 'droevige' en de 5 'glorievolle' geheimen. In 2002 heeft paus Johannes Paulus II, bij het begin van het Jaar van de Rozenkrans, daar de 'vijf geheimen van het Licht' aan toegevoegd. De 20 geheimen vormen een samenvatting van het Evangelie. Door het bidden van de rozenkrans wordt men meer bewust van het leven, lijden, sterven en verrijzen van Jezus Christus
.
Pastoor C. Müller