Vergeef!

In het Evangelie van de 24e zondag door het jaar (13 sept.) gaat het over vergeven en wel naar aanleiding van een vraag van Petrus: “Heer, als mijn broeder tegen mij misdoet, hoe dikwijls moet ik hem dan vergeven? Tot zevenmaal toe? Jezus antwoordde hem: Neen, zeg Ik u, niet tot zevenmaal toe maar tot zeventig maal zevenmaal.” Als christenen dienen we steeds te vergeven, indachtig God zelf, wiens liefde geen grenzen kent. Als er iemand is, die weet hoe zwaar het kan zijn om te vergeven, dan is het Jezus zelf wel. Toch liet Hij niet na vanaf zijn kruis te zeggen: “Vader, vergeef het hun want zij weten niet wat ze doen.” (Luc. 23,34)
In een commentaar schreef iemand: Ja, ook voor ons –en voor zoveel andere mensen– is dat gebed gebeden: Vader, vergeef hun, geef nog tijd van genade, tijd van bekering, tijd om het Evangelie te leren kennen en Jezus als Verlosser en Heer te aanvaarden, tijd om te gaan geloven.
Vergeving heeft weliswaar betrekking op wat is gebeurd (en schijnbaar achter ons ligt); maar richt zich vooral op het nu en onze toekomst. Zonder vergeving is iedere toekomst beladen. Iemand die bepaald wordt door zijn verleden, zijn wrok, blijft er aan vastzitten (terwijl hij het juist wil vergeten), totdat hij bereid is de ander te vergeven. Daarom: Vergeef! Het kan heel veel vergen, maar vergeet niet; het meetorsen van het verleden kost ook heel wat. Vergeven kunnen mensen vaak pas als ze zelf Gods vergeving hebben leren kennen én aannemen. Zonder God is vergeving schenken haast ondenkbaar. Zo zei iemand ooit: Ik kan er met mijn hoofd niet bij hoe vergeven nu kan helen. Toch is dat juist waar! Vergeving ontvangen en schenken – het brengt heling. Om te kunnen vergeven kan het helpen het Onze Vader vaker langzaam te bidden en te overwegen, met name: “vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren”.

Pastoor C. Müller