Hebzucht

In het Evangelie van zondag 4 augustus (18e zondag door het jaar) gaat het over de hebzucht van de mens. Het woordje “zucht” veronderstelt een sterk, overdreven, in sommige gevallen ongezonde mate van verlangen. Men vindt het bijvoorbeeld terug in de uitdrukking “zucht naar vrijheid” of “zucht naar avontuur”. Als negatieve betekenis vindt men het terug in heerszucht, behaagzucht, drankzucht, bemoeizucht en hebzucht.
Hebzucht maakt niet vrij, maar bindt de mens. "Wie het geld liefheeft, wordt van geld nooit verzadigd." (aldus Prediker 5,9). Deze boodschap klinkt het hele verdere gedeelte door, onder andere in Prediker 6,7: "Al het zwoegen van de mens is voor zijn mond en toch wordt de begeerte niet vervuld." De teneur van deze verzen is dat wie zijn hart gericht heeft op rijkdom, ten diepste een ongelukkig leven leidt, uiteindelijk niet kan genieten van het leven.
Goed is te zien dat onder de hebzucht feitelijk een ander en dan positief gegeven schuilgaat; nl. ons verlangen naar een oneindige liefde. Zo zijn we geschapen om lief te hebben. Maar dat omvat veel meer dan enkel liefde voor onszelf en anderen. God heeft in ons een oneindig verlangen gelegd naar Hemzelf. Wanneer we evenwel God uit het oog verliezen, zoeken we ons heil dikwijls enkel hier op aarde, in mensen én dingen. Door de erfzonde mondt dit vaak uit in heers- en hebzucht. Voor Christenen is het zaak dit oerverlangen te herontdekken door met God in contact te treden. Moge Hij dan onze enige zucht zijn.

Pastoor C. Müller