Als iemand de eerste wil zijn … (Mc. 9,30-37)                                            

Vraagt Jezus niet te veel? Is het wel te volbrengen? Deze en andere vragen stellen mensen soms, al is het zelden hardop. Iets dergelijks vinden we ook terug in het Evangelie. In het Evangelie van zondag 19 september (25e zondag door het jaar) staat dat de leerlingen er voor terug schrokken om Jezus te ondervragen, over hetgeen Hij zei over zijn naderend lijden, sterven en verrijzen.

Later vraagt Hij hun waar ze onderweg over hadden getwist. Ze zwegen, zo staat er. Uit de tekst blijkt dat het ging over de vraag wie de grootste was. Uit de reactie van Jezus mogen we opmaken, dat Hij desondanks wist waarover ze hadden gesproken, ofschoon ze tegenover Hem zwegen. Jezus houdt hen dan voor: “Als iemand de eerste wil zijn, zal hij de laatste van allen moeten wezen en de dienaar van allen.” Dit woord van de Heer past helemaal bij een andere beroemde zin: “Mijn koninkrijk is niet van deze wereld” (Joh. 18,36).

Jezus nu, Hij denkt anders, draait vaak zaken om. Het gaat bij Hem niet om winnen, om status, om rijkdom; dat zijn zaken van de wereld. Wat blijvende waarde heeft, dat is onze liefde. Wie liefheeft, denkt vooral aan de ander en is bereid te dienen. Met die grondhouding bouwen we aan een betere wereld, waarin ook de zwakke meetelt en niet alleen hen die succes hebben en dikwijls vooral oog hebben voor hun eigen drijfveren. De geschiedenis laat het ook zien. Grote figuren als Franciscus, Don Bosco, Ignatius en vele anderen, die hun leven geheel in dienst stelden van anderen, laten nog steeds een onuitwisbare indruk achter, terwijl vele andere “prijswinnaars” allang vergeten zijn. Ja, wereldse roem en rijkdom blijkt heel vergankelijk. 

                                                                                                                      

Pastoor C. Müller                                                                                                                

                                                                          

 

Over het hart van de mens …                                                                     

In het Evangelie van zondag 29 augustus (22e zondag door het jaar B) spreekt Jezus over het hart van de mens, dit naar aanleiding van een opmerking over het met ongewassen (onreine) handen eten van voedsel. Mensen kunnen soms vasthouden aan allerlei regels, die het zicht vertroebelen om waar het nu vooral om dient te gaan en dat is de binnenkant van de mens. Jezus verwijt de Farizeeën dat zij vooral vasthouden aan wetten van mensen. Nee, niets dat wat van buitenaf in de mens komt, kan hem bezoedelen; maar wel wat uit het binnenste uit het hart van de mens komen, zoals boze gedachten, ontucht, echtbreuk, bedrog en losbandigheid. Dit staat haaks op wat mensen heden ten dage vaak menen: Doe maar wat je hart ingeeft! Jezus maakt een duidelijk onderscheid tussen goed en kwaad, terwijl de moderne mens dikwijls meent: als ik uitdrukking geef aan mijn voorkeuren en wensen, dan is dat goed. Maar is dat ook goed? Vaak zijn we kortzichtig en zien we vooral ons eigen belang. Mensen beamen dat soms ook, als ze nadien zeggen: “Had ik maar beter nagedacht en had ik maar niet die eerste impuls gevolgd”.

In feite roept Jezus ons op na te denken bij al datgene wat ons hart ons “ingeeft”. Daarbij is het goed je af te vragen: Wat zou God nu van mij willen, in deze concrete situatie?

 

Pastoor C. Müller                                                                                               

                                                                                             

Wilt ook gij soms heengaan?                                                           

In het Evangelie van zondag 22 augustus 2021 (21e zondag door het jaar B) morden de leerlingen over hetgeen Jezus daarvoor zei over Zichzelf als het levende Brood. Jezus nu weet uit Zichzelf dat ze erover morden en reageert er op. Ten gevolge hiervan trokken velen van zijn leerlingen zich terug en verlieten zijn gezelschap. Daarop vroeg Jezus aan de twaalf: “Wilt ook gij soms weggaan?” Petrus geeft daarop te kennen: “Heer, naar wie zouden wij gaan? Uw woorden zijn woorden van eeuwig leven en wij geloven en weten dat Gij de Heilige Gods zijt.“

Wat hiervoor opvalt is dat Jezus niets ontgaat (ook dat wat we in ons hart menen). Voorts, dat Hij ieder van ons de keus laat. Petrus geeft op de vraag van Jezus (“Wilt ook gij soms weggaan?”) het “kerkelijke antwoord”. Het is aan ieder van ons om dat te beamen. God heeft ons als vrije schepselen geschapen; het zit besloten in Zijn vraag: “Wilt ook gij soms heengaan?” Hierbij is goed te beseffen dat niemand tot God de Vader kan komen, tenzij door Jezus Christus. Ja, Jezus is zowel onze Verlosser, alsook de deur; maar ook Diegene aan wie het oordeel over ieder van ons is gegeven, aldus de Schrift. Zij die Hem afwijzen, dan wel negeren, beseffen dikwijls niet wie Hij is. Ja, is het niet heel jammer dat velen “op afstand blijven”, dan wel “zijn weggegaan”, terwijl Jezus er alles aan heeft gedaan om de afstand tussen God en zijn schepselen te overbruggen?           

 

Pastoor C. Müller                                                                                                 

Hoogfeest Maria Tenhemelopneming                                                         

Op zondag 15 augustus gedenken we als kerk dat de Maagd Maria met lichaam en ziel in de hemel is opgenomen. Paus Pius XII kondigde in 1950 dit geloofsmysterie af als dogma: “Tenslotte is de onbevlekte Maagd, gevrijwaard van ieder smet van de erfzonde, in het voltooien van haar aardse levensloop in de hemelse heerlijkheid opgenomen en door de Heer verheven tot koningin van het heelal, om zo gelijkvormiger te worden aan haar Zoon, de Heer der heren en de overwinnaar van zonde en dood”, aldus de paus.

'Opgenomen met lichaam en ziel' betekent dat de dood geen macht meer heeft over Maria. Haar overlijden betreft ook de totale aanvaarding van haar persoon door God. Haar hemelvaart is een bijzondere deelname aan de Verrijzenis van haar Zoon. Maria is reeds het volmaakte geluk ten deel gevallen dat ons allen wacht als broeders van Christus, die door Maria een mensenlichaam heeft aangenomen. Zo zien wij op dit feest met vreugde uit naar de dag waarop de Heer ook ons aardse lichaam zal herscheppen om het gelijkvormig te maken aan zijn verheerlijkt lichaam en om te voltooien wat Hij begonnen is sinds zijn menswording uit Maria. Het feest attendeert ons op onze eindbestemming. Jezus en Maria zijn ons voorgegaan. Als Gods kinderen (doorheen ons doopsel) en als geestelijke kinderen van Maria (“Ziedaar Uw moeder”) mogen we telkens tot haar onze toevlucht nemen. Zij wil ons steeds naar Jezus voeren, die is de Weg, de Waarheid en het Leven.

             

   Pastoor C. Müller

 

 

“Wilt Gods heilige Geest niet bedroeven”

Bovenstaande passage is ontleend aan de 2e lezing van zondag 8 augustus (19e zondag door het jaar) De apostel Paulus roept ons daarin op om als gelovige Christenen alert te zijn en wrok, gramschap, toorn, geschreeuw en gevloek te mijden. “Weest veeleer goed voor elkaar en hartelijk. Vergeeft elkaar zoals God u vergeven heeft in Christus.” (Efeze, 4, 30 -5, 2). Het zijn woorden die helaas niets van hun actualiteit hebben verloren. Je verbaast je er soms over als je op internet reacties leest van mensen op wat anderen vinden (veelal anoniem). Menigeen meent dat hij maar alles kan en mag zeggen/schrijven onder de noemer “vrijheid van meningsuiting”. Daarbij ontbreekt onder meer de nuancering en de grotere context. Soms is men ontsteld dat de ander blijkbaar iets anders vindt dan de commentator zelf. Paulus nu wijst op het belang van waarheidsvinding. Zo schrijft hij in zijn 1e brief aan de christenen van Tessalonica (5,21): “Onderzoekt alles, behoudt het goede en vermijdt elk kwaad, in welke vorm het zich ook voordoet”.

Ja … “Wilt de H. Geest niet bedroeven”, en doe aan waarheidsvinding, indachtig Jezus’ woord: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven” (Joh. 14,6)

Pastoor C. Müller

 

“Ik ben het brood des levens”                                                                      

In het Evangelie van de 18e zondag door het jaar (1 aug.) zegt Jezus onder meer: “Ik ben het brood des levens; wie tot Mij komt zal geen honger meer hebben, en wie in Mij gelooft, zal nooit meer dorst krijgen”.

Welbeschouwd staat er dat wij in Christus de gehele vervulling van onze diepere verlangens vinden. Wij zijn als mensen door God geschapen om te beminnen en om liefde te ontvangen. Honger en dorst verwijzen naar dit verlangen, naar een liefde die onbegrensd is. Daarom zal er geen honger meer zijn, noch dorst, als we God kennen. Die kennis nu van de liefde van Christus gaat elk menselijk begrip te boven. Waar vinden we een taal om deze liefde te beschrijven? Zij is nergens mee te vergelijken. Zij is zo grenzeloos, dat alle woorden die haar proberen te beschrijven, slechts de oppervlakte raken, gelijk een zwaluw, die over het water scheert en er niet in afdaalt. Er ligt onder deze oppervlakte een onmetelijke diepte. Het is de diepte van een afgrond die niet te peilen is. Zij is onmeetbaar. Derhalve, denk nooit te gering over Gods liefde, want je kunt haar in alle eeuwigheid niet bevatten; oneindig als ze is.

                                                                                      

    Pastoor C. Müller

Eerste H. Communie                                                                        

Op zondag 18 juli vieren we in de kerk van Velden wederom de Eerste H. Communie. De 7 communicanten (thans in groep 5) zouden aan-vankelijk vorig schooljaar de Eerste H. Communie ontvangen. Corona gooide toen (en deels ook nu) roet in het eten. Met het oog op de vele beperkende maatregelen zullen de kinderen, die dit jaar in groep 4 zitten, pas volgend schooljaar de E.H. Communie doen (hopelijk dan samen met de kinderen die nu in groep 3 zitten en volgend jaar in groep 4) en wel op zondag 22 mei 2022. Het is en blijft voorlopig nog telkens passen en meten.

Het thema voor de Communieviering dit jaar luidt: Van harte samen. Jezus is Diegene die het grootste Hart heeft. Hij zoekt ieder van ons en wil dat wij, net als Hij, ons leven geven en wel door ons hart open te stellen en het te laten vullen met Zijn liefde. Jezus houdt niet op Zich steeds te geven. Moge het zo dan echt worden: Van harte samen.

 

Pastoor C. Müller