Parabel van het mosterdzaadje                                                                   

In het Evangelie van zondag 13 juni (11e zondag door het jaar) vertelt Jezus zijn leerlingen de parabel van het mosterdzaadje, en wel om hen te verduidelijken dat het Rijk Gods in zich heel veel kiemkracht bezit. Zo is het mosterdzaadje -als het gezaaid wordt wel het allerkleinste zaadje op aarde- maar als het eenmaal wortel heeft geschoten, wordt het groter dan alle tuingewassen.

Natuurlijk, ook dit zaadje behoeft zon en water en voldoende voedingsstoffen. Het is als met een kind, het kan niet zonder de liefde van de ouders, en al het andere. De uitgroei van ieder individu hangt voorts af van vele andere factoren. Daarom ook dat er zoveel verschillen bestaan tussen mensen, zelfs al maken ze deel uit van één en hetzelfde gezin. Zinvol is het na te denken over de eigen wordingsgeschiedenis. De levens van de heiligen vormen in dit verband kleine parabels op zichzelf. Mooi is te zien hoe iemands kleinheid voor God nooit een obstakel vormt. Ja, in potentie bezitten we allen een enorme kiemkracht. Daarbij is het zaak mee te werken met Gods genade. Hij is immers diegene die mensen werkelijk ‘groot’ doet zijn / worden, niettegenstaande vele menselijke beperkingen. De heiligen lieten zich hierdoor echter niet ontmoedigen, maar leerden gaandeweg niet meer op zich zelf te bouwen, maar enkel op de Heer, die wil dat we woekeren met onze talenten, alsook onze kruisjes, mede tot opbouw van Rijk Gods.

Pastoor C. Müller