Men moet God meer gehoorzamen dan de mensen                                  

Bovenstaande zin is afkomstig van Petrus. Ze staat in de eerste lezing van de 3e zondag van Pasen (1 mei). Het is goed deze uitspraak in achterhoofd te houden, wanneer men het Evangelie leest dat hoort bij diezelfde zondag. Daarin lezen we hoe de verrezen Heer voor de 3e keer verscheen aan de leerlingen. Ze kwamen terug na een nacht vergeefs gevist te hebben. Jezus ziet hen (net als 3 jaar daarvoor). Aanvankelijk herkenden de leerlingen Hem niet. Als ze begrijpen dat het Jezus is, gaat Petrus direct naar de Heer toe. Jezus nodigt hen uit voor een ontbijt. Even later vraagt Hij tot drie keer aan Simon: Hebt gij Mij lief? Het feit dat Jezus het drie keer vraagt betreft een verwijzing naar de eerdere (3-voudige) verloochening door Petrus. Het gesprek terzake betreft welbeschouwd een “herbevestiging” door Jezus (alsook Petrus zelf). Daarop volgt eveneens een voorzegging; daarmee zinspeelt Jezus op de dood waardoor Petrus God zou verheerlijken.

Beziet men een en ander in hun samenhang, dan begrijpt men dat Petrus nadien benadrukt wat in de eerste lezing werd verteld: “Men moet God meer gehoorzamen dan de mensen”. Voorheen luisterde Petrus vooral naar zijn angst toen Jezus gevangen werd genomen. Het is mede daardoor dat hij Jezus 3 maal verloochent (“Ik ken Hem niet”) en hij de haan hoort kraaien. Na zijn “bekering” handelt hij anders. Op het einde van zijn leven blijkt Petrus bereid zijn leven te offeren. Petrus wordt uiteindelijk ook gekruisigd, maar dan ondersteboven (met het hoofd naar beneden), uit eerbied voor het kruis van de Heer - zo leert ons de overlevering.

Pastoor C. Müller