Jezus zond hen twee aan twee uit (Mc. 6,7)                                   

In het Evangelie van zondag 11 juli (15e zondag door het jaar) horen we hoe Jezus zijn leerlingen twee aan twee uitzond, om als getuigen rond te gaan. Wanneer twee getuigen over iets akkoord gingen, had hun getuigenis juridische draagkracht (Deuteronomium 19, 15; Matteüs 18, 16). Dat samen rondtrekken had echter ook een praktische en een spirituele kant. Zo kon de een de ander aanvullen; alsook voor (en met) de ander bidden, met name als deze sprak tot derden. Zo konden zij elkaar tot steun zijn en elkaar wederzijds helpen te groeien in geloof, mede door hun onderlinge uitwisseling. Roepingen nu, ze vullen elkaar vaak aan. Je ziet het met name in de kerk, waar gaven en talenten van Godswege aan mensen gegeven zijn ten bate van anderen, en niet zozeer voor de mens zelf. Iemands verantwoordelijkheid omvat in feite altijd ook de ander, die in gelovig opzicht altijd een ‘broeder’ of ‘zuster’ is. Daarom ook dat we in de kerk steeds bidden voor mensen elders, en niet enkel voor hen die we kennen. Die missionaire opdracht van de kerk geldt feitelijk iedere katholiek. Geloven heeft naast een verticale kant (eenieders lijn ‘naar boven’), altijd ook een horizontale kant (ze betreft onze relatie tot de naaste, dichtbij en veraf).

Het Evangelie mag ons aan het denken zetten. Ja, welke rol vervul ik? Zie ik in dit verband ook mijn ‘zending’ in deze wereld als christen? Of begrens ik mijn bestaan tot enkel de directe omgeving … Jezus nu wil dat we allen getuigen zijn. En ons geloof delen.

 

Pastoor C. Müller