Ik weet wie Gij zijt: de Heilige Gods

In het Evangelie van de 4e zondag door het jaar (28 jan.) geneest Jezus een man die in de macht was van een onreine geest en die luid begon te schreeuwen: “Jezus van Nazareth, wat hebt Gij met ons te maken? Gij zijt gekomen om ons in het verderf te storten. Ik weet wie Gij zijt: de Heilige Gods”.
Wat opvalt is dat het hier niet gaat om een heilige man, die in Jezus God “ziet”, maar om een onreine geest, die openbaart wie Jezus is.
Het is door het grote contrast tussen Jezus enerzijds en de onreine geest anderzijds, dat een verheldering plaatsvindt. Tegenover Gods Zoon raakt de onreine geest in paniek: Gij zijt gekomen om ons in het verderf te storten. Opvallend is dat door de onreine geest de bijzondere status van Jezus wordt geopenbaard. Waar Jezus tegenwoordig is, komt alles aan het licht; Hij die is het Licht der wereld.
Voor ons mag het een geruststelling zijn, alsook een zekerheid. Want voor God is niets onmogelijk. Er is geen enkele geest opgewassen tegen Gods Zoon, ook al lijkt het dat het kwaad vaker de overhand heeft. Als Christenen weten we beter. Door Jezus’ lijden, sterven en verrijzen heeft God de dood gedood (apostel Paulus) en zijn we gered van een leven ten dode. Niet alleen is er door Jezus’ verlossend lijden leven na de dood, maar kan God ook reeds in dit bestaan op aarde ons vrijmaken van onreine geesten, zoals eens de man in de synagoge.

Pastoor C. Müller

Komt, volgt Mij

In het Evangelie van de 3e zondag door het jaar (21 jan.) lezen we hoe Jezus eens langs het meer van Galilea liep en daar de eerste leerlingen riep, terwijl zij bezig waren hun netten uit te werpen in het meer. Hij zei tot hen: ”Komt, volgt Mij”. Opmerkelijk is dat de Heer hier meerdere personen tegelijk roept, waar in andere gevallen het veelal steeds om een individu gaat. Jezus lijkt hier ook niet uit te nodigen, maar eerder te gebieden (gelet op de zgn. gebiedende wijs “Komt” en “volgt”).
Navolging van de Heer nu heeft iets van beide aspecten. Zo doet Hij een beroep op onze wil en onze bereidheid, maar is het tegelijkertijd allesbehalve vrijblijvend. De leerlingen van het eerste uur begrepen dat ook. Het blijkt uit het feit dat er staat “Terstond lieten zij hun netten in de steek en volgden Hem.” Dat “terstond” vinden we ook terug wanneer Jezus verderop andere vissers roept Hem te volgen. “Onmiddellijk riep Hij hen”, zo staat er. Ook zij lieten alles in de steek en volgden Hem.
Het doet denken aan die andere passage in het Evangelie over de navolging, waarin Jezus ons maant niet om te kijken, als we de hand aan de ploeg slaan, maar enkel vooruit te zien. Het is immers door om te kijken dat we struikelen, doordat we ons niet focussen op wat voor ons ligt en wat ons te doen staat. Navolging van de Heer veronderstelt dat we bereid zijn het (eigen) roer over te geven, in het besef dat God onze weg beter kent dan wijzelf, alsook onze mogelijkheden. Het vergt van onze kant vooral geloof en vertrouwen, opdat onze “bekering” zich kan voltrekken.

Pastoor C. Müller

Roeping

In het Evangelie van zondag 14 januari (2e zondag door het jaar B) wordt gesproken over de roeping van Andreas en zijn broer Simon. Daarbij valt op dat zowel gesproken wordt over vinden (“We hebben de Messias gevonden”) als over gevonden worden. Zo laat Jezus Zich vinden, maar weet Hij ook mensen te vinden, die bereid zijn Hem te volgen. Het begrip ‘roeping’ veronderstelt beide aspecten. Aan de ene zijde God die roept, die mensen aanspreekt, aan de andere kant de mens die zich laat aanspreken. Het roept de vraag naar boven: Wie ben ik en wat verwacht God eigenlijk van Mij? Maar ook: Heb ik Hem weleens ontmoet, dan wel Zijn stem vernomen?

Pastoor C. Müller

Openbaring des Heren (Driekoningen)

Tijdens het eerste weekend van het nieuwe jaar (6-7 jan.) vieren we in de liturgie het Hoogfeest van de Openbaring des Heren, dat in de volksmond ook wel Driekoningen wordt genoemd. We gedenken dan hoe de wijzen uit het oosten een opgaande ster zagen en daarop de koning der Joden gingen zoeken. Ze kwamen in Bethlehem en vonden daar Jezus in een kribbe, de pasgeboren koning der Joden.
Het feest ontstond in de 4e eeuw in het oosten was oorspronkelijk bedoeld om de verschijning van de vleesgeworden Zoon van God op aarde te vieren (epiphaneia is Grieks voor 'verschijning'). Daarbij werden de tekenen van Jezus' goddelijkheid herdacht: de geboorte uit de maagd Maria, het bezoek en de aanbidding door de wijzen uit het oosten, gebeurtenissen uit Jezus' jeugd en de doop van Jezus door Johannes de Doper.
De Kerk van de Latijnse ritus vierde de geboorte van Jezus echter steeds op 25 december. Met de overname van het feest van de epifanie op 6 januari door de Latijnse Kerk werd daarom enkel de aanbidding der wijzen herdacht, waarmee de bekendmaking van Christus aan de wereld wordt gevierd.

Het is een goede gewoonte om bij gelegenheid van het nieuwe jaar het huis te laten zegenen door een priester of diaken. In de praktijk is dit niet altijd mogelijk. Om in deze leemte te voorzien, bieden wij u als parochie een huiszegen in de vorm van een kaart aan, die u boven de deur van uw woning of huiskamer kunt hangen. U kunt deze huiszegen na de H. Mis meenemen. De letters C+M+B worden in verband gebracht met de namen die vanuit de traditie aan de wijzen uit het oosten zijn gegeven: Caspar, Melchior en Balthasar.

Maar deze letters betekenen nog meer. Zij zijn ook de beginletters van de zegentekst “Christus Mansionem Benedicat”, vertaald “Christus zegene dit huis”.

De letters worden ook in verband gebracht met de drievoudige openbaring van de Heer. Kerstmis is het feest van de openbaring aan alle mensen. Deze openbaring van God wordt gevierd met Driekoningen, bij het feest van de Doop van de Heer en bij het eerste wonder van Christus in Kana. Zo wijzen de letters ook naar deze feesten: de bruiloft in Kana (Cana), de aanbidding van de Wijzen (Magi) en de Doop van de Heer in de Jordaan (Baptisma).

 


Bij de huiszegen kan het volgende gebed worden gebruikt:

U God, almachtige Vader, smeken wij ootmoedig voor dit huis, voor zijn bewoners en voor al wat er in is: opdat Gij het moge zegenen en heiligen en met alle goed te verrijken: geef hun, Heer, overvloed van de dauw des hemels en van de vruchtbaarheid der aarde levensonderhoud. Gewaardig U het bij onze intrede in dit huis, te zegenen en te heiligen, zoals Gij U gewaardigd hebt te zegenen het huis van Abraham, Isaac en Jacob. En mogen binnen de wanden van dit huis de engelen van uw licht wonen en het en zijn bewoners bewaren voor onheil en rampen. Door Christus onze Heer. Amen.

Pastoor C. Müller

Oud- en Nieuwjaar

Op de laatste dag van het jaar kijken we terug en verder
veel lijkt toeval, maar is het niet, want God is herder.

Derhalve wees dankbaar en tel je zegeningen weer
want God kent uw toekomst, alsook uw zeer.

Soms is het leven zwaar en lijkt het zuur
maar vergis u niet, het helpt ons te worden echt en puur.

Naast regen en zon, is er sneeuw en wind
ze dragen elk bij aan ons wel en wee, gelijk een vrind.

God nu kent uw toekomst in het nieuwe jaar
Kijk dan naar Hem op en zie: Hij is daar.

Want de Heer is nooit ver weg, maar heel nabij
zeker voor de mens die Hem zoeken wil, klaar en vrij.

Moge God u dan helpen in goede en kwade dagen
zodat we leren dragen zonder klagen.

Goed is het de Heer te danken en te prijzen
zodat we steeds weer kunnen opstaan, ja verrijzen.

Pastoor C. Müller

Johannes de Doper

In het Evangelie van de 2e zondag van de Advent (10 dec.) staat Johannes de Doper centraal. Hij is de wegbereider, die de mensen attendeert op Hem die komen gaat en die hij later zal dopen. In de oosterse kerk wordt Johannes vaak als een engel afgebeeld (met vleugels), daar hij in de evangelies wordt omschreven als 'bode of boodschapper' voor de Heer uit.
Als gedoopten kennen wij allen de opdracht om te getuigen van de Blijde Boodschap. Helaas laten vele mensen dit na. Evenwel ook van ons wordt verwacht dat we leven naar het voorbeeld van de Heer, wiens komst in deze wereld we met Kerstmis zullen vieren.
In deze Advent houdt de kerk ons Johannes de Doper voor vanwege zijn “sprekend” getuigenis. Hij stond zijn mannetje en was door zijn radicaal leven een prikkel voor zijn tijdgenoten. Hij riep op tot bekering. Vele tijdgenoten lieten zich door hem dopen tot vergiffenis van zonden. De Advent nu betreft een periode van inkeer, van reflectie, gebed en … verzoening. Vragen we dan Johannes de Doper, die later werd onthoofd, ons hierbij te helpen als patroon van de vasters en hulp in geestelijke aangelegenheden, temeer omdat na zijn dood het hoofd van de Voorloper vele wonderen heeft bewerkt. Als zodanig “spreekt” Johannes nog steeds tot de kerkgemeenschap, ofschoon men hem destijds vermoord heeft om hem het zwijgen op te leggen.

Pastoor C. Müller

Advent

Met het Hoogfeest van Christus Koning van het heelal werd het voorbije kerkelijke jaar (A) afgesloten. Met de eerste zondag van de Advent (3 dec.) begint het nieuwe kerkelijk jaar (in de liturgie jaar B). Met de Advent bereiden we ons voor op Kerstmis, het feest van de menswording van Gods Zoon. De Advent nu is de tijd van de waakzaamheid. Maar dan wel van de goede waakzaamheid, naast de gesloten waakzaamheid: bang, angstig wachten, geen oog meer dicht doen, defensief, begraven wat je nu hebt. Van belang is de open waakzaamheid: klaar om te ontvangen, niet krampachtig zoekend, je laten verrassen, open voor het onverwachte, woekeren met wat je is toevertrouwd, open voor wat komt. Moge dan de Advent voor ons een tijd zijn waarin we open gaan voor Gods Woord, dat in Jezus is vlees geworden, kenbaar en “hautnah”.

Pastoor C. Müller