“Ik zal U volgen, Heer.”

In het Evangelie van zondag 26 juni 2022 (13e zondag door het jaar) gaat het onder meer over  navolging. Jezus is onderweg naar Jeruzalem, het betreft die plaats waar Hij Zijn leven zal geven. Vastberaden gaat Jezus Zijn weg. Gaandeweg ontmoet Jezus diverse mensen. Tot de een zegt Hij: “Volg Mij”, maar de persoon in kwestie vraagt uitstel. Daarnaast zijn er ook die zelf aangeven de Heer te willen volgen: “Ik zal u volgen, Heer”! Maar … dan vraagt men de Heer “even te wachten”. Eerst moet men nog  iets afhandelen. Het mag ons aan het denken zetten. Ja, wat laat ik allemaal komen tussen mijn wil en die van God? Blijkbaar is voor mensen niet zo eenvoudig alles achter te laten en de Heer te volgen zonder voorbehoud.

Jezus nu reageert daarop scherp. “Laat de doden hun doden begraven, maar jij, ga heen en verkondig het Rijk Gods”; terwijl Hij tot de ander zegt: “Wie de hand aan de ploeg slaat, maar omziet wat achter hem ligt, is ongeschikt voor het Rijk Gods”.

In onze tijd is het niet anders. Mensen willen wel, maar laten er vaak iets tussen komen. Zo verspillen we dikwijls de genade van het moment, terwijl voor God ieder moment kostbaar is.  Als het gaat om bidden, zien we iets soortgelijks. Iemand neemt voor ’s avonds de rozenkrans te bidden; vervolgens komt er iets tussen. Van uitstel komt vaak afstel. In het geestelijk leven gaat het meer dan eens om “kairos”, het geschikte moment. In de Bijbel is het een kwalificatie van de tijd als de gunstige tijd of de goede gelegenheid. Daarom is het van belang te “luisteren” naar dat wat God ons ingeeft, opdat we onze roeping (welke die ook mogen zijn) beter verstaan én gaan leven.

                                                                                                                          Pastoor C. Müller