Hoe rijk dan wel arm ben je eigenlijk?

Wanneer men het Evangelie leest, dan valt op dat Jezus bij zijn ontmoetingen dikwijls iets aan het licht brengt dat omstanders niet zien, noch waarnemen. Zo vertelt het Evangelie van de 32e zondag door het jaar (11 november) ons het verhaal van de weduwe in de tempel. Jezus gaat tegenover de offerkist zitten om toe te kijken. Hij ziet hoe het volk koperstukken erin werpt. Er komt ook een arme weduwe, die er twee penningen inwerpt, ter waarde van een cent. Jezus zegt daarop tot zijn leerlingen dat zij het meest geofferd heeft, omdat ze alles offerde waar zij van leven moest. We weten niet hoe Jezus wist wat anderen hoogstens konden vermoeden (namelijk dat het alles was wat zij kon geven). God evenwel weet wie we zijn en wat we hebben. Het verhaal mag ons aan het denken zetten. Ja, wat doen wij met onze ‘rijkdom’, dan wel met onze ‘armoede’ - aangezien beide in deze wereld met haar grote inkomstenverschillen relatief zijn?
Jezus attendeert zijn leerlingen op wat verborgen is. Zo zijn er de ‘intenties’ van de schriftgeleerden (waarvoor de leerlingen worden gewaarschuwd). Voorts is er de arme weduwe, een vrouw met een groot hart voor de minderbedeelden. Zij ziet, rijk aan compassie, veel verder dan de anderen.
Blijkbaar zijn er meerdere soorten rijkdom, zoals er ook verschillende vormen van armoede bestaan. Zo zijn er ook in onze dagen materiële rijken, die geestelijk en sociaal heel arm zijn. Anderzijds ook armen, die dikwijls een veel groter besef hebben van wat nu echt van waarde is. Ja, hoe ‘rijk’, dan wel ‘arm’ zijn wijzelf eigenlijk? En in welk opzicht? Maar ook … wat laten wij daarvan ‘zien’?

Pastoor C. Müller