Over het hart van de mens …                                                                     

In het Evangelie van zondag 29 augustus (22e zondag door het jaar B) spreekt Jezus over het hart van de mens, dit naar aanleiding van een opmerking over het met ongewassen (onreine) handen eten van voedsel. Mensen kunnen soms vasthouden aan allerlei regels, die het zicht vertroebelen om waar het nu vooral om dient te gaan en dat is de binnenkant van de mens. Jezus verwijt de Farizeeën dat zij vooral vasthouden aan wetten van mensen. Nee, niets dat wat van buitenaf in de mens komt, kan hem bezoedelen; maar wel wat uit het binnenste uit het hart van de mens komen, zoals boze gedachten, ontucht, echtbreuk, bedrog en losbandigheid. Dit staat haaks op wat mensen heden ten dage vaak menen: Doe maar wat je hart ingeeft! Jezus maakt een duidelijk onderscheid tussen goed en kwaad, terwijl de moderne mens dikwijls meent: als ik uitdrukking geef aan mijn voorkeuren en wensen, dan is dat goed. Maar is dat ook goed? Vaak zijn we kortzichtig en zien we vooral ons eigen belang. Mensen beamen dat soms ook, als ze nadien zeggen: “Had ik maar beter nagedacht en had ik maar niet die eerste impuls gevolgd”.

In feite roept Jezus ons op na te denken bij al datgene wat ons hart ons “ingeeft”. Daarbij is het goed je af te vragen: Wat zou God nu van mij willen, in deze concrete situatie?

 

Pastoor C. Müller