“Wie is mijn naaste?”

Bovenstaande vraag weerklinkt in het Evangelie van zondag 14 juli. Jezus antwoordt daarop met een parabel, die van de barmhartige Samaritaan. Het verhaal is bekend. Een man wordt beroofd. De rovers laten hem halfdood achter. Twee voorbijgangers lopen door, ze laten de gewonde man aan zijn lot over. De derde voorbijganger – een Samaritaan – verzorgt hem en brengt hem naar een herberg. Daarop vraagt Jezus aan zijn gehoor: Wie van de 3 voorbijgangers lijkt u de naaste te zijn? Daarbij moet men weten dat de Joden Samaritanen beschouwden als onrein. De vragensteller evenwel begreep het en antwoordde: “Die hem barmhartigheid betoond heeft”.
De parabel wil ook ons aan het denken zetten. Nader bezien is de naaste in feite diegene die wij als “naaste” als zodanig aannemen. Het is in feite niet de fysieke afstand tot de ander die iemand “naaste” doet zijn (in de zin van nabij), maar veeleer de instelling van ons hart. Het is ook hier onze liefde die eventuele grenzen doet overbruggen. Zo maken wij bijvoorbeeld de ander tot naaste wanneer we bereid zijn hem of haar te vergeven, mocht hij of zij door ons “op afstand zijn gezet”, door een ongelukkig woord, dan wel een misverstand. Welbeschouwd zegt het begrip “naaste” allereerst iets over ons en minder over de ander, die al dan niet ons fysiek, dan wel geestelijk nabij is. Het is onze liefde voor die ander die hem tot naaste maakt, in zoverre we de ander beminnen zonder voorbehoud.

Pastoor C. Müller