Verrijzen we echt of … is het slechts wensdenken?

In het Evangelie van de 32e zondag door het jaar (10 november) wordt Jezus in een oud dispuut betrokken dat bestond tussen de Sadduceeën en de Farizeeën. Waar de Farizeeën geloofden in de verrijzenis, daar wezen de Sadduceeën dit af. De laatsten hielden Jezus een verhaal voor van een vrouw, die weduwe werd, zonder nageslacht. Volgens de wet diende zij evenwel een kind ter wereld brengen en wel op naam van de overleden broer (opdat zijn naam niet uit Israël zou verdwijnen) en wel door een zgn. zwagerhuwelijk aan te gaan. Dit geschiedde meerdere malen, omdat de betreffende broers allen stierven vóór de betreffende vrouw. De (strik)vraag aan Jezus luidt vervolgens: Van wie van deze mannen is de vrouw bij de verrijzenis nu de vrouw?
Jezus’ antwoord is simpel: Jullie stellen je de verrijzenis verkeerd voor. Je kunt niet met aardse voorstellingen een beeld vormen van het leven na dit leven. Daar wordt niet gehuwd, noch ten huwelijk gegeven. Nee, het hiernamaals wordt helemaal beheerst door de werkelijkheid van God. Er zijn niet 2 werkelijkheden, het verrezen leven én God. Nee, er is maar één werkelijkheid, God voor wie wij allen eens moeten verschijnen en bij we thuis mogen komen.
Daarom ook kan men zeggen, wie de verrijzenis loochent, loochent eveneens de werkelijkheid van God. Ja, buiten God om, kan niet gesproken worden van een verrijzenisgeloof.
Enkel in en door Jezus kunnen we dat geloven, en wel door Hem aan te nemen als onze Schepper en Heer, die als eerste verrezen is uit de doden. Dankzij Hem mogen ook wij verrijzen.

Pastoor C. Müller