Dralen …

Iedereen kent het wel. Een moeder vraagt iets aan zoonlief. Hij zegt het te zullen doen, maar laat vervolgens op zich wachten. Menige ouder weet hierover mee te praten. Overigens, voor zoonlief zou men ook “manlief”, dan wel “dochterlief” kunnen invullen. Blijkbaar is dat wat we zelf willen, belangrijker dan wat de ander vraagt.
Iets dergelijks vinden we ook terug in het Evangelie en wel in dat van de 13e zondag door het jaar C (30 juni). Het gaat over de navolging. Jezus geeft enkele voorbeelden van “draalgedrag”. Zo zegt de een tegen Jezus: “Heer, laat mij eerst teruggaan om mijn vader te begraven”, terwijl een ander meent: “Ik zal U volgen, Heer, maar laat mij eerst afscheid nemen van mijn huisgenoten”. Als het gaat om eigen voornemens, zien we trouwens vaker iets soortgelijks. Wij nemen ons iets voor, maar dralen met de uitvoering.
Is dat niet zonde? Zo laten we heel wat kansen voorbijgaan om goed te doen en anderen te helpen. Dralen is welbeschouwd “half” leven, in het ergste geval je roeping missen. Daarmee beledigen we niet alleen God en de medemens, maar doen we feitelijk ook onszelf tekort. Ja, in de mate waarin we “openstaan”, zullen we zien hoe veel God ook aan ons heeft toevertrouwd. Het is aan ons om het te willen horen en te zien … en er gehoor aan te geven door onze keuzes en daden.

Pastoor C. Müller