Over de navolging van Christus

Waar in deze rubriek verleden week werd gesproken over de nederigheid, daar gaat het een week later over de navolging, die alle relaties omvat, de naaste familie niet uitgezonderd. In het Evangelie van de 23e zondag door het jaar (4 sept. 2016) zegt Jezus tot zijn leerlingen de curieuze woorden: “Als iemand naar Mij toekomt, die zijn vader en moeder, zijn vrouw en kinderen, zijn broers en zusters, ja zelfs zijn eigen leven niet haat, kan hij mijn leerling niet zijn.”
Zo op het eerste oog schrikt men. Hoe zit het eigenlijk met dat “haten”? Leert Jezus ons immers niet lief te hebben? Dienen we niet onze vader en moeder te eren (4e gebod)? En de naaste te beminnen als onszelf? Wat wil Jezus hier zeggen?
Normaliter betreft haten het afwijzen van diegene die ons kwaad doen, dan wel hebben gedaan. Haten is het tegenovergestelde van liefhebben. Haten associëren we met een sterke emotionele boosheid en afkeer. Toch wordt dat laatste juist hier niet bedoeld (temeer omdat boosheid ons hart doet afsluiten). Nee, het gaat hier met name om de noodzaak steeds afstand te bewaren en alles te zien in de ordening zoals God deze bedoeld heeft en waarin Hijzelf de allerhoogste en allereerste plaats vervult, indachtig het eerste gebod: “Ik ben de Heer Uw God. Gij zult geen afgoden beminnen, maar Mij alleen beminnen en boven alles beminnen”.
Bezien we de mens nader, dan maakt hij deel uit van een netwerk aan relaties en bindingen. Vaak wordt hij er in die mate door bepaald, dat hij de wil van ouders voor laat gaan boven die van God. Je ziet het soms bij roepingen, die in de kiem gesmoord worden door ouders, die om een of andere reden met God en/of de kerk niets meer ophebben en het kind “los” beschouwen (en maken) van Gods plan met hun kind.
Jezus wijst er zijn leerlingen op dat Gods Wil ver uitstijgt boven de wil van anderen, of het nu familie betreft dan wel andere (“belangrijke”) personen, inclusief die van jezelf. Ja, met name van de leerling zelf vraagt Jezus een algehele onthechting (“zelfs zijn eigen leven niet haat”, zo staat er). Daarbij mogen we denken aan Jezus woorden in de Hof van Olijven: “Niet mijn wil, maar Uw wil geschiedde”. Sterven aan jezelf, betekent heet concreet loslaten, om helemaal vrij te zijn om Christus onvoorwaardelijk te kunnen volgen. Het lijkt een “negatieve” vrijheid (omdat ze zoveel kan kosten en vaak ook kost), maar dat is ze niet. Gods liefde maakt mensen immers vrij om echt te kunnen beminnen. Het gaat er om het grotere (het eeuwige) te blijven zien en ons niet te laten begrenzen door tijdgebonden (menselijke) claims en verwachtingen.

Pastoor C. Müller

Nederigheid

In het Evangelie van de 22e zondag door het jaar (28 augustus) gaat het met name over de deugd der nederigheid.

Een nederig mens eist weinig voor zichzelf op en stelt zichzelf nimmer op de voorgrond. Hij eist geen eer op en is steeds bereid tot dienen. Deemoed en bescheidenheid sieren hem. Nederigheid kan maar bestaan wanneer de mens beseft dat hij niets is in vergelijking met God. Zonder God ontbreekt immers een absoluut ijkpunt. Zonder Hem wordt alles relatief. Nederigheid treft men dan ook zelden aan bij humanisten, ofschoon zij beweren iedere mens hoog te achten. Zo is het mensen eigen om zich te onderscheiden (wat an sich niet verkeerd hoeft te zijn). Daardoor wanen evenwel velen zich beter, slimmer, mooier etc. dan anderen, met alle gevolgen van dien. De vraag is dan ook met wie wij ons vergelijken?
In de Bijbel wordt de deugd der nederigheid door Jezus Zelf voorgehouden: “Leert van Mij, Ik ben zachtmoedig en nederig van hart” (Mt 11,29). Het tegenovergestelde van nederigheid betreft de hoogmoed. Nederigheid is geen minderwaardigheidscomplex. Het is het doen van het juiste en niet afhankelijk zijn van de opinies van anderen. De nederige persoon is geheel toegewijd aan het navolgen van waarheid. Omdat hij niet afhankelijk is van anderen kan hij het juiste kiezen zelfs wanneer het niet populair is of politiek incorrect. Hij is het tegenovergestelde van een arrogant persoon bij wie het draait om zijn ego. Een nederig mens meent: wat groter is dan ik, dát telt!
Het Jodendom en het Christendom stellen dat u de ware betekenis kunt vinden door te doen wat onze Schepper wil. God is de bron van objectiviteit. Hij definieert wat 'goed' is. Objectiviteit doet ons boven ons eigen ik uit te stijgen en voor het goede te kiezen voor de juiste redenen. Dit leidt tot nederigheid. Mozes bijv. stond vol ontzag voor God. Mozes kende zijn plek. Hij deed wat God wilde. Daarom is het goed u zelf vaker de vraag te stellen: Wat wil God nu van mij? Doe dan wat Hij zegt, dan doet u altijd het goede.

Pastoor C. Müller

Regionale Alpha-cursus

Sinds enige jaren worden her en der zgn. Alpha-samenkomsten gehouden. Wereldwijd hebben ruim 24 miljoen mensen deze Alpha-bijeenkomsten gevolgd. Alpha wil mensen helpen op zoek te gaan naar de zin van het leven. Tijdens een tiental interactieve en gezellige bijeenkomsten ontdek je met anderen het christelijk geloof. Er is veel ruimte voor het inbrengen van ervaringen en het stellen van vragen. Bijna alle Alpha’s beginnen met een gezellige maaltijd. Daarna volgt een inspirerend verhaal over een van de 15 onderwerpen die aan bod komen. In Tegelen start binnenkort voor de 3e keer een nieuwe serie van (10) Alpha-bijeenkomsten; ze vinden plaats telkens op een maandagmiddag. Iedereen is van harte welkom. Of je nu wel of niet katholiek bent. De eerste samenkomst (met lunch!) wordt gehouden op maandagmiddag 22 augustus om 13.00u in het Gebedshuis Bethanië, Gulickstraat 2 in Tegelen (voormalige pastorie van de St. Joseph-parochie). De laatste samenkomst vindt plaats op maandag 21 november. Daarnaast is er een verdiepingsdag voorzien en wel op zaterdag 29 oktober 2016. Deelname is gratis. Hebt u interesse? Dan kunt u zich opgeven bij Bernadette Reefman (tel. 077-3544286).

In Velden liggen achter in de kerk enkele aanmeldingsformulieren.

Email: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Pastoor C. Müller

Heiligverklaring Moeder Teresa

Moeder Teresa, in 1910 geboren als Agnes Gonxha Bojaxhiu in Skopje, trad aanvankelijk in bij de zusters van Loreto, een congregatie die haar uitzond naar India, waar ze onder meer lerares was. Geconfronteerd met de schrijnende armoede in de sloppenwijken van Calcutta trok ze er in 1948 op uit om stervenden van de straat op te rapen zodat ze waardig konden sterven. Ze stichtte de Missionarissen van Naastenliefde, de ‘zusters van Moeder Teresa’ met hun bekende witte sari’s met blauwe rand. De congregatie telt inmiddels wereldwijd meer dan vijfhonderd kloosters, waaronder twee in Nederland, in Amsterdam en Rotterdam. Half augustus verschijnt er een nieuw boek met nagelaten geschriften van de heilige van Calcutta, A Call to Mercy, dat zich richt op barm-hartigheid en medeleven. Het boek wordt ingeleid door de postulator van Moeder Teresa’s heiligverklaringsproces. De betreffende pater stelde reeds eerder (in 2007) het boek Mother Teresa: Come Be My Light samen. Uit de in dat boek gepubliceerde geschriften bleek dat Moeder Teresa decennialang leed onder een gevoel van totale afwezigheid van God. Moeder Teresa kreeg in 1979 de Nobelprijs voor de Vrede. In de toespraak die zij bij de uitreiking hield, veroordeelde ze abortus onomwonden als “de grootste vernietiger van de vrede vandaag”. Moeder Teresa overleed op 87-jarige leeftijd op 5 september 1997. Paus Johannes Paulus II verklaarde haar in 2003 zalig en paus Franciscus zal haar op 4 september heilig verklaren. Haar liturgische gedachtenis is op 5 september. Ons bisdom verspreidt met het oog op de a.s. heiligverklaring deze maand gebedsprentjes. Op de achterkant van het gebedsprentje staat het volgende gebed op voorspraak van de heilige Moeder Teresa van Calcutta:
Heer, maak ons waardig om onze medemensen te dienen, die overal ter wereld leven en sterven in armoede en honger. Geef hun heden, door onze handen, hun dagelijks brood; en door onze begrijpende liefde vrede en blijdschap. Heer, maak mij tot een werktuig van Uw vrede, dat waar haat bestaat, ik liefde mag zaaien, waar onrecht heerst, de geest van vergeving, waar men in tweedracht leeft, eensgezindheid; dat waar men dwaalt, ik waarheid mag brengen en waar men twijfelt geloof; licht in duisternis mag brengen en blijdschap waar droefenis heerst. Heer, laat mij liever trachten te troosten dan getroost te worden, te begrijpen dan begrepen te worden, lief te hebben dan bemind te worden. Want wie zichzelf verliest, zal vinden; door te vergeven, wordt men vergeven; door te sterven, ontwaakt men tot eeuwig leven. Amen.

Pastoor C. Müller

Het geloof is een vaste grond (Hebr. 11,1)

In de 2e lezing van de liturgie van de 19e zondag door het jaar (zondag 7 augustus) spreekt de apostel Paulus over het geloof. Het is voor de gelovige vaste grond, het overtuigt ons van de werkelijkheid van onzichtbare dingen, zo staat er. Geloof nu geeft mensen houvast, alsook hoop en uitzicht. Geloof helpt ons boven het hier en nu uit te zien. Niet-gelovigen zijn dikwijls mensen die leven bij het moment en daardoor helemaal van slag kunnen raken wanneer het begint te stormen in hun leven. Vreemd is dat niet, omdat ze het geloof als een anker voor het leven missen, geen vaste grond hebben, noch Jezus als rots om op te bouwen. Een en ander wil niet zeggen, dat gelovigen het daarom gemakkelijker zouden hebben. Zij worden dikwijls beproefd en kunnen soms nog meer dan anderen worstelen met de Gods vraag. Het lijkt een tegenstrijdigheid, maar dat is niet zo, omdat het bij elkaar houden van een liefhebbende God enerzijds en een wrede, ongerijmde werkelijkheid anderzijds, niet zo eenvoudig is.
Dankzij de Bijbel weten we evenwel dat God recht kan schrijven op kromme regels en dat Hij vaak pas ingrijpt wanneer de nood het hoogst is. Daarbij valt op dat Hij met name diegenen beproefd die echt geloven, opdat zij voor anderen meer en meer een lichtbaken kunnen zijn. Hierbij mogen we denken aan Abraham, aan wie gevraagd werd zijn enige zoon (Isaak) te offeren, met name dat kind dat hij ontvangen had op hoge leeftijd. Abraham was daarnaast diegene aan wie God een heel groot nageslacht had beloofd. Abraham nu kon door zijn geloof het offer volbrengen. Vlak voordat hij zijn mes ophief, kwam een engel tussenbeide. Isaak wordt gespaard, maar het is door zijn bereidheid tot offeren dat Abraham veel zegen weet af te roepen over hen die na hem komen. Het is aan ons telkens verder te zien, voorbij de ongerijmdheden en de moeilijkheden in ons leven. Dat kunnen we maar door waarlijk te geloven, gelijk een Abraham, Hij die de beloften van Godswege had ontvangen.

Pastoor C. Müller

week 30 - zondag 31 juli

Hebben, hebben, hebben …

Op de laatste zondag van juli spreekt Jezus in het Evangelie over de hebzucht. In de Bijbel wordt hebzucht afgoderij genoemd. We menen onterecht dat dingen ons kunnen vervullen. Rijkdom leidt tot schadelijke rijkdom als het een plaats in je hart gaat innemen. Hebzucht is een macht die je probeert te beroven van de rijkdom in de toekomstige wereld. De apostel Paulus noemt geldzucht een buitengewoon groot kwaad en een valstrik die ellende veroorzaakt. De mens verlangt altijd meer. Daarom ter illustratie iets over het leven van een heel rijke man, John. F. Rockefeller. Hij had er van jongs af aan naar gestreefd om miljonair te worden. Hij werd later een van de rijkste mensen van de wereld. In een interview werd hem eens gevraagd: "Hoeveel geld heeft een mens nodig om hem tevreden te stellen?" Zijn antwoord was: "Net iets meer." Op latere leeftijd leed Rockefeller zo onder de gevolgen van zijn geldzucht, dat hij lichamelijk een wrak was geworden. Hij maakte mee wat de apostel Paulus eens schreef: "Want de wortel van alle kwaad is de geldzucht. Door daarnaar te haken zijn sommigen van het geloof afgedwaald en hebben zich met vele smarten doorboord." (1 Timoteüs 6:10) Hij was er op het laatst zo erg aan toe dat hij nauwelijks at en bijna niet sliep, iets wat kennelijk de rijke koning Salomo lang geleden ook heeft ervaren.De artsen hadden Rockefeller verteld dat hij nog maar kort zou leven. Terwijl hij tijdens zijn vele slapeloze nachten lag na te denken, kwam hij tot de ontdekking dat zijn geldzucht hem geen levensgeluk had opgeleverd. Hij had namelijk uitsluitend voor zichzelf geleefd. Hij nam een moedig besluit om het roer om te gooien en voortaan meer voor anderen te gaan betekenen. Hij besloot grote bedragen uit te geven aan goede doelen en zo ontstond de Rockefeller stichting, waardoor veel humanitaire projecten zijn bekostigd. Vanaf de tijd dat hij zich voor anderen ging inzetten, kwamen zijn lichamelijke krachten weer terug tot verbazing van zijn artsen. Zonder te weten bewees hij daarmee de waarde van het Bijbelse spreekwoord:'Geven maakt gelukkiger dan ontvangen.' (Handelingen 20:33) Het leven van Rockefeller illustreert ons hoezeer we tijdens ons leven oogsten wat we zaaien: wie voor zichzelf leeft, vernietigt zichzelf. Liefde is er om te geven, dat brengt leven voort, zowel bij de gever als bij de ontvanger. Liefde, die op zichzelf is gericht, brengt dood en vernietiging voort. Dat is een vaste natuurwet die voor gelovigen en ongelovigen geldt. Zo heeft God ons ontworpen.

Pastoor C. Müller

Week 29 (zondag 24 juli 2016)

Vraagt en u zal gegeven worden …

In het Evangelie van zondag 24 juli spreekt de Heer over het gebed. Goed is dan te zien dat het Evangelie begint met een vraag van de leerlingen: Heer, leer ons bidden. Die vraag nu is van belang en betreft meer dan slechts de aanleiding voor het gesprek. Bidden veronderstelt immers een zeker verlangen, alsook een zekere leergierigheid. Ja, zonder dat verlangen en ons geloof, kan er van gebed nauwelijks sprake zijn. We bidden dan hoogstens (enkel) met de lippen, maar niet met het hart. Mogelijk is het een van de redenen, waarom mensen het bidden maar achterwege laten. Het is zeker niet alleen een kwestie van geloof en vertrouwen, maar ook van verlangen, van liefde. Wanneer we van iemand houden, willen we graag bij die ander vertoeven, dingen samen delen. Naar God toe is het niet anders. Als we Hem op afstand laten, Hem geen deelgenoot maken van de dingen in ons leven die ertoe doen, dan blijft ons gebed summier en zonder ziel. Bidden veronderstelt voorts de bereidheid van onze kant om te zijn als kinderen. Vaak menen we als grote mensen het zelf wel te kunnen. Kinderen daarentegen hebben er geen moeite mee om dingen te vragen. Ja, waarom vragen we God niets meer? Zijn we soms teleurgesteld, omdat we hier vaker fungeerden als verwende kinderen, ongedurig en gauw afgeleid? Gebed immers vraagt om volharding en vertrouwen. Mensen die gewoon zijn te bidden, weten dat God ons hoort en verhoort. In tegenstelling tot de ongedurige bidder, laten zij het aan de Heer over om op zijn tijd en in zijn voorzienigheid op ons gebed te reageren. Vaak is het zo dat gebed niet een situatie doet veranderen, maar wel veeleer de bidder zelf, waardoor zijn kijk op de situatie verandert. Daarbij kunnen we denken aan die vrouw, die gewoon was volhardend te bidden voor haar nukkige man. Door het gebed nu ontving zij meer liefde. Het was door die toename van liefde dat hij gaandeweg een andere man werd. Beiden zijn er door veranderd.

Pastoor C. Müller