Wat is het geloof?                                                                                        

Die vraag stelt de apostel Paulus aan de orde in de 2e lezing, welke wordt gelezen op zondag 7 augustus (Hebr. 11). Hijzelf geeft daarop ook antwoord: “Het geloof is een vaste grond van wat wij hopen, het overtuigt ons van de werkelijkheid van onzichtbare dingen”.

Geloven is blijkbaar niet zozeer geloven in zichtbare dingen (vandaar dat er vaak misverstanden bestaan over de vraag wat geloven nu behelst), maar vooral in de werkelijkheid van onzichtbare dingen. Ja, onze werkelijkheid omvat niet enkel dat wat zichtbaar is, dat te meten is, maar ook dat wat onzichtbaar is. Dat geldt deels ook als het gaat over liefde, bij uitstek iets geestelijks. Als iemand van een ander houdt, dan kun je dat soms duidelijk zien/waarnemen, maar de mate waarin de een de ander liefheeft, blijft een geheim, blijft deels “verborgen”. Liefde en geloof, maar ook zoiets als hoop horen bij de mens, bij uitstek een geestelijk wezen. Wanneer mensen huwen voor de kerk, dan zeggen ze ‘ja’ tegenover elkaar, tegenover God en ten overstaan van familie en vrienden, ofschoon man en vrouw hun beider toekomst niet kennen. Maar bruid en bruidegom geloven dat zij door hun liefde stand zullen houden. Ja, wie we zijn, heeft alles te maken met ons geloof, met ons vermogen tot liefhebben en met onze toewijding.

                                                                                                                      Pastoor C. Müller