Wat is het geloof?                                                                                        

Die vraag stelt de apostel Paulus aan de orde in de 2e lezing, welke wordt gelezen op zondag 7 augustus (Hebr. 11). Hijzelf geeft daarop ook antwoord: “Het geloof is een vaste grond van wat wij hopen, het overtuigt ons van de werkelijkheid van onzichtbare dingen”.

Geloven is blijkbaar niet zozeer geloven in zichtbare dingen (vandaar dat er vaak misverstanden bestaan over de vraag wat geloven nu behelst), maar vooral in de werkelijkheid van onzichtbare dingen. Ja, onze werkelijkheid omvat niet enkel dat wat zichtbaar is, dat te meten is, maar ook dat wat onzichtbaar is. Dat geldt deels ook als het gaat over liefde, bij uitstek iets geestelijks. Als iemand van een ander houdt, dan kun je dat soms duidelijk zien/waarnemen, maar de mate waarin de een de ander liefheeft, blijft een geheim, blijft deels “verborgen”. Liefde en geloof, maar ook zoiets als hoop horen bij de mens, bij uitstek een geestelijk wezen. Wanneer mensen huwen voor de kerk, dan zeggen ze ‘ja’ tegenover elkaar, tegenover God en ten overstaan van familie en vrienden, ofschoon man en vrouw hun beider toekomst niet kennen. Maar bruid en bruidegom geloven dat zij door hun liefde stand zullen houden. Ja, wie we zijn, heeft alles te maken met ons geloof, met ons vermogen tot liefhebben en met onze toewijding.

                                                                                                                      Pastoor C. Müller

Hebzucht                                                                                                     

In het Evangelie van zondag 31 juli 2022 (18e zondag door het jaar C) spreekt Jezus over de hebzucht: “Pas op en wacht u voor alle hebzucht”. In de 2e lezing (Kol. 3) spreekt de apostel Paulus er eveneens over. Hij heeft het over “de hebzucht die gelijk staat met afgoderij”. Daarom raadt hij ons aan: “Zint op het hemelse, niet op het aardse”. Immers, alle aardse rijkdom is vergankelijk. Daar verwijst ook de eerste lezing naar (uit het boek Prediker), waar geschreven staat: “Alles is ijdelheid”. Ja - “Wat heeft de mens tenslotte aan al zijn geploeter en aan de zorgen waarmee hij zich op aarde kwelt?”

Hebzucht verengt ons bestaan tot enkel het “eigen” leven. Interessant is dat de H.  Augustinus de drijfveer van de  hebzucht omschrijft als  een straf. Vrijgevigheid daarentegen vat hij op als opmaat voor innerlijke rust, liefde en wijsheid. Als de mens in staat is tot delen, blijft hij gevrijwaard van drijfveren die leiden tot isolement en angst. Augustinus zag als geen ander de gevaren van  armoede en rijkdom, van  hebzucht en eerzucht, omdat deze hoedanigheden en drijfveren in zijn visie leiden tot onvrijheid. Bovendien belemmeren zij het vertrouwen in en het streven naar het dienen van de ander. Derhalve, wacht u voor alle hebzucht. Zij bindt en verblindt de mens. 

                                       Pastoor C. Müller

“Martha, Martha, wat maakt gij u bezorgd en druk over veel dingen”

In het Evangelie van zondag 17 juli 2022 (16e zondag door het jaar C -Lucas 10,38-42) bezoekt Jezus twee zussen, Martha en Maria. Maria luistert, gezeten aan de voeten van Jezus, naar zijn woorden. Martha is intussen drukdoende Jezus te bedienen. Wanneer Martha zegt: “Heer, laat het U onverschillig dat mijn zuster mij alleen laat bedienen? Zeg haar dan dat zij mij moet helpen” - maakt Jezus haar attent op haar “drukte”; het lijkt alsof datgene wat zij doet, het belangrijkste is. Jezus ontnuchtert haar: “Slechts één ding is nodig. Maria heeft het beste deel gekozen en het zal haar niet ontnomen worden”.

Het woord van de Heer mag ook ons aan het denken zetten. Vaak zijn we zo gefocust op ons eigen bezig-zijn, dat we voorbijgaan aan dat wat echt belangrijk is. Zo vertelde mij ooit een gescheiden man, dat hij vroeger eigenlijk enkel oog had voor zijn werk. Zijn gezin kwam er bekaaid vanaf. Hij verdiende weliswaar veel en kon hen zo van alles geven; feit was dat hij zijn kinderen nauwelijks zag. Hun vader, die veel voor hen over had, zag destijds niet in dat hij zo veel weg was. Hierdoor  deed de man zijn gezin feitelijk tekort. Geleidelijk ontstond er een kloof tussen hem en zijn gezin. Het resulteerde in een echtscheiding. Nu zag hij het in: “Had ik maar beter geluisterd naar mijn vrouw en kinderen, dan was het niet zo gelopen.”

Wij mensen zijn vaak zo druk met onszelf, dat we voorbijgaan aan wat God ons zeggen wil, in en doorheen anderen, in en doorheen de omstandigheden. Goed is het vaker te reflecteren -  Waarom doe ik dit en dat? En … voor wie doe ik het? En wat verwacht God eigenlijk van mij?                                                                     

Pastoor C. Müller

 

Wie is mijn naaste?                                                                                     

Bovenstaande vraag is afkomstig van een wetgeleerde, die Jezus op de proef wilde stellen. De vraag gaat vooraf aan het verhaal over de barmhartige Samaritaan (Lucas 10, 25-37), dat op zondag 10 juli wordt voorgelezen (15e zondag door het jaar).

Nadat Jezus de wetgeleerde de parabel over de barmhartige Samaritaan heeft verteld, vraagt de Heer aan de man in kwestie: “Wie van de drie in het verhaal lijkt u de naaste te zijn van de man die in de handen van de rovers is gevallen?” Hij kan feitelijk niet anders dan te zeggen dat het de Samaritaan is, die het slachtoffer barmhartigheid heeft betoond.

De parabel mag ons het denken zetten. Ja, wie is mijn naaste? Is het diegene die voor mij nabij staat, die ik de moeite waard vind, of om wie ik geef?

Jezus nu wil met de parabel onze blik verruimen. Ja, draai het eens om, beschouw diegene die op jouw hulp is aangewezen als naaste! Hiermee verlegt Jezus ons perspectief. Ja, zelfs iemand die we niet kennen, waarmee we ons misschien op geen enkele wijze verwant weten, kan ook onze naaste zijn, zoals het slachtoffer in de parabel. Dat notabene een Samaritaan naar hem omkeek, in plaats van de eerste 2 passanten, van wie je hulp eerder zou verwachten - het mag ons aan het denken zetten! Het is van belang te zien dat wij hem of haar tot “naaste” maken als we hem of haar aannemen als broeder en zuster in nood, dan wel diegene die een beroep op ons doet. Een en ander staat niet los van die andere, beroemde zin van de Heer: “Voorwaar, Ik zeg u: al wat gij gedaan hebt voor een dezer geringsten van mijn broeders, hebt gij voor Mij gedaan”. (Mt. 25).

Pastoor C. Müller

Vakantie                                                                                                       

Binnenkort gaan velen weer op vakantie, al dan niet met het vliegtuig. Er worden inmiddels ook zgn. spirituele reizen aangeprezen. Zo vond ik laatst een website, met de volgende tekst: Voor wie is een spirituele reis geschikt? Iedereen die op zoek wil naar zichzelf en zijn of haar innerlijke drijfveren en motieven kan een spirituele reis maken. Het zorgt voor nieuwe krachtbronnen in jezelf en een duidelijk beeld van wat jou inspireert. Ook wanneer je op een kruispunt staat in je leven kan een spirituele reis voor een ander perspectief zorgen. Denk hierbij aan een carrièreswitch of het beëindigen van een relatie. De reis opent je hart en zo ook nieuwe wegen in je leven.

Lees je verder, dan heeft men het over: energielijnen, kleuren en geuren, yoga, piramides etc.. De vraag is natuurlijk, waarvoor stelt men zich open? Met welke geesten zoeken mensen contact? Voorts, volstaat dat: Zoeken naar jezelf?

Het woord ‘vakantie’ komt van het Latijnse ‘vacare’, dat betekent je open stellen voor, tijd vrij maken voor. Zou het niet mooi zijn als mensen tijdens hun vakantie weer hun katholieke ‘roots’ zouden herontdekken? Immers, ons geloof heeft zoveel te bieden. Graag wens ik u allen in dit opzicht een ‘zinrijke’ vakantie toe.     

Pastoor C. Müller

“Ik zal U volgen, Heer.”

In het Evangelie van zondag 26 juni 2022 (13e zondag door het jaar) gaat het onder meer over  navolging. Jezus is onderweg naar Jeruzalem, het betreft die plaats waar Hij Zijn leven zal geven. Vastberaden gaat Jezus Zijn weg. Gaandeweg ontmoet Jezus diverse mensen. Tot de een zegt Hij: “Volg Mij”, maar de persoon in kwestie vraagt uitstel. Daarnaast zijn er ook die zelf aangeven de Heer te willen volgen: “Ik zal u volgen, Heer”! Maar … dan vraagt men de Heer “even te wachten”. Eerst moet men nog  iets afhandelen. Het mag ons aan het denken zetten. Ja, wat laat ik allemaal komen tussen mijn wil en die van God? Blijkbaar is voor mensen niet zo eenvoudig alles achter te laten en de Heer te volgen zonder voorbehoud.

Jezus nu reageert daarop scherp. “Laat de doden hun doden begraven, maar jij, ga heen en verkondig het Rijk Gods”; terwijl Hij tot de ander zegt: “Wie de hand aan de ploeg slaat, maar omziet wat achter hem ligt, is ongeschikt voor het Rijk Gods”.

In onze tijd is het niet anders. Mensen willen wel, maar laten er vaak iets tussen komen. Zo verspillen we dikwijls de genade van het moment, terwijl voor God ieder moment kostbaar is.  Als het gaat om bidden, zien we iets soortgelijks. Iemand neemt voor ’s avonds de rozenkrans te bidden; vervolgens komt er iets tussen. Van uitstel komt vaak afstel. In het geestelijk leven gaat het meer dan eens om “kairos”, het geschikte moment. In de Bijbel is het een kwalificatie van de tijd als de gunstige tijd of de goede gelegenheid. Daarom is het van belang te “luisteren” naar dat wat God ons ingeeft, opdat we onze roeping (welke die ook mogen zijn) beter verstaan én gaan leven.

                                                                                                                          Pastoor C. Müller

Juni-maand - H. Hart-maand                                                           

Op vrijdag 24 juni viert onze kerk het Hoogfeest van het Heilig Hart van Jezus. Het feest verwijst naar Jezus’ oneindige liefde. Het doorboorde Hart van onze Heiland, waaruit water en bloed stroomden, nadat het met een lans werd doorstoken, spreekt in dit verband boekdelen. Diverse geestelijke schrijvers (waaronder Blaise Pascal) menen dat Jezus’ Hart bloedt tot het einde der tijden, zolang er nog mensen gered moeten worden.

Kerkvaders  als  Augustinus  en  Johannes Chrysostomus beschouwden het hart als symbool van liefde. Deze liefde uit zich in de wil om te lijden en te sterven in het belang van de ander. De eerste die in de nieuwe tijd de devotie tot het Heilig Hart propageerde was Johannes Eudes (1601-1680). Geïnspireerd door Franciscus van Sales en de privé-openbaringen aan Gertrudis van Helfta en Mechtildis van Helfta verspreidde deze Franse priester en missieprediker deze vroomheid onder het Franse volk. In 1672 gaf de bisschop van Rennes aan de door Johannes Eudes gestichte religieuze congregaties voor het eerst verlof om een speciaal feest ter ere van Hart van Jezus te vieren. De Heilig-Hartdevotie brak pas echt goed door, door de berichten over de visioenen van Margaretha Maria Alacoque (1646-1690). Aan haar zou Jezus Zijn bloedend hart hebben getoond. Volgens deze kloosterzuster uit het Franse Paray-le-Monial was zij door Jezus deelgenoot gemaakt van Zijn verdriet vanwege het groot aantal mensen die Zijn liefde afwezen. Het Heilig Hart van Christus bevat een boodschap voor ons allen. Het spreekt ook tot de hedendaagse wereld. In een maatschappij waar techniek en informatiewetenschappen zich met grote schreden ontwikkelen en waar we ten prooi vallen aan duizenden, vaak tegenstrijdige belangen, riskeren we onze kern te verliezen, de kern van onszelf. Door Zijn Hart aan ons te tonen herinnert Jezus ons boven alles dat Hij hier is, in het innerlijk van de persoon, waar de bestemming van ieder van ons ligt besloten, dood of leven in de breedste zin. Hijzelf geeft ons leven in overvloed, Hij maakt het mogelijk om ons hart, die tot nu toe verhard was door onverschilligheid en egoïsme, te openen voor een verhevener vorm van liefde. Het Hart van de Gekruisigde en Verrezen Christus is de onuitputtelijke bron van genade die iedere persoon altijd kan bereiken: liefde, waarheid, gerechtigheid, genade en barm-hartigheid. Wie zich toewijdt aan het H. Hart van Jezus, vooral de gezinnen, mogen rekenen op een bijzondere genade (aldus Paus Johannes Paulus II).                     

                                                                                                                       Pastoor C. Müller