Wie is mijn naaste?                                                                                     

Bovenstaande vraag is afkomstig van een wetgeleerde, die Jezus op de proef wilde stellen. De vraag gaat vooraf aan het verhaal over de barmhartige Samaritaan (Lucas 10, 25-37), dat op zondag 10 juli wordt voorgelezen (15e zondag door het jaar).

Nadat Jezus de wetgeleerde de parabel over de barmhartige Samaritaan heeft verteld, vraagt de Heer aan de man in kwestie: “Wie van de drie in het verhaal lijkt u de naaste te zijn van de man die in de handen van de rovers is gevallen?” Hij kan feitelijk niet anders dan te zeggen dat het de Samaritaan is, die het slachtoffer barmhartigheid heeft betoond.

De parabel mag ons het denken zetten. Ja, wie is mijn naaste? Is het diegene die voor mij nabij staat, die ik de moeite waard vind, of om wie ik geef?

Jezus nu wil met de parabel onze blik verruimen. Ja, draai het eens om, beschouw diegene die op jouw hulp is aangewezen als naaste! Hiermee verlegt Jezus ons perspectief. Ja, zelfs iemand die we niet kennen, waarmee we ons misschien op geen enkele wijze verwant weten, kan ook onze naaste zijn, zoals het slachtoffer in de parabel. Dat notabene een Samaritaan naar hem omkeek, in plaats van de eerste 2 passanten, van wie je hulp eerder zou verwachten - het mag ons aan het denken zetten! Het is van belang te zien dat wij hem of haar tot “naaste” maken als we hem of haar aannemen als broeder en zuster in nood, dan wel diegene die een beroep op ons doet. Een en ander staat niet los van die andere, beroemde zin van de Heer: “Voorwaar, Ik zeg u: al wat gij gedaan hebt voor een dezer geringsten van mijn broeders, hebt gij voor Mij gedaan”. (Mt. 25).

Pastoor C. Müller