Wat is het voornaamste?

Het Evangelie van de 30e zondag door het jaar (25 okt.) is kort, daarom geef ik het hieronder in het geheel weer: “In die tijd kwamen de Farizeeën bijeen, toen zij vernamen dat Jezus de Sadduceeën de mond gesnoerd had. En een van hen, een wetgeleerde, vroeg Jezus om Hem op de proef te stellen: Meester, wat is het voornaamste gebod in de Wet? Hij antwoordde hem: Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel en geheel uw verstand. Dit is het voornaamste en eerste gebod. Het tweede, daarmee gelijkwaardig: Gij zult uw naaste beminnen als uzelf. Aan deze twee geboden hangt heel de Wet en de Profeten.”

Ja, “all you need is love”. Maar wat is dat: liefde? Is het enkel de ander bijzonder vinden en warme gevoelens koesteren voor hem of haar? Omvat liefde niet veel meer, oneindig meer? Begint zij niet bij God, die de liefde zelve is en die ons geschapen heeft naar zijn beeld en gelijkenis? Vandaar ook die rangorde, God eerst en dan de naaste.
De moderne mens ziet dat anders, zijn liefde is veelal enkel iets van hemzelf: “Ik hou van …”. Maar klopt dat wel? Is ons vermogen om te beminnen niet allereerst ons door God geschonken? Zonder Hem, naar wiens beeld we geschapen zijn, zouden we waarschijnlijk niet eens weten wat liefde is. Daarom is het goed “onze” liefde steeds te gronden in die van Hem. Ja, laat je liefde schragen door Zijn liefde (conform de theologie van het sacrament van het huwelijk). Dan leren we pas echt lief te hebben, onvoorwaardelijk, zoals God het bedoeld heeft, indachtig Jezus’ woorden: “Een nieuw gebod geef Ik u: dat gij elkaar liefhebt, zoals Ik u heb liefgehad.”

Pastoor C. Müller