Bekering                                                                                                       

Tijdens de Veertigdagentijd is het van belang dat we werk maken van onze bekering. Het is bij uitstek de tijd om meer te bidden, te vasten en aalmoezen te geven. Het is welbeschouwd een heilzame tijd. In het Evangelie van de 3e zondag van de Veertigdagentijd (20 maart) spreekt Jezus er uitdrukkelijk over. “Als gij u niet bekeert, zult ge allen op een dergelijke manier omkomen”. Even verder zegt de Heer het nogmaals. Dan vertelt Hij de parabel van een vijgenboom. Op een gegeven moment komt de eigenaar kijken of er vrucht aan zat, maar vond niets. Later blijkt dat hij al drie jaar vergeefs vruchten zocht aan die ene vijgenboom. Dan beveelt hij de wijngaardenier de boom om te hakken. Waartoe put hij de grond nog uit? De wijngaardenier vraagt nog om een jaar respijt. “Laat hem nog staan, ik zal de grond eromheen nog omspitten en er mest op brengen. Misschien draagt hij volgende jaar vrucht, zo niet dan kunt ge hem omhakken.”

Hoe de boom er na een jaar voor stond, dat vertelt het Evangelie niet. Het verhaal mag ons aan het denken zetten. Ja, hoe vruchtbaar is mijn leven, geestelijk gesproken? Ben ik bereid om te spitten zoals de wijngaardenier deed? Bekering vraagt om toewijding, dat we ons afkeren van wat verkeerd is en ons richten naar God. Het Evangelie wil daarbij voor ons een kompas zijn. Juist in deze tijd, waarin velen lijden onder de hebzucht van enkelen (oligarchen). Als zodanig is het goed de tekenen van de tijd te verstaan. Onze wereld bevindt zich thans in een grote crisis. Moge het ook voor ons een keerpunt zijn.

Pastoor C. Müller