“Ik ben het brood des levens”                                                                      

In het Evangelie van de 18e zondag door het jaar (1 aug.) zegt Jezus onder meer: “Ik ben het brood des levens; wie tot Mij komt zal geen honger meer hebben, en wie in Mij gelooft, zal nooit meer dorst krijgen”.

Welbeschouwd staat er dat wij in Christus de gehele vervulling van onze diepere verlangens vinden. Wij zijn als mensen door God geschapen om te beminnen en om liefde te ontvangen. Honger en dorst verwijzen naar dit verlangen, naar een liefde die onbegrensd is. Daarom zal er geen honger meer zijn, noch dorst, als we God kennen. Die kennis nu van de liefde van Christus gaat elk menselijk begrip te boven. Waar vinden we een taal om deze liefde te beschrijven? Zij is nergens mee te vergelijken. Zij is zo grenzeloos, dat alle woorden die haar proberen te beschrijven, slechts de oppervlakte raken, gelijk een zwaluw, die over het water scheert en er niet in afdaalt. Er ligt onder deze oppervlakte een onmetelijke diepte. Het is de diepte van een afgrond die niet te peilen is. Zij is onmeetbaar. Derhalve, denk nooit te gering over Gods liefde, want je kunt haar in alle eeuwigheid niet bevatten; oneindig als ze is.

                                                                                      

    Pastoor C. Müller