“Als ik de liefde niet heb, baat het mij niets”                                    

In onze tijd hebben velen het over liefde. Talloze liedjes gaan er over. We beseffen dat liefde wezenlijk is voor ons geluk, voor ons leven überhaupt. In de 2e lezing van de 4e zondag door het jaar (30 januari) spreekt de apostel Paulus er over in zijn eerste brief aan de Christenen van Korinthe (12,31-13,13). De betreffende tekst wordt vaker gekozen voor een huwelijksplechtigheid in de kerk. De apostel Paulus vat daarin samen waarom het gaat. Daarom dat ik de tekst hieronder integraal weergeef, ter overweging. Waar Paulus spreekt over “zij”, daar zou u uw eigen naam kunnen invullen. Hoe dan ook, de tekst laat iets zien van wat liefde vermag en van de mens eist …

“Broeders en zusters, Gij moet naar de hoogste gaven streven. Maar eerst wijs ik u een weg die verheven is boven alles. Al spreek ik met de tongen van engelen en mensen: als ik de liefde niet heb, ben ik een galmend bekken of een schelle cimbaal. Al heb ik de gave der profetie, al ken ik alle geheimen en alle wetenschap, al heb ik het volmaakte geloof dat bergen verzet: als ik de liefde niet heb, ben ik niets. Al deel ik heel mijn bezit uit, al geef ik mijn lichaam prijs aan de vuurdood: als ik de liefde niet heb, baat het mij niets. De liefde is lankmoedig en goedertieren; de liefde is niet afgunstig, zij praalt niet, zij beeldt zich niets in. Zij geeft niet om de schone schijn, zij zoekt zichzelf niet, zij laat zich niet kwaad maken en rekent het kwade niet aan. Zij verheugt zich niet over onrecht maar vindt haar vreugde in de waarheid. Alles verdraagt zij, alles gelooft zij, alles hoopt zij, alles duldt zij. De liefde vergaat nimmer. De gave der profetie zal verdwijnen, tongen zullen verstommen, de kennis zal een einde nemen. Want ons kennen is stukwerk en stukwerk ons profeteren. Maar wanneer het volmaakte komt heeft het onvolmaakte afgedaan. Toen ik een kind was, sprak ik als een kind, voelde ik als een kind, dacht ik als een kind; en nu ik man geworden ben, heb ik het kinderlijke afgelegd. Thans zien wij in een spiegel, onduidelijk, maar dan van aangezicht tot aangezicht. Thans ken ik slechts ten dele, maar dan zal ik ten volle kennen zoals God mij kent. Nu echter blijven geloof, hoop en liefde, de grote drie; maar de liefde is de grootste.”

Pastoor C. Müller

Onze Kerk, één lichaam met vele leden                                                     

In de 2e lezing van de 3e zondag door het jaar (23 jan.) spreekt de apostel Paulus over de samenhang die bestaat tussen de ledematen en de zintuigen enerzijds en het lichaam anderzijds.

Paulus schrijft dat het oog niet tot de hand kan zeggen, ik heb je niet nodig. Evenmin kan het hoofd dit zeggen tot de voeten. Het beeld van het lichaam en haar delen verwijst naar het mysterie van het Lichaam van Christus, de Kerk, waarbij we vele “ledematen” kunnen onderscheiden. Als Christus het Hoofd is, dan vormen wij de handen en voeten van de Heer. Het is van belang dat we die organische eenheid steeds beschouwen in haar geheel. De kerk is gelijk een moeder, die zorgt draagt voor haar kinderen. Ze bestaat dankzij Jezus Christus, die Zich voor haar overgeleverd heeft. Ze groeit dankzij de H. Geest die haar bestuurt en leidt.

Feitelijk maken we als gedoopten allen deel uit van die ene kerk. Jezus is nog steeds de wijnstok en wij de ranken. In de mate dat we met Hem verbonden zijn, zal ook ons leven in geestelijke zin vrucht dragen. Laten we dan met elkaar verbonden blijven. Juist nu, indachtig Jezus’ woorden: “Ik ben de wijnstok en jullie zijn de ranken. Alleen wie met Mij verbonden blijft - zoals Ik met hem - draagt veel vruchten, want los van Mij kunnen jullie niets.” (Johannes 15,1-8)

Pastoor C. Müller

Er zijn verschillende gaven maar slechts één geest

Op zondag 16 januari (2e zondag door het jaar) gaat de 2e lezing (ontleend aan de eerste brief van de apostel aan de christenen van Korinte (12,4-11) onder meer over de gaven die God aan ons geeft. Die gaven nu dienen tot opbouw van de kerk en de gemeenschap. Welbeschouwd zijn ze niet van onszelf. We ontvangen ze. Hun invloed en werkzaamheid vormen dikwijls een mysterie. Van belang is dat wij meewerken met Gods genade. Zo hebben de heiligen gewoekerd met hun talenten en gaven. Ze zullen destijds niet vermoed hebben hoeveel zij daardoor in gang hebben gezet (met name na hun dood). Bijzonder is in dit verband het werk en het leven van Don Bosco, een man met vele talenten. Hij ontfermde zich over de schoffies van Turijn. Tijdens zijn leven zag hij zijn werk en dat van zijn medewerkers alleen maar groeien. In 1854 verklaarde Don Bosco: "Maria wenst dat wij een gemeenschap stichten. Ik heb besloten dat wij onszelf Salesianen noemen en onder de bescherming van Franciscus van Sales stellen". In 1857 stelde Don Bosco een aantal regels en richtlijnen op voor de zich uitkristalliserende beweging. In 1859 werd door Don Bosco de r.-k. congregatie van Salesianen gesticht voor de opvoeding van de verwaarloosde jeugd, welke uiteindelijk in 1874 door Paus Pius IX werd erkend. De Salesianen telden in 2003 wereldwijd bijna 17.000 geprofeste mannen van de Gemeenschap van Don Bosco, voorts15.000 Dochters van Maria Hulp der christenen en duizenden actieve leken.

Zou Don Bosco dit ooit voorzien hebben? Ik denk het niet. Maar zijn inspiratie, talenten en gaven hebben tallozen beïnvloed. Het is daarom zaak nimmer de geest in ons te doven, maar ruim baan te geven in ons leven. Immers, aldus Paulus - “aan ieder van ons wordt de openbaring van de Geest meegedeeld tot welzijn van allen”.

Pastoor C. Müller

Doop van de Heer                                                                                       

In het weekend van 8-9 januari vieren we in de kerk het feest van de Doop van de Heer. Met dit feest wordt de kersttijd afgesloten. Vroeger liep de kersttijd tot 2 februari (Maria Lichtmis).

Met de Doop van de Heer begint Jezus’ openbaar leven. Hij is dan 30 jaar oud. Het is net als Driekoningen een openbaringsfeest. Bij de Doop van de Heer hoort men de stem van God de Vader: “Gij zijt mijn Zoon, de Welbeminde, in U heb Ik mijn behagen gesteld.”

Door het doopsel zijn wij kinderen van God geworden, geschapen toch naar Gods beeld en gelijkenis. Onze taal kent tal van spreekwoorden die betrekking hebben op de relatie tussen ouders en hun kinderen. Bijvoorbeeld: “Zo vader, zo zoon.”

Het doopsel mag ons er aan herinneren, dat we geroepen zijn om meer en meer op Christus te lijken, die van Zichzelf heeft gezegd: “Wie Mij ziet, ziet de Vader” (Joh. 14,9). Ja, het doopsel is voornaam, vlak voor Jezus’ terugkeer naar de Vader hield Hij zijn leerlingen voor:

Gaat dus en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen en doopt hen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest en leert hun te onderhouden alles wat Ik u bevolen heb. Ziet, Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding der wereld.

Dit woord van de Heer dienen we ter harte te nemen. Het geldt zeker niet enkel voor priesters en religieuzen, maar voor elke christen. Mooi is dat dit feest staat aan het begin van het nieuwe jaar. Het mag ons hoop bieden. Ja, God is met ons, in voor- en tegenspoed, met name dan wanneer we Hem én ons leven in het licht van Gods openbaring ter harte nemen.

Pastoor C. Müller

 

Driekoningen - Feest van de Openbaring des Heren                                 

Als u dit leest, zijn de 1e en 2e kerstdag weer voorbij. De kersttijd duurt evenwel langer. Ze eindigt op de avond van de eerste zondag na 6 januari (d.i. 9 januari). De eerste acht dagen van de kersttijd vormen het zogeheten kerstoctaaf.

U weet dat na de geboorte van de Heer engelen in den hoge herders uit de omgeving naar de stal lieten gaan, waar zij het pasgeboren Kind vonden. Herders waren destijds niet in tel. God evenwel kijkt niet naar status noch afkomst. Later volgen de 3 wijzen uit het Oosten. Zo zie je maar hoe God Zich graag laat vinden, wanneer mensen Hem zoeken. Of je nu in tel bent of niet, blijkbaar is er voor iedere mens een plek bij de Heer. Ja, bij Hem mag je zijn, zoals je bent. Door tot ons te komen als een Kind, vallen hopelijk mogelijke (menselijke) barrières weg. De kersttijd is een genadevolle tijd. Zoals ouders van een pasgeboren kind voortaan anders naar het leven kijken, zo mogen wij door het Kerstkind onze blik vernieuwen. Kerstmis staat voor hoop, voor een nieuw begin. Het is aan ons om God een plaats te geven in ons leven, zodat Zijn leven ook uw leven mag vullen met Zijn liefde en licht. In die verwachting en hoop wens ik u en de uwen een zegenrijk Nieuwjaar toe.

Pastoor C. Müller

Kerstmis                                                                                                       

Als kind ben je veelal heel ontvankelijk voor (eerste) indrukken. Voor een kind is het leven een avontuur; alles is nog nieuw. Een kind heeft nog geen weet van dat wat kan, dan wel zal volgen. Die openheid van een kind kan “grote mensen” ontroeren. Voor volwassen mensen anno 2021 is het leven evenwel nog zelden een mysterie. Het lijkt er soms op alsof die ook niet mogen bestaan. Alles moet maakbaar zijn en inpasbaar. We wensen niet geconfronteerd te worden met de zgn. “ongerijmdheden van het leven”. De moderne mens zit welbeschouwd gevangen in een spagaat; enerzijds wil hij de totale controle over zijn eigen leven; anderzijds verlangt hij voor zichzelf een totale autonomie. Op het eerste oog lijken deze 2 zaken in elkaars verlengde te liggen. Maar is dat ook zo? Botsen zij niet met elkaar, controle enerzijds en autonomie anderzijds?

Van belang nu is te zien hoe God ons telkens weer verrast met dingen die we niet voorzien hebben. De moderne mens plant zijn leven, houdt de teugels strak in eigen hand. Dan gebeurt er iets onverwachts. Of het nu gaat om corona, dan wel een overstroming, of een aardbeving, dan wel een nare diagnose, ons leven blijkt in de weerbarstige praktijk van alledag slechts deels te sturen. Kinderen als een geschenk van God herinneren ons er aan.

Met Kerstmis klopt God weer aan onze deur. Destijds deden Jozef en Maria dat in Bethlehem namens (en voor) het Kind, toen ze een plaats zochten om Gods Zoon ter wereld te brengen. Jezus kwam uiteindelijk in een stal ter wereld.

Anno 2021 zien we iets soortgelijks. Ja, zijn ook wij niet te druk met ons zelf? Veel merken we überhaupt niet meer op, al was het maar omdat we met de “geheimen van het leven” geen raad meer weten. We hebben ons zelf wijsgemaakt dat alles te sturen is. Maar is dat ook zo? Het leven zelf is welbeschouwd een gave, een mysterie. Kerstmis nu herinnert er ons aan dat God niet ver weg is, noch op afstand gehouden kan worden. Ja, ineens is Hij er. Het is aan ons om je open te stellen voor het leven, voor God zelf, indachtig het geheim van Gods Menswording.

In dat licht -Zijn Licht- wens ik u van harte gezegende kerstdagen toe. Moge Jezus, ook voor u en de uwen, een baken zijn, juist in het duister van deze tijd, met haar vele problemen en uitdagingen.

Pastoor C. Müller

Maria bezoekt haar nicht Elisabeth                                                 

Het Evangelie van de 4e zondag van de Advent vertelt het verhaal van een bijzondere ontmoeting. Maria, zelf zwanger, gaat naar haar nicht Elisabeth, om haar te helpen. Ook haar zwangerschap was bijzonder. Zij en haar man Zacharias - beiden op leeftijd - hadden hun hoop op een kind reeds opgegeven, toen een engel de zwangerschap van Elisabeth aankondigde. Iets soortgelijks overkwam nadien ook Maria.

Tijdens hun ontmoeting sprong het kind van Elisabeth in haar schoot op van vreugde. Zij verstond het als een teken dat Maria moeder van de Heer zou worden. Haar zoon kennen we als Johannes de Doper. Opmerkelijk is dat hij (de voorloper) reeds in de schoot van zijn moeder verwijst naar Jezus (in de schoot van Maria).

Tijdens die ontmoeting wordt Elisabeth vervuld door de H. Geest. In en vanuit die H. Geest zegt ze de beroemde woorden: “Gij zijt de gezegende onder de vrouwen en gezegend is de vrucht van uw schoot.”

We bidden die zin telkens als we een Weesgegroet bidden. We gedenken het met name als we het 2e geheim van de zgn. blijde geheimen overwegen: Maria bezoekt haar nicht Elisabeth.

In de Advent mogen we tot Maria gaan en haar vragen om beter het geheim van Gods Menswording te verstaan. Laten we daarbij tevens God danken voor deze blijde boodschap van ontferming, waarin Hij ons de komst van Zijn zeer geliefde Zoon Jezus Christus heeft aangekondigd. 

Pastoor C. Müller