Advent                                                                                              

Komende zondag (28 november) -de eerste zondag van het nieuwe kerkelijk jaar (C)- begint de Advent, de tijd van voorbereiding op het geboortefeest van onze Redder en Heiland Jezus Christus. In de vier weken die volgen staan we stil bij de eerste komst van Gods Zoon, 2000 jaar geleden en kijken we tevens vooruit naar Zijn wederkomst.

Door Zijn Menswording is God ons heel nabij gekomen. Later, door de instelling van de H. Eucharistie, wordt dit aspect van ons geloof feitelijk hernomen. Door de H. Communie komt God ook nu naar ons toe. Zoals eens de herders en de wijzen naar Jezus gingen om Hem te eren, zo mogen ook wij ons leven hernieuwen door telkens op weg te gaan, de Heer tegemoet, die Zich laat vinden door die Hem zoeken. Zowel de herders als de wijzen lieten zich hierbij leiden (“helpen”) door tekens van boven, zo mogen ook wij open en ontvankelijk voortgaan, ons bezinnen op Hem wiens komst wij binnenkort weer vieren. Weet dan (indachtig de 2e prefatie van de Advent) dat het “de Heer zelf is die in ons de vreugde en de kracht ontsteekt om toe te leven naar de dag van zijn geboorte. Laat Hij ons vinden, waakzaam, biddend, vol van dat geheim, zingend van alle grote dingen die Hij heeft gedaan.” Om het geheim van Gods Menswording beter te verstaan, is het van belang de houding van een kind aan te nemen. Daarbij kan het helpen terug te denken aan uw eigen jeugd en de indrukken die u destijds als kind opdeed. Moge het ook voor u een gezegende tijd zijn, onverlet corona en de begrenzingen die daar bij horen.

Pastoor C. Müller

 

Christus, Koning van het heelal                                                                  

In de liturgie stelt de kerk op de laatste zondag van het kerkelijk jaar de universele dimensie van Christus centraal, Hij is de Koning van het heelal. Het mag ons aan het denken zetten, aangezien het heelal oneindig groot is. Het is als zodanig een verwijzing naar God Zelf, indachtig Romeinen1:18-20. Als je je er nader in verdiept, dan sta je versteld over hoe klein onze aarde is in dat ontzagwekkende geheel. De mens op de aarde is in dat kader oneindig “in het kwadraat”.

Opmerkelijk nu is dat God juist oog heeft voor die kleine mens, die anno 2021 meent dat hij zichzelf kan scheppen. Neem nu de gender-ideologie, in de VS en Europa is vaker sprake van onverdraagzaamheid van identiteitsbewegingen, die een soort seculier ‘verlossings-perspectief’ bieden waarbij ze het gehele menszijn reduceren tot enkele fysieke eigenschappen, zoals ras, seksualiteit of geslacht (aldus Anton de Wit in zijn commentaar in een recente editie van het Katholiek Nieuwsblad). Die gender-ideologie staat haaks op de Scheppingsleer en roept bij velen weerstand op. Griezelig is het dat de EU deze gender-ideologie al enige tijd gemeengoed wil laten worden. Maar waar moet het naar toe, als de mens meent zichzelf te kunnen (her)scheppen … ? Het heeft in zich iets duivels, indachtig het verhaal van de zondeval, waarbij de slang Eva verleidde met de woorden: “U zult helemaal niet sterven. God weet dat uw ogen open zullen gaan als u eet van die boom, en dat u dan gelijk zult worden aan God, door de kennis van goed en kwaad” (Gen. 3,4-5). Als Kerk geloven we in de heiligheid van het leven, ons door God gegeven, Hij die is Koning van het heelal. Dat hebben we te respecteren.

Pastoor C. Müller

Weest waakzaam                                                                                        

In onze hectische tijd eisen heel wat zaken onze aandacht op. Dan kan het gebeuren dat we min of meer verdeeld raken. Onze aandacht raakt meer en meer versnipperd. We  verliezen ons in tal van details en afspraken. Wat echt belangrijk is, raakt gaandeweg uit beeld, terwijl het er aanvankelijk om ging alles te overzien en alle spreekwoordelijke ballen in de lucht te houden. De moderne mens als goochelaar, die gaandeweg bijziend is geworden. Duidelijk moge zijn dat zo’n leven vaak leidt tot een chronisch moe zijn in meerdere opzichten. Sommigen stranden in een burn-out; anderen trekken zich terug, keren zich af.

In het Evangelie roept de Heer ons op tot waakzaamheid. Ja, weest waakzaam; leer te onderscheiden, immers niet alles is belangrijk en voornaam. Mensen merken het soms pas op, als ze alles hebben verloren. Dan zien ze weer waar het eigenlijk om gaat, om wat wezenlijk is en wat bijzaak. Het is best jammer, dat velen dit niet meer opmerken. Men wil alles meemaken, zien, en ervaren. Daardoor merkt men paradoxaal veel juist niet meer op. Zo kunnen mensen gaandeweg vervreemd raken van zichzelf en de ander.

Door te onthaasten, door opnieuw te kiezen en de tijd anders in te delen, kan men een draai geven aan het eigen bestaan. Corona heeft de mens weer doen nadenken over zijn eigen drijfveren. Maar is het voldoende? Dienen we niet nog verder te kijken? Immers, een mensenleven is zo voorbij. Ja, moge onze waakzaamheid verder reiken dan de eigen horizon, het eigen bestaan. De klimaatcrisis spoort ons daartoe thans aan, maar al veel eerder het Evangelie. Ja, weest waakzaam. Eens zullen ook wij hier alles moeten loslaten. In dat licht krijgt alles wat we doen en hebben gedaan een andere context, het overwegen waard.

Pastoor C. Müller

Sint Willibrordus  (658 - 739)                                                           

Op zondag 7 november vieren we het Hoogfeest van de H. Willibrordus, bisschop, verkondiger van ons geloof en patroon van de Nederlandse Kerkprovincie. Hij werd geboren als zoon van pas bekeerde ouders en werd als jong kind door zijn vader Wilgis als oblaat toevertrouwd aan Benedictijnen nabij York in Engeland, voordat zijn vader zelf als kluizenaar ging leven. Toen hij vijftien was legde Willibrordus de gelofte af, kreeg het monnikshabijt en de tonsuur. Bij hem groeide de wens op pelgrimstocht (peregrinatio) te gaan. Op zijn 20e vertrok Willibrordus naar Ierland. In de Abdij van Rathmelsigi onderwierp hij zich onder abt Egbert aan een regime van strenge tucht. Hij zou er dertien jaar blijven. Willibrordus was er getuige van Egberts gestrande missie naar Frisia en de vruchteloze Friese missie van Wigbert. Tien jaar later (30 jaar oud) werd hij in 688 tot priester gewijd. In 689 behaalde de Frankische hofmeier Pepijn van Herstal een grote overwinning op de Friese koning Radboud en kreeg Frisia citerior (gebied ten zuiden van de Rijn) in handen. Willibrordus’ wens om de Frisii te bekeren kon nu in vervulling gaan. Hij begon met zijn kersteningsmissie van de Friezen. Van daaruit bezocht Willibrordus een groot gebied dat zich uitstrekt van de Lauwerszee tot België en Luxemburg toe. Door de steun van Pepijn van Herstal kreeg hij van de Frankische adel een groot aantal landgoederen. Hij zorgde er voor dat veel kerken en kloosters werden gebouwd en gesticht. Willibrordus stierf op 7 november 739 (81 jaar) en werd op eigen verzoek begraven in Echternach. Rond zijn persoon bestaan tal van legenden, waaronder de volgende:

“Vanaf het allereerste moment van Willibrordus' bestaan was het duidelijk, dat God bijzondere plannen met hem had. Zijn moeder, een vrome christelijke vrouw, had in haar slaap een merkwaardig droomgezicht. Zij meende aan de hemel een nieuwe maan te zien rijzen, die geleidelijk al maar voller werd. Op het moment dat het een compleet volle maan was, viel deze uit de hemel zomaar in haar mond. Inwendig werd zij er helemaal door verlicht, en een prachtig schijnsel scheen uit haar buik te komen. De volgende dag ging zij met haar droom onmiddellijk naar de vrome, oude priester van het kerkje bij haar in de buurt. Deze vroeg, of zij vannacht gemeenschap had gehad met haar man. Met enige schroom bevestigde zij dat. Daarop antwoordde de oude wijze priester: 'De maan die u hebt gezien in uw droom, stelt het kind voor dat u vannacht hebt ontvangen. Het zal het licht der waarheid laten stralen in de duisternis van het heidendom. De hele wereld zal profiteren van het licht dat hij zal komen brengen in naam van God onze Heer.' Nadat haar dagen vervuld waren, schonk zij inderdaad het leven aan een zoon, juist zoals de oude priester negen maanden tevoren had voorspeld.

Pastoor C. Müller

 

 

Allerzielen                                                                                                                            

November, kil en grijs, nodigt ons elk jaar weer uit tot eerbied en stil gebed. Met Allerzielen staan we stil bij onze dierbaren die ons ontvallen zijn; speciaal bij hen van wie we in het voorbije jaar afscheid moesten nemen. Ieder van ons draagt daarin zijn eigen verdriet. Allen voelen we het gemis van hen die we goed gekend hebben. Wij mensen nu hebben een lichaam, dat vergankelijk is, maar ook een ziel, die onsterfelijk is, die eeuwigheidswaarde heeft. Daarom bidden we als Kerk steeds voor hen die overleden zijn en die veelal tijdens hun leven hier ook voor ons hebben gebeden. Dat bidden helpt niet alleen hen, maar ook diegene die bidt. We ontvangen er kracht en troost door. Gebed verbindt over de grenzen van de dood.

God, onze Vader, aan mensen die angstig zijn voor de dag van morgen en bezorgd uitkijken naar de toekomst, verzekert Gij dat niemand buiten Uw aandacht valt. Doe ons groeien in vertrouwen. God, Gij die wilt dat niemand verloren gaat, doe onze gestorven dierbaren opstaan en leven in Uw onvergankelijk licht. Amen.

Pastoor C. Müller

“Maak dat ik zien kan”                                                                                 

Als Jezus weer uit Jericho weggaat (aldus het Evangelie van zondag 24 oktober), hoort Hij een blinde bedelaar luidkeels roepen: “Jezus, Zoon van David, heb medelijden met mij!”

Velen snauwden hem toe te zwijgen. Bartimeus begon evenwel nog harder te roepen. Jezus roept daarop de blinde. De omstanders (die hem eerst zeiden te zwijgen) merken nu op: “Heb goede moed, sta op, Hij roept u”. Eenmaal bij Jezus, zegt hij: “Rabboeni, maak dat ik zien kan”. Jezus zegt daarop: “Ga, uw geloof heeft u genezen”. Bartimeus kon terstond zien en sloot zich bij Jezus aan.

Wat opvalt is dat in dit bijbelfragment het werkwoord “roepen” vaker voorkomt. Het verwijst zowel naar de fysieke afstand tussen Jezus en de blinde, alsook naar de ernst van zijn nood. Opmerkelijk is dat de menigte hem eerst afsnauwt - hij moet zwijgen. De blinde ziet evenwel verder, met de ogen van zijn geloof, en laat zich niet van de wijs brengen. Dat snauwen van de omstanders werkt zelfs averechts, Bartimeus begint nog harder te roepen. Jezus laat hem daarop bij Zich roepen. De omstanders helpen opeens de man, die ze eerst niet zagen zitten, Ja, heb goede moed! Eenmaal bij Jezus vindt er genezing plaats. Jezus verduidelijkt: “Uw geloof heeft u genezen”.

Het gebeuren mag ons aan het denken zeggen. Hoe kijken wij en wat zien we wél en niet, indachtig de menigte, indachtig de blinde? Zien met de ogen van het geloof betreft een “nieuwe” vorm van waarnemen. De blinde ”zag” meer dan de omstanders die konden zien, maar ziende toch “blind” waren. Onwillekeurig doet het je denken aan dat tafereel waar de ongelovige Thomas voor het eerst de verrezen Heer ontmoet. Toen zei Jezus tot hem: 'Omdat ge Mij gezien hebt gelooft ge? Zalig die niet gezien en toch geloofd hebben.' (Johannes 20,29).

                                                                                                                       Pastoor C. Müller

“Wie onder u groot wil worden moet dienaar van u zijn” (Mc. 10)  

In het Evangelie van zondag 17 oktober (29e zondag door het jaar) gaat het onder meer over dienen. De eerste en tweede lezing verwijzen ook naar dat dienen. In onze dagen werken velen in de zorg en in het onderwijs, bereid tot dienen. En dat is goed.

Jezus gaat evenwel veel verder: “Wie onder u groot wil worden moet dienaar van u zijn, en wie onder u de eerste wil zijn moet aller slaaf wezen, want ook de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en om zijn leven te geven als losprijs voor velen.” Zijn dienen ging zover dat Hij als Zoon van God bereid was zijn leven te geven. Die bereidheid om te dienen zoals Christus Zelf betreft het keurmerk voor iedere ware Christen.

In de volledige gave van zichzelf wordt dat wat we doen geheel puur en waarachtig. Door zó te dienen gelijken we meer en meer op de Heer zelf. Daardoor brengen we God eer alsook aan de naaste, omdat ons handelen verstoken is van enig eigenbelang. Mensen als Moeder Teresa hebben laten zien wat ware liefde vermag. Door hun radicale inzet hebben zij de armen verheven. Een van hen zei vlak voor zijn sterven tegen haar: “Ik weet nu dat God bestaat, dankzij mensen zoals u”.  Ja, wees bereid tot dienen zoals Jezus zelf. Tot heil van anderen.

Pastoor C. Müller