Komt, volgt Mij …

In het Evangelie van zondag jl. (17 jan.) hoorden we hoe 2 leerlingen van Johannes de Doper naar Jezus gingen, omdat Johannes over Hem gezegd had: “Zie het Lam Gods”.
In het Evangelie van zondag 24 januari lezen we hoe Jezus het initiatief neemt bij het meer van Galilea. Hij ziet er vissers in een boot … en roept hen: “Komt, volgt Mij, Ik zal maken dat gij vissers van mensen wordt.” Simon en zijn broer Andreas laten terstond hun netten in de steek en volgen Hem. Even later worden de zonen van Zebedeus geroepen (Jacobus en Johannes). Ook zij gaan Jezus achterna en laten de anderen in hun boot achter.
Wat opvalt is hoe krachtdadig het woord van Jezus was en is, dat deze vissers alles achterlieten om Hem te volgen. Anderzijds laat het ook zien dat mensen tot veel bereid zijn als de Heer hen roept. Onze kerkgeschiedenis laat dit ook zien. Ja, hoevelen zijn niet de Heer gevolgd, ofschoon zij Hem niet gezien hebben, zoals de eerste leerlingen? “Zalig die niet gezien hebben en toch geloven.” (Joh. 20,29)
Ook wij mogen de Heer volgen. Het gaat erom dat we ons laten aanspreken. Dat we openstaan voor het Woord van God.
Boeiend is te zien hoe Jezus hen weghaalt uit hun boot, die symbool staat voor hun bestaansvoorziening en hun wereld. Vaak vinden mensen het moeilijk om alles achter te laten. Jezus’ oproep is evenwel zo sterk, dat zij hun boten achterlaten en een onbekende wereld tegemoet treden. Het mag ons aan het denken zetten. In hoeverre zijn wij bereid Hem te volgen en onze “boot” (zekerheden) achter te laten?

Pastoor C. Müller