Dreigt uw hand u aanleiding tot zonde te geven, hak ze af (Mc. 9,43)

Jezus kennen we als zachtmoedig, vredelievend en beheerst. Anderzijds is Hij ook duidelijk, ja onverbiddelijk als het gaat om de zonde (aldus het Evangelie van zondag 26 september). Want de zonde doet ons van God vervreemden. Maar dat niet alleen, de zonde doet ons óók van de naaste vervreemden, alsook van onszelf.

Onlangs was ik wederom in Medjugorje, in Bosnië-Herzegovina. Het betreft een bedevaartplaats waar heel veel wordt gebiecht. Maria wordt hier vereerd onder de titel “Koningin van de vrede (en de verzoening)”. Drie middagen nam ik plaats in een van de vele biechtstoelen, om er biecht te horen. Mensen die vele jaren vervreemd zijn geweest van God en zijn Kerk, vinden hier de weg terug. Vaker dacht ik aldaar aan de parabel van de verloren zoon, die na een leven van zonde en verkwisting terugkeerde naar zijn vader. Mensen worden in Medjugorje geraakt door Gods genade en beseffen er dikwijls hoeveel rampspoed hun eigen zondigheid henzelf en anderen heeft berokkend. Ja, zonde kan mogelijk een kortstondig plezier dan wel voordeel opleveren, de nasmaak blijkt veelal bitter. Door te biechten nemen mensen hun eigen verantwoordelijkheid serieus en mogen ze ervaren hoe barmhartig God is. Tegenover het “neen” van de zonde, staat in de biecht het “ja” van God, die steeds bereid is om te vergeven. Het is en blijft een groot mysterie te zien hoe mensen soms vele jaren ronddwalen en anderen en zichzelf veel kwaad berokkenden, om later zich te verzoenen met God en de naaste. De levensbiechten van deze en gene laten je als priester niet onberoerd. Maar dat niet alleen. Velen belijden ook hun innerlijke nood, die het gevolg is van een leven van moreel verkeerde keuzen, die meer dan eens verband houden met de zondigheid van een ander, die grote wonden heeft geslagen in het leven van de betreffende boeteling. Zo leidt dikwijls het kwaad van de een (bijv. een vader) tot kwaad in het leven van de zoon (die hiermee in opstand komt tegen zijn vader en zo zijn gramschap botviert tegenover hem en anderen). Zonden beperken zich eigenlijk nooit tot de zondaar zelf. Anderen leiden er ook onder (niet zelden diegenen die de zondaar zeer nabij staan). Jezus nu, Hij weet waarover Hij spreekt. Hij gruwt van de zonden. Hij heeft er ook een uitzonderlijke prijs voor betaald, te weten Zijn leven.

Pastoor C. Müller