Was Jezus een haptonoom?

Tijdens zijn openbaar leven ontmoet Jezus heel veel mensen. Om allerlei redenen zoeken ze Hem op. Anderen daarentegen worden door de Heer gezocht, in het bijzonder hen die later apostel zouden worden. In het Evangelie van zondag 28 juni (13e zondag door het jaar) ontmoet Jezus onder meer een vrouw die aan bloedvloeiing leed. Stiekem raakt zij zijn kleren aan te midden van de drukke menigte. Terstond hield de bloeding op. Jezus is het echter niet ontgaan. Hij werd er Zich van bewust dat op hetzelfde moment een kracht van Hem was uitgegaan:

“Wie heeft mijn kleren aangeraakt.” (Mc. 5,30)

Het is een opmerkelijk verhaal. Het doet me denken aan een fenomeen dat jaren geleden in de wereld van profvoetballers en andere sterren in zwang raakte; de haptonomie. Het begrip stamt van het werkwoord haptein - wat betekent: aanraken, verenigen, een relatie vestigen, zich hechten aan.... en in overdrachtelijke zin: in (tactiel) contact treden om gezond te maken, te helen, te bevestigen. Dit specifieke contact typeert de haptonomische benadering: het ontmoetend, helend aanraken om de ander in zijn wezen te bevestigen.

Welnu, als wij ter Communie gaan, raken ook wij de Heer aan. Helaas, net als toen, lijkt het echter niet iedereen “te raken”. Van belang is dan ook verder te lezen. Zo vernemen we even later wat de Heer tot de vrouw zei: “Dochter, uw geloof heeft u genezen!” Datzelfde zinnetje nu vinden we vaker terug in het Evangelie. Ja, de Heer vermag veel als wij maar geloven. Ons geloof heeft iets weg van een deur, in de mate dat we geloven, staat de spreekwoordelijke deur van ons hart al dan niet open voor de Heer. Het verhaal wil ons prikkelen, ons raken, zoals Jezus destijds de betreffende vrouw wist te raken, voor en tijdens hun ontmoeting.


Pastoor C. Müller

 

Wees niet bevreesd (Mc. 4, 40)

Mensen worden vaak bepaald door hun angsten, ook zijn die veelal onbepaald, in tegenstelling tot vrees (dat duidt op een concreet gevaar). Jezus zegt het ook ons: Wees niet bevreesd. Ik ben er, ook al meen jij dat Ik slaap.
Vandaar onderstaand passend gedicht van Nel Benschop.

Wees niet bevreesd, wanneer de nacht gaat vallen,
Wees niet bevreesd, wanneer het donker wordt.
Hier is Mijn hand, wees maar niet bang te vallen.
Ik houd je vast, Mijn macht schiet nooit tekort.

Wees niet bevreesd, wanneer de golven stijgen,
zodat het water tot de lippen komt.
Want met een wenk doe Ik de winden zwijgen
en zee en aarde liggen als verstomd.

Wees niet bevreesd, wanneer je krachten minderen,
want in jouw zwakheid wordt Mijn kracht volbracht.
Ik heb veel werk te doen, ook voor mijn zwakke kinderen.
En alles kun je, als je Mij verwacht.

Wees niet bevreesd, want Ik zal voor je zorgen.
Denk aan de leliën, de mussen die Ik voed.
Ik ben de God van heden en van morgen,
de God die leeft en die jou leven doet!

Pastoor C. Müller

 

Kiemkracht

Jezus benut heel wat parabels om de mensen iets duidelijk te maken. Een parabel is een soort van indirecte mededeling. De vertelling lijkt over een ander (dan wel anderen) te gaan, dan wel over een zaak of voorwerp (zoals een graankorrel), maar het gaat in feite over ons; het raakt diegene die de dieper gelegen boodschap op zichzelf wil betrekken. Komende zondag (14 juni) spreekt Jezus over het spreek-woordelijke mosterdzaadje. Het is een verhaal over de potentie die God in de natuur en in ons mensen heeft gelegd. Maar niet alleen dat. Zelfs een simpel vlammetje bezit het vermogen heel veel zaken te doenontbranden. Iets soortgelijks geldt in feite ook onze liefde. Ja, hoeveel goede projecten zijn niet begonnen met een welbepaalde mens, die ooit een kleinschalig idee heeft uitgewerkt, dat nadien is aangeslagen en vele mensen heeft beïnvloed en veranderd? Jezus zelf is wellicht hier het beste voorbeeld. In en door Hem is het aanzien van de wereld veranderd en hebben onnoembaar velen zich helemaal gegeven, tot aan de marteldood toe. Het is aan ieder van ons om die potentie welke God in ons heeft gelegd, te ontdekken en te cultiveren met Gods genade. Dan vermogen ook wij veel, dikwijls veel meer dan wij zelf bevroeden. Ja, beziet men datgene wat anderenhebben gedaan voor de samenleving, dan mag ons dat stichten. Het vormt tegelijkertijd een oproep aan ons, om - indachtig het beeld van  het mosterdzaadje - uit te groeien tot (geestelijk gesproken) “een grote boom”. Daarmee brengen we God eer en zegen over anderen.

Pastoor C. Müller

 

Sacramentsdag

Op de 2e zondag van Pinksteren (7 juni) vieren we als kerk het Hoogfeest van het H. Sacrament van het Lichaam en Bloed van Christus. Op die dag worden her en der processies gehouden. Zo ook in Venray, alwaar enige jaren geleden de aloude traditie van de sacramentsprocessie in ere is hersteld. Het is een uiting van geloof, waarbij gelovige mensen met de Heer in de monstrans door de straten trekken. Toen ik als priester samen met deken Smeets van Venray ‘onder de hemel’ meeliep, deed het me denken aan hoe de Heer destijds met zijn leerlingen (i.c. gelovigen) zijn weg ging door dorpen en plaatsen en de mensen op zijn (kruis)weg zegende. Welbeschouwd zijn er meerdere gelijkenissen te vinden. Net als toen, meer dan 2000 jaar geleden, bleven ook in Venray mensen op afstand toekijken. Het illustreert min of meer eenieders relatie tot de levende Heer. Zo waren er in Venray mensen bij die langs de weg neerknielden toen de Heer langsging, terwijl anderen gewoon doorliepen om naar hun spreekwoordelijke ‘akker’ gaan. Het laat zien hoe ieder op zijn levensweg op specifieke momenten de Heer kan ontmoeten. De vraag is evenwel of we Hem nog wel herkennen als Diegene die ons wil ontmoeten en met ons is begaan? De moderne mens is helaas dikwijls zozeer met zijn eigen agenda bezig, dat hij/zij dit niet meer opmerkt. Ja, is dat niet jammer? Want velen merken niet alleen de Heer niet meer op, maar gaan dikwijls ook voorbij aan hun eigen dieper gelegen behoeften. Goed  is dan te weten dat de Heer er is, onverlet ons “zijn”, dan wel “niet bij zichzelf zijn” van mensen in spiritueel opzicht. Ja, de Heer ziet ons graag, zowel in de kerk als daarbuiten. Het is evenwel aan ons om Hem te (her)kennen, met name op de kruispunten van ons eigen bestaan.

Pastoor C. Müller

 

 

God is één

Op zondag 31 mei vieren we als Kerk het Hoogfeest van de Heilige Drieeenheid. De Kerk leert dat God één is, maar dat we in God drie Personen onderscheiden, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. In verband met dit feest staat hier een afbeelding van de beroemde icoon van de Russische monnik Andrej Roebljov (+1430), getiteld ‘De Gastvrijheid van Abraham’. De icoon, vol met symboliek, betreft de bekendste kunstzinnige afbeelding van de Heilige Drie-eenheid, afgebeeld als drie engelen aan een tafel. Interessant is dat Roebljov deze icoon zó geschilderd heeft dat je eerst naar de Geest (rechts), dan naar de Zoon (midden, met het rode kleed aan) en dan naar de Vader (links) kijkt. De Geest en de Zoon hebben hun hoofd gericht naar de Vader. Hiermee lijkt de schilder te willen zeggen: ‘Eer aan de Vader door de Zoon en de Geest’. Voor de betekenis van de afbeelding dienen we terug te gaan naar het verhaal in Genesis 18,1-15, waarin Abraham drie vreemdelingen ontvangt en te eten geeft, maar met wie hij echter praat als waren zij één persoon. Dit verhaal wordt in het christendom doorgaans geïnterpreteerd als getuigenis van het verschijnen en handelen van God als Drie-eenheid. Op de icoon zien we ook de eik van Mamre, de plaats waar het Bijbelverhaal zich afspeelt, en de tent van Abraham in de woestijn afgebeeld. De Vader staat voor de waarheid, Hij is alomvattend, de Zoon staat voor de weg, Hij heeft ons getoond hoe we tot de Vader (de waarheid) kunnen komen en de Heilige Geest, het geloof, onze inzet om tot de waarheid te komen. De drie samen geven ons het geluk, het besef dat alles in harmonie leeft en dat we alleen kunnen gelukkig zijn als we in harmonie leven met God, met de medemens en met de natuur. Door de kelk op de tafel wordt de voorafbeelding van de Eucharistie bedoeld. De compositie is ingewikkelder dan op het eerste zicht lijkt; ze zit vol verborgen symbolen. De drie ‘engelen’ zijn zo geschilderd dat ze passen in een cirkel, symbool van de volmaaktheid, indachtig de beroemde woorden van Jezus: “Wees dus volmaakt, zoals jullie hemelse Vader volmaakt is”. (Mt 5,48)

Pastoor C. Müller

 

 

 

Bidt om de Heilige Geest

Vijftig dagen na Pasen viert de kerk het Hoogfeest van Pinksteren (dit jaar op zondag 24 mei). We staan dan stil bij het feit dat met het eerste Pinksteren de Heilige Geest, de 3e Persoon van de Allerheiligste Drieeenheid, neerdaalde over de apostelen.
Voor zijn Hemelvaart had Jezus beloofd dat hij de Geest van God, de Heilige Geest zou sturen die hen geestelijk verder zou leiden en hen de kracht zou geven om getuigen van het Evangelie te zijn. De H. Geest betreft de liefde tussen de God de Vader en God de Zoon. Wil men begrijpen wie God is, dan kan dat slechts door de H. Geest. Het is door die H. Geest dat de leerlingen alles dieper en beter leren te verstaan en zo ook met meer overtuiging kunnen spreken. Met Pinksteren wordt het begin van onze kerk gemarkeerd. Wanneer je gaat bidden om de Heilige Geest, dan doet de Heilige Geest zijn vrucht in je groeien. Dat is de vrucht van liefde (waar misschien eerst onverschilligheid was), van vreugde (waar misschien eerst somberheid was), van vriendelijkheid (waar misschien eerst stugheid was), van vrede, zachtmoedigheid, geduld, enzovoort. Je wordt er nooit slechter van als de Heilige Geest meer en meer de ruimte krijgt in jouw leven. De Heilige Geest is God-in-ons. Zoals je God de Vader God-boven-ons kunt noemen. En zoals je God de Zoon, Jezus, Godnaast-ons kunt noemen. Zo is de Heilige Geest God-in-ons. Zo dichtbij wil Hij zijn. Waar je ook heen gaat, door de Geest is God in je, bij je.

Dichterbij dan je je ooit kunt voorstellen. Bidt dan dagelijks en volhardend om die Heilige Geest en nieuwe wegen zullen zich ontsluiten.

Pastoor C. Müller

 

Opdat zij één mogen zijn.

In het Evangelie van komende zondag (7e zondag van Pasen) bidt Jezus  voor zijn leerlingen. De evangelie-perikoop is ontleend aan hoofdstuk 17 uit het Johannes-evangelie. De tekst volgt op de zogeheten 2e afscheidsrede (hoofdstuk 15 en 16), waarin de Heer zijn geestelijke erfenis verheldert.

Het gebed, opgenomen in het evangelie van deze zondag, sluit daarop aan. Jezus vraagt aan zijn Vader (en Onze Vader) zijn leerlingen te bewaren, “opdat zij één mogen zijn, zoals Wij”.

Feitelijk is het ook een gebed voor ons, aangezien ook wij zijn leerlingen zijn. Het is een bede, die je als priester soms een moeder hoort uiten op haar sterfbed; dat de kinderen zich mogen verstaan, dat de eenheid in de familie eenieder mag dragen. Die bede van de Heer nu mogen wij ook tot de onze maken. Zijn wij doorheen ons geloof niet alle kinderen van één en dezelfde Vader?

Van belang is daarom te bidden voor elkaar, juist in familieverband. Met name in de maand mei, waarin Maria centraal staat, zij, die is de Moeder van de Heer en Moeder van de Kerk

Pastoor C. Müller