Liefde tot de naaste …

In de 2e lezing van zondag 16 mei 2021 (7e zondag van Pasen) spreekt de apostel onder meer over de liefde tot de naaste: “Dierbaren, als God ons zozeer heeft liefgehad, moeten ook wij elkander liefhebben.”

(1 Johannes, 4, 11).

Het staat niet los van hetgeen Jezus afgelopen zondag (9 mei) zijn leerlingen voorhield: “Dit is mijn gebod, dat gij elkaar liefhebt zoals Ik u heb liefgehad.” Ja, de liefde tot God én de naaste zijn als beide zijden van een en dezelfde munt. Ze horen bij elkaar. De reden dat we vaak moeite hebben met het grote gebod de naaste lief te hebben is het feit dat we dikwijls niet de juiste volgorde hanteren in ons leven. We zijn of teveel met onszelf bezig … of proberen zonder Gods liefde en zonder Hem eerst lief te hebben onze naaste, maar ook onszelf lief te hebben. Vaak raakt ons leven hierdoor in onbalans. Alles begint met de liefde van God. Hoe beter je Hem leert kennen, hoe duidelijker de noodzaak van liefde tot de naaste wordt. Alleen zo wordt men één in God. Bijzonder is te zien hoe juist de heiligen in hun worsteling met de liefde tot God én de naaste, gaandeweg gegroeid zijn in hun liefde tot zowel God als de naaste, ook al gaf de medemens hem of haar heel wat te stellen. Vaak vormt de ander in zijn menselijkheid voor onszelf een spiegel. Welnu, door onder meer te groeien in vergevingsgezindheid, verdiept zich zowel onze band met de Heer als met de naaste, waar het gaat om de liefde. Als zodanig is geen enkele ontmoeting onbelangrijk, omdat voor God alles van waarde is, met name als het gaat om onze opgang in de liefde, zoals God ze bedoeld heeft.

Pastoor C. Müller